Verhandelingen rakende de natuurlijke en geopenbaarde godsdienst, uitgegeeven door Teyler’s Godgeleerd Genootschap. XVIII. Deel.

Meerdere verwijzingen naar Hume’s tweede Enquiry

“16n: HUME Essays and Treatises Vol.II Pag. 299 &c / 46n: App. I Concern. Moral Sentiment in the vol. II. of his Essays and Treatises / 131n: HUME Essays and Treatises Vol. II. p. 374. &c. Appendix I. Concerning Moral Sentiment / 131nn: HUME Essays and Treat. Vo. II. p. 236. &c and App I. Concern. Moral Sentiment / 132n: HUME Essays and Treat. Vol. II an Enquiry Concern. the Princ. of Morals / 133n: HUME Essays and Treat. Vol.II. p. 239 and App. I [paragraaf] 3-5,p. 381-385 / 138n: HUME Essays and Treat. Vol. II. p. 246”

in deze “VERHANDELING OVER DE VRAAGE: IS ER IN DEN MENSCH GEEN ANDER BEGINSEL VAN WERKING DAN EIGENLIEFDE, EN KAN MEN ALLE DE NEIGINGEN, EN HARTSTOCHTEN, DIE ZICH BY HEM OPDOEN, DAAR TOE BRENGEN; OF HUISVESTEN ER IN HEM OOK BEGINSELEN VAN GOEDWILLIGHEID, DIE ZICH DOOR GEEN EIGENLIEFDE VERKLAAREN LAATEN, EN VOLSTREKT BELANGELOOS MOGEN GENAAMD WORDEN?… ”


dan in het “IIe hoofddeel” nogmaals, ditmaal vergezeld gaande van zijn Essays & Treatises:

En dan nog viermaal in het IIIe hoofddeel:

Titel: Drie verhandelingen over den zelfmoord : uitgesproken in de Maatschappij van Verdiensten, ten spreuke voerende: Felix Meritis, te Amsterdam / J.W. Statius Muller ; [met gegrav. tit. en vign. door Smies en Marcus]
Auteur(s): Johan Wilhelm Statius Muller (1767-1836)
Uitgever: Amsterdam : J. van der Heij
Drukker: Hey, Johannes van der Amsterdam, 1788-18..
Jaar: 1817
Collatie: 163 p. ; 23 cm
Annotatie: Saakes 6 (1817), p. 267
ISBN: : fl. 2.04.0

Plaatsnummer: OTM: K 61-2982
Oud plaatsnummer: UBM: 388 D 43 (verpl.)
Locatie: UB Bijzondere Collecties – OTM
Aanvraaginfo: Ter inzage
beschikbaar Aanvraag

Ook de bibliotheekcatalogus (1821) toegevoegd aan de lijst met bronnen.
En doorzocht:

KATALOGUS DER BIBLIOTHEEK van de maatschappij: Felix Meritis (1830.)

1830

Met de uitgave dezer Katalogus der Bibliotheek van Felix-Meritis, wordt in geenen deele beoogd, den Leden met eene zeer kostbare of beroemde boekverzameling bekend te maken; want, ofschoon er zich ook menig belangrijk werk, zoo wel van geleerdheid als van smaak, in moge bevinden, is gezegde Bibliotheek echter, zoo als dezelve thans bestaat, op verre na zoo volledig niet, als men eene Maatschappij als de onze, veelligt verwachten zoude.

Het doel derhalve, waarmede deze katalogus in het licht gegeven wordt,is hoofdzakelijk, om de aandacht der Leden meer op deze, aan onze Maatschappij verknochte inrigting te doen vestigen, en hun daardoor in de gelegenheid te stellen en aantemoedigen, meer gebruik daarvan te maken, dan tot dus verre het geval is geweest. Bij het nalezen der katalogus zal men met genoegen ontwaren, dat

Buitenlandse werken:

GOURMONT (H. DE) Livre des moresques tres utile et necessaire a tous Orfeures, Tailleurs, Graueurs, Paintres, Tapissier, Brodeurs, Lingieres et Femmes qui besognent de lesguille, Paris 1546

HUME, (D.) Essais sur le Commerce, ect. Paris 1767. in 8o.

BEKKER, (B.) Uitleggginen van de n Propheet Daniel, Amst. 1688. in 4o.\
—- (onderscheidene Tractaten, Gedichten, zoo voor als tegen) 7 delen, in-4o.
(en nog 3)

BARTAS, (W. van Saluste, Heer van) Werken 2 delen en vervolg (vertaald door Heyns, 1621.

