3 sep, 2009
Hume in Bilderdyks catalogus uit 1797 (zie Eijnatten)
Hume werd gelezen door Bacot
en wat te denken van Nieuhof in het latijn?
laurens pieter van de spiegel:
3 sep, 2009
Hume in Bilderdyks catalogus uit 1797 (zie Eijnatten)
Hume werd gelezen door Bacot
en wat te denken van Nieuhof in het latijn?
laurens pieter van de spiegel:
20 jul, 2009
Jongenelen is van mening dat “de Republiek haar vooraanstaande positie in de internationale boekhandel verloor mede omdat de overheid het toezicht verscherpte en dat in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht de censuur daadwerkelijk een belemmering vormd voor de introductie en verbreiding van verlichte ideeën. [i] Dit in tegenstelling tot de algemene verklaring voor het wegvallen van de Republiek als belangrijk Europees boekencentrum, waarbij als externe factor de groeiende tolerantie in het buitenland wordt aangewezen.
Naar aanleiding van zijn eigen werk en van Weekhouts uitgebreide studie voor de periode tussen 1581 en 1700 (263 uitgevaardigde boekverboden in Holland – door de Staten Generaal, de Staten van Holland, het Hof van Holland of de Gecommiteerde Raden – waar Knuttel er maar 117 van heeft gevonden) noemt Jongenelen Knuttel erg onvolledig (voor zijn eigen periode en locatie noemt Knuttel er minder dan 100 uit 254). [ii] Knuttel maakt geen gebruik van de gildeknechten en ook niet van notariële archieven, die het corpus uitbreiden tot ‘vervolgde’ boeken – overigens heeft Jongenelen alleen titels in de lijst opgenomen als de getuigenverklaringen die geregistreerd werden bij de verschillende notarissen ook daadwerkelijk tot vervolging leidden.
Jongenelen meent dat de boekverboden zijn te interpreteren als ‘symptomen van een onderliggende verandering [viii]. Zelfs verboden die werden afgekondigd op aandringen van particulieren en die naar het schijnt een strikt civielrechtelijk karakter hebben, blijken bij nadere beschouwing te zijn ingediend door vermogende burgers en hun families en reflecteren het nog weinig onderzochte standsbesef tussen heren en gewone burgers. En bij octrooizaken moet worden bedacht dat de gepriviligeerde uitgaven, bijvoorbeeld de Boekzaal en de almanakken van De erven Stichter, juist door hun bevoorrechte positie aan de leiband lagen, zodat de overheid er belang bij had deze publicaties de hand boven het hoofd te houden.
Jongenelen maakt een onderscheid tussen godsdienstige en politieke censuur:
[ix] “Vanzelfsprekend lenen vergrijpen tegen de godsdienst zich bij uitstek voor een politieke interpretatie”…. (over het zorgvuldig beschrijven van de ‘vrijheid’ die werd geboden aan religieuze minderheden: “de katholieke kerk werd stilzwijgend erkend, maar eerst en vooral betrof dit een erkenning in het kader van de armenzorg. Publiciteit rondom een bekering tot het katholicisme en de openlijke verkondiging van de pauselijke onfeilbaarheid werden echter nog steeds als ongewenst ervaren. [verwijzing naar twee titels].
Tegenover de lutheranen, remonstranten en doopsgezinden was de toon milder. De bestuurlijke ambten waren voorbehouden aan hervormden, maar velen van hen voelden zich niet langer gebonden aan de [x] formulieren van enigheid en stonden qua geloofsopvatting dichter bij de remonstranten dan bij de hervormde orthodoxie. De vervaging van de confessionele scheidslijn tussen orthodox gereformeerden en dissenters uitte zich in een hausse van christelijk-verlichte opvattingen. De overheid liet de discussianten ongemoeid voorzover men niet het respect voor de godsdienst als zodanig in gevaar bracht – hetgeen in orthodox-gereformeerde kring dan ook met grote stelligheid verkondigd werd. Dat deze strategie succes had, hing grotendeels samen met de opkomst van non-confessionele en deïstische opvattingen. De achttiende eeuwse regenten zagen de godsdienst als noodzakelijk voor de staat.