BEAULIEU, (G.) iFrance divisèe en régions Departements et Districts, avec fig. cartes enlum. Amst. in-4o

BERKEY (J. Le Franq van) Natuurlijke Historie van Holland, 9 delen, 12 stukken, met pl. Amst. 1769. in 8o

80x bilderdijk!

160 BUFFON (DE) en DAUBENTON, de Algemeene en Bijzondere Natuurlijke Historie, 18 delen met gekleurde platen, Amst. 1773 in-4o.

COCHIN, Gewoonten der aloude Volken, 4 delen met pl. Amst 1781 in 4o.

CONDORCET, DE Schtes van een Historiesch Tafereel der Vorderingen van s’Menschen Geest, Haarl. 1802. in 8o.

CRAS, (H. C.) Verhandeling over de Gelijkheid der Menschen, Haarl. 1794. in 9o. Present Exemplaar
(hij schreef ook een Elogium voor J. Meerman, en memoria/lijkrede voor Walraven resp. 1817 en 1804/1805.

4x S.F. LA Croix → meetkunst / gonionmetrie/trigonometrie.

Description des Arts et Métiers, faites ou approuvées, par Messieurs de l’Académie roijale des Sciences, avec figures en taille douce, 113 cahiers reliés en 53 vol. Paris 16761 in-fo

Dictionnaire du Citoijen, 2 tom. En un vol. Amst. 1762
Dictionnaire Portatif des Arts et Métiers, 1767
Dictionnaire (Petit) du tems pour l’Intelligence des Nouvelles de la Guerre, avec Fig 1757

Encijclopédie ou Dictionnaire Raisonné des Sciences, des Arts et des Métiers par une Societé de Gens de lettres, publié par Diderot, et quant á  la partie Mathematique, par D’Alembert, 17 vol. Planches, 11 vol. Supplement, 5 vol. et Table Analijtique et Raisonnée 2 vol. ensemble, 35 vol. Paris 1751. in fo.

Essai sur la Marine et sur le commerce, ib. 1743. in 8o.

Histoire du Commerce et de la Navigation des Peuples Anciens et Modernes, 2 vol. ib. 1758. in 8o.

HOLBERG, (L.) Levensbeschrijving van verscheide zoo Oostersche als Indische beroemde Mannen, 2 delen Amst. 1748. in 8o.
(en nog 5

w.o. Onderaardsche Reis van Klaas Klim, ’s Hage 1761 in 8-o (die hebben we eerder gezien)

Interêts (les) des Nations de l’ Europe dévélopés, relativement au Commerce, 2 tom. un vol. Leijd. 1766 in -4o.

Jaarboeken der Bataafsche Republiek, 14 delen Amst. 1795. in-8o.

2x kinker 1800-1829

Loosjes, Pz. (A.) Contes Moreaux traduits par de Flines, 2 vol. Brux 1826. in 9o

LUZAC, (E.) Hollandsch Rijkdom, 4 delen, Leyden, 1788. in-fo

MANUEL Histroique, Géographique et Politique des Negoá§ians, 3 vol. Lyon 1762.

MARTINET (J. F.) Katechismus der Natuur, 4 delen met pl. Amst. 1777 en Aamerkingen van J. de Vries, 4 stukken.

MASSUET, (P.) la Science des Personnes de Cour d’Epé et de Robe, 7 voo. Et suite, 2 vol. avec fig. Amst. 1752. in 8o

2x Montfaucon, (b. de l’Antiquité expliqueé et représentée en figures, 10 tom.

1722 en Monumens de la Monarchie Franá§aise 1729.
NOOTEN, (D. H. VAN) Antwoord op de Vraag: Welke is de Grond, waarop men een volkomen Regt uit eene overeenkomst of contract verkrijgt, etc. Utr. 1810. in 8o.

Neufville, (c. l. de) Bespiegelingen, (Amst. 1762.

Parfaite (la) Intelleigece du Commerce, 3 tom. 2 vol. Paris, 1785. in 8o.

Ploos van Amstel, Aristeus, of Zamenspraak over de Wijsbegeerte, in-8o.
Present Exemplaar.
Ploos van Amstel, Proeve eener Verhandeling over den aart en het gebruik van ’s menschen zedelijk Zintuig. Present Exemplaar

(en nog twee over tekenen uit 1785 en 1793)

POCOCKE, )R.’ Beschrijving van het Oosten 3 delen, 6 stukken met pl. Utr 1776. in 4o
Pope, Proeve over den Mensch, in Dichtmaat overgebragt, door P. van Winter, Nsz. Amst. 1799. in/4o.

POULTIER D´ELMOTTE, Conjectures sur l´Origine et la Nature des Choses, Tournay. In 8o. Present Exemplaar.

Gedichten van Rabus )1741′

T. Raynal, Wijsgerige en Staatkundige Geschiedenis van de bezittingen en den Koophandel der Europeanen in de beide Indieèn, 10 delen, met kaarten, Amst. 1775. in 8o.

Reflexions politiques sur les finances et le Commerce, 2 tom. 1 vo. ´s Hage 1740. in 8o.

Ricard, )S. Traité Général du Commerce, 2 vol. Yverd. 1784. in/4o.

ROBBERTSON, (W.)’ Historie der Regering van Keizer Karel den V. 6 delen, Rotterd. 1772. in-8o.
ROBBERTSON, (W.)’ Geschiedenis van America, 4 delen, Amst. 1772. in-8o.
ROBBERTSON, (W.)’ Geschiedenis van Schotland, 3 delen, Rotterd. ib. 1779.. in-8o.

Saverien, Dictionnaire historique de Marine, 2 tom. 1 vol. Paris 1758. in 8o.

SHAW, )T.’ Reizen door Barbarijen en het Oosten, 2 delen, ib. 1780.in 4o.

Tableau de l´Univers, 2 parties, Liege 1786.

Uitgeleeze Natuurkundige of Filozoofische Verhandelingen, 3 elen, Amst. 1764. in 8o

Uitgezochte Verhandelingen, 10 delen met pl. ib. 1767. in 8o.

VOLTAIRE, Orestes, Treurspel, Amst. 1802. in 8o. Present Exemplaar

)Werken van het Genootschap, opgerigt te Weesp, onder de Zinspreuk’ Voor het Menschdom

Voyage d´un amateur des Arts, en Flandre et les Pays-Bas, etc. 3 vol. Amst. 1783. in 8o.

3x wagenaar´s Vaderlandsche historie (vervolg op, onmiddellijk vervolg op, bijvoegsels en aanmerkingen op) , 1 x Amsterdam 1760, 1x Het nut der Stadhouderlijke regeering

42 tot 51 Wolff ©

YOUNG, E. Nachtgedachten, 4 delen, met pl. Amst 1785. in 8o

Zillesen Onderzoek der oorzaken , 6 delen, Utrecht 1781.
Tijdschriften:

Denker, (de), 12 delen, Amst. 1764. in-8o.
Hollandsche Mercurius, 8 delen, Haerl. 1651 in 4o
De Hollandsche Wijsgeer, 7 delen met pl. ib. 1759. in 8o.
De Hollandsche Praatvaars Nieuwjaarsgift, ib. in-80.
De Nederlandsche Spectator, 12 delen, Leyd. 1749 in 8o
De Nederlandse Criticus, 2 delen, Amst. 1761. in 8o
Werken van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leyden, 7 delen, Leyd. 1772
Nederlandsche en Nieuw Nederlandsche Jaarboeken, sedert het begin van het jaar 1747-1798.
De Nieuwe Nederlandsche Spectator, Haarlem 1788. in 8o
Oeconomische Courant van den Jare 1799-1803. 7 delen, Amst. 1899. in 4o
Onderzoekder (de) 4 delen, ib. 1769. in 8o.
Opmerker (de) 6 delen, Amst. 1772. in 8o.
De Pedagoog, in twee-en-vijftig Vertoogen, Amst. 1766. in 8o.
De Philosooph, 4 delen, ib. 1766. in 8o.
De Philantrope of Menschenvriend, 6 delen, Amst. 1767. in 8o.
De Recensent )ook der recensenten van de jaren 1806/1811
De Rhapsodist, 6 delen, Amst 1771. in 8o.
Vaderlander (de) 4 delen Amst. 1776.
Verhandelingen uitgegeven door de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem, 30 delen.Waarnemingen op den Huize Zwanenburg en register op de 28 delen, Haarl. 1755. in/8o.
Verhandelingen uitgegeven door het Zeeuwsch enootschap der Wetenschappen te Vlissingen, 15 delen en Rigster op de 12 deln, Middelb. 1769.
Verhandelingen van het Provinciaal utrechtsch gGenootschap, 8 delen, utre. 1781. in 8o.

R. STEELE, Staat van de Roomsch Catholijke Rligie door de geheele Wereld, Amst. 1715. De Christenheld, Utr. 1744. Aanmerkingen over de aangelegenheid van Duynkerke, Amst. 1744 in 8o.