Vanaf de jaren ’60 wordt aangedrongen op een plakkaat tegen ongodsdienstige geschriften. Dit leidt tot het op 1 mei 1773 uitgevaardigde verbod op godslasterlijke literatuur. [verwijzing naar De Socratische Oorlog van Jongenelen, geschiedenis van de wijsbegeerte 5 (1994)]
In de jaren ’60 en ’70 zorgt de kwetsbare positie van de Republiek er bovendien voor dat er geen aggressieve ondermijnende boekenexport meer kan worden gehandhaafd
Onder het kopje De Republiek en Europa
xvii: “de pogingen om de Republiek aan het einde van de achttiende eeuw te presenteren als een gebied met dezelfde dynamiek als Frankrijk of Duitsland. Naar mijn mening leidt deze strategie tot schuimklopperij”. Habermas’ bá¼rgerliche Offentlichkeit kwam in de Republiek niet tot bloei, aldus Jongenelen. Het ontbreken van een noemenswaardige invoer van Nederlandstalige teksten zorgde ervoor dat alle goede teksten in de Republiek geschreven moesten worden. De makers “waren nergens veilig voor de verontwaardiging van de heren regenten”, hadden last van een minder dynamische markt: kleinere schaal, de vraag van de consument speelde een ondergeschikte rol (t.o.v. privileges als ‘vrijwel enige manier om rijk te worden’
“Ik zie de Republiek in de tweede helft van de achttiende eeuw als een voorbeeld bij uitstek van een politieke economie, van een matschappij waarin de kansen op maatschappelijk succes via het vrije ondernemerschap klein waren, en de kansen op het vergaren van welvaart door goede politieke connecties groot.”
“Enigszins badinerend geformuleerd: “ambtsbejag dwong tot ostentatieve braafheid en dus kon een calculerende boekhandelaar-uitgever de kans op maatschappelijk succes vergroten door niet al te veel uitdagende titels in zijn fonds op te nemen.”
Er moesten gezinnen en families worden onderhouden. Het waren derhalve vooral jonge ondernemers die eigenzinnig waren, en vaak in de buurt van de beurs opereerden om een financieel onafhankelijk publiek aan te spreken.
Ook onverschrokken pamflettisten waren schaars… de meeste verboden titels vloeiede uit de pen van “nogal schimmige figuren uit de rafelrand van de samenleving” [xix]
Voor adel maakt hij een uitzondering (capellen tot den poll)
“Het oligargische politieke bestel genereerde geen maatschappelijk debat en daarom waar het schrijverschap hier dood in de pot.” [xx] dus ook in 1747/48 weinig spectaculairs.
Toch een intrigerend tijdvak – Wie zich bewust is van de invloed van de censuur, leest niet alleen wat er staat, maar vooral ook wat er niet staat. Boeken weerspiegelen de maatschappelijke krachtsverhoudingen, ook zonder dat zij als het ware zin voor zin een betrouwbare weergave bieden van wat men dacht, droomde of onder het genot van enige alcoholica met elkaar besprak.” Bibliografie is beginpunt want in hoeverre was een enkel vonnis om misschien zelf maar vingerwijzing, een uitlanting van een hooggeplaats persoon voldoende om schrijvers, uitgevers en drukkers te weerhouden van de uitgave van controversiële geschriften.
1752 De godsdienst zonder bygeloof. Pieter huisinga bakker
Ephraim justifié. Mémoire historique et Raisonné sur l’Etat passé, présent et futur, des Finances de Saxe. (ondermijning Pruisisch krediet) [18]
69. Daily advertiser (15/16 november 1759).
JN:
Schneider had de Oeuvres van Frederik van Pruisen gedrukt naar een Franse uitgave die door Frederik zelf niet was goedgekeurd.
contrat social 1762
[26] Op 14 juli 1762 werd Marc Michel Rey bezoht door de gildeknecht diee daar preventief alle exemplaren in beslag wilde nemen. Rey had de vooraad echter al verzonden, “dewijl hij wel voorzag dat omtrent het verkoopen van het gemelde werk swarigheid zou kunnen ontstaan”
emile 23 juni, 30 juli 1762
maar geen Hume
20 jul, 2009
Ein Beitrag zur Kirchen- und Literaturgeschichte
van
Dr. Fr. Heinrich Reusch,
Zweiter band.
Erste Abteilung
1885
Onder het kopje “Irreligiöse Schriften 1758-1800” vinden we op bladzijde 918:
“Von David Hume (1711-76) wurde 1761 verb.: Essais philosophiques sur l’entendement humain, avec les quatre philosophes du même auteur, trad. de l’anglois, Amst. 1758, 2 vol. Das Original war zuerst erschienen als A treatise on human understanding.
Hume’s history of England, Lond. 1763, 6 vol. 4., wurde erst 1827 verb. und zwar quoc idiomate, speciell die atalien. Uebersetzung von A. Clerichetti, und nun wurden auch alle anderen Werke von Hume verboten [noot: In dem Index von 1878 werden Mr. Hume und David Hume als zwei Auoren behandelt, was denn doch 1881 verbessert ist.]