De Guardian, 3 delen, Rott. 1730. in 80
De Snapper 4 dlen, ib. 1733.
De Spectator, 9 delen, ib. 1743. in 8o.
Boekzaal der juffers, 3 delen, Amst 1748. in 8o
Boekzaal der Heeren, ib. 1751.

Leesgenootschappen: P. J. Buijnsters wijdde er in zijn Veertien verkenningen (1984) een hoofdstuk aan. In ʻNederlandse leesgezelschappen uit de 18e eeuw.ʼ beschrijft hij onder meer hoe er aangekeken werd tegen de gezelschappen en hoe patriottische gezelschappen na opheffing terugkeerden als leesgezelschappen.

  • Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (Haarlem 1752)
  • het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte (Rotterdam 1769)
  • Oeconomische Tak (van de Hollandsche Maatschappij – Haarlem 1777)
  • Felix Meritis (Amsterdam 1777)
  • Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen (Edam 1781)

“men had
behoefte aan informele discussieclubs om van gedachten te wisselen over de nationale taal en literatuur en over economie. Ze maken ook duidelijk waarom in de Nederlandse Republiek rond het midden van de achttiende eeuw eindelijk officiële geleerde genootschappen van de grond konden komen. Toen waren ook regenten overtuigd geraakt van het nut van para-universitaire instellingen en van hen moest het initiatief komen. Het is dan ook geen toeval dat het eerste grote geleerde genootschap van de Republiek, de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, in 1752 niet werd opgericht in Amsterdam, het politieke en economische zwaartepunt van de Republiek, maar in Haarlem, een van de ernstig door economisch verval en politieke onrust getroffen steden. De stichters rechtvaardigden hun onderneming met een verwijzing naar de achterstand van de Republiek in het oprichten van geleerde genootschappen, de grote betekenis van de natuurwetenschap en de noodzaak de krachten te bundelen om vooruitgang te bewerkstelligen.”
Mijnhardt en Kloeks – Blauwdrukken, blz. 110.

In hoofdstuk 5 zagen we hoe de Schotse filosoof David Hume de kloof tussen de wereld van de
geleerden en die van het belangstellende publiek als een bijzonder schadelijk fenomeen aan de kaak
stelde.(112)

——————–

Literatuur over genootschappen: indexen van prijsvragen.

Titel: De prijsvragen en Verhandelingen van Teylers Tweede Genootschap 1779-1866, (V) : dichtkunde / Nicole M. van Weringh.
Teylers Museum magazijn @Teylers Museum magazijn Vol. 10, No. 4 [= 37] (winter. 1992), p. 8-13
Jaar: 1992
ISSN: 0920-0460
Beschrijving: p. facs., ill., portr.

Database: PiCarta (inclusief Catalogus van de UvA)
Titel: De prijsvragen en Verhandelingen van Teylers Tweede Genootschap 1779-1866. (III): historiekunde / M.A.M. van Hoorn.
Auteur: Hoorn, M.A.M. van.
Citatie: Teylers Museum magazijn @Teylers Museum magazijn Vol. 9, No. 4 (1991), p. 13-17
Jaar: 1991
ISSN: 0920-0460
Beschrijving: p. ill.

Database: PiCarta (inclusief Catalogus van de UvA)
Titel: Pleidooien voor de scheiding van kerk en staat : Teylers Godgeleerd Genootschap en de prijsvraag van 1795 / Simon Vuyk.
Auteur: Vuyk, Simon , 1932-
Citatie: Een veelzijdige verstandhouding Een @veelzijdige verstandhouding p. 348-357, 439
Jaar: 2007
Onderwerp: 1778-1795
Prijsvragen.
Kerk en staat.
Geleerde genootschappen.
Teylers Stichting.
Haarlem (stad) gtt
Beschrijving: p. 348-357, 439
Taal Notitie: In Deel VI: Een brandende kwestie: de verhouding van kerk en staat.

De numismatische prijsvragen van Teylers Tweede Genootschap, 1779-1866 herdruk uit: Teylers Magazijn 34, voorjaar 1982, 9-15.