Im span. Index stehen nur die Dissertations sur les passions, sur la tragédie, sur la règle du gout, trad. de l’anglois, Amst. 1759, 5 vol., verb. 1773.”
Het gaat om de pausen Clemens XIII (onder andere de encyclopedie, de ‘esprit) en Clemens XIV.
Een iets ander beeld – namelijk dat simpelweg alle werken van Hume zijn verboden in 1761 – krijgen we te zien wanneer we de editie van Jesáºs Martánez de Bujanda,Marcella Richter,Université de Sherbrooke Centre d’études de la Renaissance bestuderen:
20 jul, 2009
De bestsellers zijn
1-10
l’An 2400, Mercier
Anecdotes sur Mme la comtess du Barry, Pidansat de Mairobert?
Système de la nature, d’Holbach
Tableau de Paris, Mercier
Histoire philosophique, Raynal
Jounal historique… par M. de Maupeou…, Pidansat de Mairobert and Moufle d’Angerville
l’Arrétin, Du Laurens
Lettre philosophique, Anon
Mémoires de l’abbé Terray, Coquereau
La Pucelle d’Orléans, Voltaire
uit 11-25
Questions sur l’Encyclopédie Voltaire
L’Observateur anglais, Pidansat de Mairobert
Essai philosophique sur le monachisme, Linguet
Histoire critique de Jésus Christ, d’Holbach
Le Christianisme dévoilé, d’Holbach
Oeuvres, Rousseau
Le Bon-Sens, d’Holbach
de l’Homme, Helvétius
Système social, d’Holbach
Dictionnaire philosophique portatif, Voltaire
schrijft in een noot voor bladzijde 60, noot op blz 402 dat hij wel concurrentie heeft opgemerkt tussen de drukkers/verkopers in Holland en de Société Typographique de Neuchá¢tel, maar geen verschillen tussen de illegale boeken die uit deze verschillende landen kwamen. De hardcore verboden boeken werden toch vaak in nl gedrukt. Zoals praktisch alles van d’Holbach. Handelden veel met Gosse.
Uit de catalogus (tussen haakjes staat het aantal orders bij de STN dat voor het betreffende boek gedaan is):
[87] 308. Histoire naturelle de la religion, traduite de l’anglais de M. Hume [trans. by Jean-Baptiste de Mérian.] Amsterdam, 1759. (trans. from The Natural History of Relgion [1757] by David Hume)
A. STN
Major Dealers:
Mauvelain, Toryes 1 (1);
Robert et Gauthier, Bourg-en-Bresse 6 (1)
TOTAL 7 (2)
[133] 492. Oeuvres. Hume (David). Oeuvres philosophiques de M. D. Hume. 4 vols. (trans. by Jean-Baptistse Mérian.) Amsterdam, 1760.
C Police confiscations: 1 of 10 lists: Prot. <- is een naam van een boekverkoper
D Customs Confiscations: 1 instance 1771.
[159] Recherches sur l’entendement humain d’après les principes du ens commun. 2 vols. (trans. from An Inquiry into the Human Mind, or the Principles of Common Sense [1764] by Thomas Reid.) Amsterdam, 1768.
B. Catalogues: 1 of 6 lists: (Bern “5 1.”)
C Police Confiscations: 1 of 10 lists: Stockdorf
in:
G. Peignot, Dictionnaire critique, littéraire et bibliographique des principaux Livres condamnés au feu, supprimés ou censurés: précédé d’un discours sur ces sortes d’ouvrages (Parijs 1806), II, 221:
“HUME. Histoire naturelle de la Religion. Trad. de l’anglais de Hume, et autres oeuvres du même. Amsterdam, 1756, 2 vol. in-8.”
(onder hobbes’ Leviathan, en Hobbes’ De la Nature humaine)
13 jul, 2009
Inleiding
Heeft naar eigen zeggen de voornaamste bronnen doorgewerkt: plakkaatboeken, resolutiën der staten van Holland, Resolutiën van het Hof van Holland, notulen van de wet enz. van Den Haag, de archieven van het boekverkoopersgilde in Den Haag, te Amsterdam, te leiden enz. enz. Ook gebruikk gemaakt van Servaas van Rooijen, Sepp (staatstoezicht op de godsdienstige letterkunde in de Noordelijke Nederlanden, A. C. Kruseman, 5e hoofdstuk aantekening v. Aantekeningen betreffende den boekhandel van Noord-Nederland in de 17de en 18e eeuw , “waar hij o.a. een overzicht van de plakkaten over verboden boeken geeft.”