De prijsvragen en Verhandelingen van Teylers Tweede Genootschap 1779-1866. (II). Natuurwetenschappen / M.A.M. van Hoorn.
Auteur: Hoorn, M.A.M. van.
Citatie: Teylers Museum magazijn @Teylers Museum magazijn Vol. 8, No. 1 (1990), p. 9-13

De prijsvragen en Verhandelingen van Teylers Tweede Genootschap / M. van Hoorn.
Teylers Museum magazijn @Teylers Museum magazijn Vol. 7, No. 3 (1989), p. 7-11

De prijsvragen en verhandelingen van Teylers Tweede Genootschap, 1 / M. van Hoorn.
Auteur: Hoorn, M. van.
Citatie: Teylers Museum magazijn @Teylers Museum magazijn Vol. 7, No. 3 [= 24] (najaar. 1989), p. 7-11

In de UB: http://www.picarta.nl/DB=2.41/XMLPRS=Y/PPN?PPN=125442645

Titel: Inventaris van de prijsvragen uitgeschreven door de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen 1753-1917 / samengest. door J.G. de Bruijn
Auteur(s): Jan Gerrit de Bruijn (1927-2000)
Uitgever: Groningen : Tjeenk Willink
Haarlem : Hollandsche maatschappij der wetenschappen
Jaar: 1977
Collatie: 549 p. : ill. ; 27 cm
ISBN: 90-01-40099-X

heb ik doorzocht, en alleen Kant gevonden n.a.v. zijn Godsbewijs

Hier nog een index, beredeneerd, geen melding van Hume ergens:

Titel: Catalogus van de boekerij der Koninklijke Akademie van Wetenschappen, gevestigd te Amsterdam / [Willem Vrolik … et al.]
Auteur(s): Willem Theodoor Vrolik (1801-1863)
Uitgever: Amsterdam : Frederik Muller
Jaar: 1858-1891
Collatie: 6 dl. ; 26 cm
Annotatie: Delen genummerd: 1. – 1858-1860, 1/1ste stuk nieuwe uitgaaf. -1874, 2. – 1866, 3. – 1876-1881, [4]: register. – 1885, [5]: eerste vervolg, met register. – 1891
Ook beschikbaar in microvorm

Heb ik ook doorzocht: Treatise and Several Essays gevonden.

——————————————–

Felix Meritis

Ook de catalogus van doorzocht

———————————————

Titel: Catalogus der bibliotheek van het Bataafsch Genootschap van proefondervindelijke Wijsbegeerte te Rotterdam
Auteur: Bataafsch Genootschap van proefondervindelijke Wijsbegeerte, Rotterdam. Bibliotheek
Jaar: 1870

Groningen, Bibliotheek der Rijksuniversiteit
Aanwezig bij: Bibliotheek der Rijksuniversiteit
Broerstraat 4, 9712CP Groningen, tel.: 050-3638034
Locatie: ‘MU E 58
Uitleenstatus: niet uitleenbaar / wel inzage / geen fotokopie
Toon beschikbaarheid
Annotatie:

Aanwezig bij: Bibliotheek der Rijksuniversiteit
Broerstraat 4, 9712CP Groningen, tel.: 050-3638034
Locatie: NATGEN D 6
Uitleenstatus: niet uitleenbaar / wel inzage / geen fotokopie
Toon beschikbaarheid
Annotatie:

Maastricht, Stadsbibliotheek Maastricht Afdeling IBL

Titel: Catalogus der bibliotheek van de Maatschapp?: Felix-Meritis
Jaar: 1821

Utrecht, Universiteit Utrecht Universiteitsbibliotheek
Aanwezig bij: Universiteit Utrecht Universiteitsbibliotheek
Heidelberglaan 3, 3584 CS Utrecht, tel.: 030-2536605
Locatie: 000737092
Uitleenstatus: niet uitleenbaar / wel fotokopie

——————————————-
Titel: Catalogus der bibliotheek van de Maatschapp? der Nederlandsche Letterkunde te Leiden / voorw. ondertekend door H.W. Tydeman en J.T. Bodel Nyenhuis
Auteur: Hendrik Willem Tydeman (1778-1863)
Johannes Tiberius Bodel N?enhuis (1797-1872)
Jaar: 1829
3 soortgelijke titels

doorzocht:

Het leeven van D. Hume (834)

Hume, D. (Het leeven van) beschreeven d. hem
zelven en versierd met zijn portrait. Amst. 1777. 8o.
Bladz 17 vv. bevatten: Brieven van A. Smith aan W. Strahan. – Het hierbijbeh. portret ontbreekt.

Geen historie.

——————————————-

Arnhem, De/Bibliotheek Arnhem.
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek Documentlevering
Leeuwarden, TRESOAR afd. IBL
Leiden, Universiteitsbibliotheek Leiden Uitleen – IBL
Nijmegen, Radboud Universiteit Nijmegen Universiteitsbibliotheek
Tilburg, Universiteit van Tilburg Universiteitsbibliotheek
Utrecht, Universiteit Utrecht Universiteitsbibliotheek
Aanwezig bij: Universiteit Utrecht Universiteitsbibliotheek
Heidelberglaan 3, 3584 CS Utrecht, tel.: 030-2536605
Locatie: 000737093
Uitleenstatus: niet uitleenbaar / wel inzage / geen fotokopie
Annotatie:

Er zijn gevallen waarin materiaal niet kan worden uitgeleend.

Over dit boek Voorbeeld weergeven The French Revolution: essential readings Door Ronald Schechter – chartier

Uit de catalogus uit 1864 van het Bataviaasch genootschap

alle redevoeringen van FM en C&L zijn te vinden in M. van Hattum, Lezingen en verhandelingen in “Concordia et Libertate” (1769-1806) en “Felix Meritis” (Dep. Letterk.) (1779-1808, 1810-1832, 1865-1873), te vinden in pchh, 113: NED 061.22(492) HAT

Recensie van de hand van Berry Dongelmans van Hannie Goinga’s ʻAlom te bekomenʼ. Veranderingen in de boekdistributie in de Republiek 1720-1800  (Amsterdam 1999) in Quá¦rendo 32/1-2 (2002). Dit is vooral een samenvatting van zijn samenvatting.

Hier een artikel dat Van Goinga eerder schreef, met bijna dezelfde titel: ‘Alom te bekomen’: veranderingen in de boekdistributie in de Republiek, 1725-1770, Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis 3 (1996), 55-85.

Hannie Goinga

  • schrijft niet vanuit een theorie – de vraag of er een lezersrevolutie plaatsvond in de tweede helft van de 18e eeuw wordt zo onbevangen mogelijk benaderd
  • schrijft vanuit de distributie, en niet zoals Kloek, Mijnhardt, Brouwer en De Kruif vanuit boek(ver)kopers en -bezitters.
  • wil met hte boek een gat vullen in onze kennis over de achttiende-eeuwse boekhandel
  • schrijft over de rol van lees-bibliotheken en lees-gezelschappen
  • blijft voorzichtig met conclusies, waar het gaat om de vraag of er sprake was van een nieuw publiek.  Ze durft te zeggen dat er blijkbaar een vraag naar bibliotheken was, maar daar laat ze het bij. Ook de relatie tussen het gestegen aantal bibliotheken en leesgenootschappen en het gestegen aantal publicaties in de moerstaal blijft onaangeroerd.. Wederom blijft ’t bij een observatie, namelijk dat in deze gezelschappen met name fanatieke lezers kwamen die het ter recreatie deden.
  • laat onder de noemer ‘leesgenootschappen’ een hele schare aan clubjes vallen, van kaartclubjes tot revolutionaire milities. Het lidmaatschap had economische redenen, en sociabiliteit played an important role.
  • Gaat uit van de uitspraak van James Tierney, dat krantenadvertenties van boekverkopers de belangrijkste bron zijn om onderzoek te doen naar de boekgeschiedenis in de achttiende eeuw. Het is geen makkelijke taak, maar ze slaagt erin te laten zien dat de advertenties in een aantal kranten (Leydsche Courant voorop) de afwisselende groei en afname van de boekverkoop weerspiegelen in de verschillende decennia van de achttiende eeuw. Zo duidt de afname van de hoeveelheid advertenties tussen 1745 en 1750 op een afname van de hoeveelheid boekverkopers in de Republiek – die veroorzaakt lijkt door de oostenrijkse successie-oorlog (1742-1748), de afname van de exporten naar Frankrijk en algehele handelsafname met Engeland Daarna volgt stabiliteit, die we terugzien in de aantalleen advertenties.
  • Leiden is alleen aan de oppervlakte de centrale speler in haar boek, want vergelijkingn met Den Haag, Delft en Amsterdam. Veel van haar conclusies over Leiden hebben een reikwijdte voor het hele land.
  • laat in hoofdstuk 3 zien dat advertenties niet zozeer kunnen vertellen  hoeveel boekhandelaren er op een gegeven moment en een geven plek werkzaam zijn. Maar uit een analyse van voorraadlijsten trekt van Goinga de conclusie dat het tssenhandelaar/groothandels-aspect steeds belangrijker wordt – afgaande op de relatief grote hoeveelheden die soms in voorraad zijn. Er kan dan ook op commissie worden verkocht, en inkopen op krediet van cellega’s. Allemaal zaken die de administratie/distributie steeds complexer maken.
  • toont hoe langzaam de scheiding tussen uitgever en boekhandelaar zichtbaar werd, doordat sommige handelaren zich gingen richten op distributie, en anderen alleen hun geld uitleenden zodat anderen daar boeken mee konden inkopen
  • liet zich door boekveiling-aankondigingen leiden naar een beschrijving en ‘inventory’ van veilingen – “unbound auctions”. Er zijn veel verschillende lokale richtlijnen/regels, maar de doelen zijn overal gelijk: copy-right handelen, overschotten kwijtraken en ’t voor een klein prijsje in- en verkopen van redelijk recente binnenlandse en buitenlandse werken, waarbij vooral faillisementen erg aantrekkelijk waren.
  • vertelt hoe jaarlijkse veilingen in de tweede helft v/d eeuw op enorme belangstelling konden rekenen van boekhandelaren uit de hele Republiek.
  • Met korting verkopen van restanten gebeurt in de tweede helft van de achttiende eeuw stteds vaker, deels door de vele veilingen, maar ook door een vergroot aanbod op een gelijkgebleven lezerspubliek. Van Goinga laat zich niet verleiden om uit de nieuwe beschikbaarheid van veel goedkopere titels de conclusie te trekken dat er dan ook wel een nieuwe markt-met-de-kleine-portemonnee zal zijn aangeboord.  De smaak van de lezers zou zijn veranderd, richting de recentste literatuur – waardoor traditionele boeken minder goed liepen. 
  • Waar eerst vooral duurdere uitgaven goedkoper werden aangeboden, strekte het gereduceerde aanbod zich later uit naar alle genres.
  • Een nieuw publiek zou vooral te vinden zijn in de aangesproken doelgroep in advertenties – waarvan dan nog altijd de vraag blijft of die werken ook verkochten.
  • Dankzij de toename in openbare veilingen groeit ook de tweedehands- en antiquare boekhandel uit tot een aparte tak van sport
  • heeft heel veel geteld (1115 advertenties alleen in de Leydsche Courant in 1740) en geïnventariseerd (1825 veilingen in Leiden in de periode 1721-1805). Het zou cool zijn om te kijken of er in het decennium na de Treatise advertenties zijn geweest voor de Engelse uitgave, maar die kom je natuurlijk niet tegen in Van Goinga.
  • blijft voorzichtig met haar conclusies, en herhaalt dat de stelling van de leesrevolutie geen leitmotif is, ook wanneer De Kruif heeft laten zien dat, tot mid-18e-eeuw boekenbezit groeit. Ze durft geen verband te leggen tussen dat gegeven en de veranderingen in de boekdistributie.
  • wordt hierbij voornamelijk gehinderd door het feit dat de aard van de werken waarvoor is geadverteerd, niet is onderzocht.
  • doet geen uitspraken of de veranderingen in de distributie misschien toch hebben ingespeeld op een bepaalde vraag, of dat die vraag pas is ontstaan toen het sterk uitgebreid en gevarieerder aanbod er was. Kip en ei!
  • Dongelmans vraagt zich af of de snellere distributie – dankzij commissies – niet een reactie was op een gestegen vraag naar recenter werk.. of zou de consument van toen niet sterk genoeg zijn geweest om dusdanige grote verschuivingen te veroorzaken in het distributieveld. Werden de handelaren niet gewoon gedwongen door de straffe concurrentie? Specialisatie zou hiervan een logisch gevolg zijn.
  • bespreekt ook de vraag of de vorm van het boek bewijzen bij zich draagt over de veranderingen in het publiek.  Maar de verschijning in het Nederlands is hierin de opzienbarendste shift.

De voor mij interessantste gegevens bevinden zich waarschijnlijk in de appendices, waar naast een glossarium een overzicht is geplaatst van de boekverkopers en drukkers actief in Amsterdam in 1740, gerangschikt naar inkomen (deze heb ik gezien, maar ook gekopieerd?). Een derde appendix toont de sjiekere boekwinkels in Amsterdam uit 1742 en daarna toont ze de een overzicht van geciteerde catalogi.

De vraag die Dongelmans ten slotte nog stelt is of de ontdekte verschuivingen ook doorzetten. Waren het slechts initiatieven of werden ze ook daadwerkelijk overgenomen?

P. J. Buijnsters, Spectatoriale geschriften (Utrecht 1991), is al sinds de jaren ’60 overtuigd dat in deze “door velen als duf beschouwde tijdschriftjes het grote debat van de Verlichting – natuurlijk naar Nederlandse maat – gevoerd werd.”, een gevoel dat versterkt werd n.a.v. Wolfgang Martens over de Duitse spectators (1968) [7]

1. Geboorte van een nieuw Genre:

Columnisten zijn de spectatoren van nu. Lange traditie, die in Engeland in 1709 begon met The Tatler van Addison en Steele. Gelijk daarna The Spectator, die nagenoeg precies samenviel met Van Effens Le Misantrope (maart/mei 1711)

“Het woord spectator kreeg zo van de aanvag af een dubbele betekenis: het verwijst naar een bepaald type tijschrift, als hier besproken; maar het duidt ook – en zelfs op de eerste plaats – de fictieve figuur aan die zich in deze geschriften tot het publiek richt en die niet identiek is met de auteur. Om deze spectator-figuur gestalte te geven moest de feitelijke schrijver als het ware verdwijnen.” [11]

Om de revolutionaire aanpak van de spectatoren te waarderen, zegt Buijnsters , moeten we kijken naar wat er meer voor tijdschriften verschenen. Voor (het begin van) de achttiende eeuw is er nauwelijks een strenge scheiding in te maken naar typen – hoogtij van het literaire kosmopolitisme, maar voor de periode voor 1709 kan dat ruwweg wel (gelukkig maar). Namelijk die van
1. nouvelles, die vaak iets met Mercurius in de naam hadden. Niet altijd even betrouwbare broodschrijvers.
2. geleerdentijdschriften waarvan Pierre Bayle een van de hoogtepunten afleverde. Pieter Rabus’ Boekzaal was weliswaar in het Nederlands, maar was desondanks geen allemanskost.
3. satirische weekbladen, die het meeste gemeen hadden met de spectatoren – zoals het opbouwen van een vertrouwensband met de lezers, maar die het morele element – in het Duits heten ze “Moralische Wochenschriften!” ontbeerden. Vaak wel weer goeie schrijvers, zoals Jacob Campo Weyerman (concurrent van Van Effen).

2. Ontwikkelingsgang

Deze sterke profilering wordt in de loop van de achttiende eeuw steeds vager omdat het succes van de spectatoren wordt gezien en ze worden al gauw geemuleerd door sommige “stichtelijke of populair-wetenschappelijke auteurs”. Andersom krijgen ook spectatoren bellettristische neigingen (mooischrijverij/literair) [14]
Buijnsters noemt het een “internationaal, bijna epidemisch verschijnsel” dat geen land overslaat.
Suggereert dat er een kwantitatieve staalkaart van Europa gemaakt zou kunnen worden. Ws. enkele honderden, waarvan de meeste in Engeland (200) Duitsland (110+) en Nederland (70). Vreemd genoeg in Frankrijk niet de allure/uitstraling die je zou verwachten. [15]
De oudste Duitse spectator was een hertaling van de Tatler/Spectator. De spectatorschrijvers zaten vaak op dezelfde plaats in het wijsgerig-theologische spectrum en namen daarom graag dingen van hun engelse en duitse collega’s over.

Iedereen surft wel een beetje mee op het succes van de ander (ookal is de ander soms gewoon dezelfde, maar dan met een ander naampie)

Tussen 1710 en 1720 domineren de Franstalige spectators in de Republiek, maar ze verdwijnen vrijwel in 1730. Dan beginnen de Nederlandse (Hollandsche spectator 1731) en in 1770 explodeert de boel, met name dankzij de enorme toename in politiek getinte spectatoren. Met die politisering begint ook gelijk de rek en de fut uit het genre te raken – in elk geval in het Noorden, om pas in de tweede helft van de negentiende eeuw pas weder op te bloeien. Buijnsters houdt dan ook ook in 1800.

3. ontvangst en waardering:

1760 verzadiging, in Duitsland althans, quotete Buijnsters, maar niet in Holland… (dat hebben we eerder gehoord, maar waar? wellicht bij Mijnhardt over de gezelschappen, de gezelschapsverzadiging)

de Tatler en Spectator gingen als zonnetjes, dat moest ook Justus van Effen concluderen. Het lag volgens hem echter niet aan de kwaliteit van de bladne, maar die van de lezers. [18]
Buijnsters merkt op dat er meer kritiek is dan lof op het genre, vanuit kerkelijk-orthodoxe hoek vooral, maar ’t verschilde per nummer. Vind het gek vanwege de massaliteit van het genre, maar eigenlijk is de kritiek natuurlijk waarschijnlijk ontstaan vanuit het idee ‘wat zijn eht er veel’.

Moeilijk uitspraken te doen over de oplages/rendabelheid. Moet uit opmerkingen van de spectatorschrijvers dus worden opgemaakt.

Abonnementen waren er nog niet, wel intekening, waarvan vooral de leesgenootschappen (v/a 1770) gebruikmaakten.