Niet altijd werd de naam van de auteur vermeld
“Welke boeken werden nu hier te lande verboden? Een algemeen antwoord is daarop moeielijk te geven. Veel hing af van de gezindheid, van de stemming van het college of den magistraat, die het verbod uitvaardigde. Er heeft hierbij zelfs een vrij groote mate van willekeur geheerscht. Men heeft tal van vrij onschuldige boeken verboden en bij vele anderen, waarvan men vermoeden zou dat zij op den index geplaatst waren, is daarvan schijn noch schaduw te bekennen. Vooral de invloed van het buitenland legde groot gewicht in de schaal. In de zeventiende en achttiende eeuw…” maar vaak was een verbod “meer een uitvloeisel van beleefdheid tegenover een buitenlandsche autoriteit dan een bewijs van vervolgingszucht” [viii, ix]
In Holland is Balthasar Bekker’s De betoverde wereld ondanks lang aandringen van de kerkelijke autoriteiten nooit verboden, wel in utrecht. [xi]
Over dat Sociniaanse boeken altijd wel redelijk streng werden vervolgd: “In de zeventiende en de achttiende euew waren de Socinianen wat men thans de vrijzinnigen zou noemen. Voor een goed geloovig man bestond er naast Spinozist haast geen erger beschuldiging dan Sociniaan te zijn. Vandaar dat er heel wat plakkaten tegen Sociniaansche boeken uitgevaardigd zijn en deze catalogus levert het bewijs, dat menig boek eroordeeld is, omdat er een Sociniaans luchtje van uitging.”
Een censores librorum werd ingesteld, tenminste, in 1769 was er een “conceptplakkaat” met dit doel ontworpen door het Hof van Holland, maar hier werd ferm tegen geprotesteerd. Elie Luzacs protest was hierbij erg belangrijk [xi]
Niet opgenomen zijn de periodieken en couranten-literatuur.
[1] 2. Aanhangzel op de Historie van den heer Willem Leevend, uitgegeeven door E. Bekker, Wed. Ds. Wolff, en A. Deken. [Niet vertaald.] ’s Gravenhage, Willem de Redenaar. 1786.
Als”godslasterlijk”27 februari 1787 in den Haag verboden. Met Wolff en Deken heeft ditboek van 280 blz. niet te maken. Schrijver was W. van Ollefen Caspers. Mogelijk is dat het verboden is als Vervolg op Willem Leevend, zoo als in het door mij gebruikte afschrift van de notulen van het boekverkoopersgilde. Ook 9 jan. 1789 in Haarlem.
[36] 120. Dictionnaire philosopique portatif. Londres, 1764. in-8vo.
Dit boek van VOLTAIRE werd 14 December 1764 door het Hof van Holland verboden, dat verklaarde “welke het selve op heeden door handen des Scherpregters publiquelyk heeft doen verbranden. “Te Amsterdam verboden 3- Nov. 1764. Vergelijk: G. Bengesco, Voltaire, Bibliographie de ses oeuvres. I, blz. 412 v.v.
Bye-korf. Den Nederlandtschen – : waer in Ghy beschreven vindt al tghene dat nu wtghegaen (uitgegaan?) is op den Stilstant ofte Vrede, zeer nootzakelijc om te lesen van alle liefhebbers des Vaderlandts.
(1607, 30 a 40 geschriften over de vredesonderhandelingen van de jaren 1607)
126. Ecole des filles, ou la philosophie des Dames. Fribourg, 1668. in-12mo.
De schrijver, men noemt als zoodanig een zekeren HELOT, werd bij den eersten druk (Paris 1655), veroordeeld om opgehangen te worden. Hij vluchtte en zijn boek werd onder de galg verbrand. Deze druk van Fribourg is in werkelijkheid in Holland gedrukt. De regeering van Rotterdam verbood dit zedelooze boek 31 Jan. 1669, daarin voorafgegaan door de vroedschap van utrecht, die hetzelfde boek in 1668 verboden had. Het Hof van Holland verbood het 7 jan. 1669. Er bestaan van dit boek tal van drukken en vertalingen, o.a. een Hollandsche (Amst. 1658). Men zie hierover de Bibliographie des ouvrages relatifs á amour i. v. Ook uitgaven met obscoene prentjes werden aan den man gebracht en deze prentjes werden ook wel afzonderlijk verkocht.Dit blijkt uit de vervolgening in Dec. 1768 door het Hof van Holland ingesteld tegen een Jood uit Amsterdam, Matthijs van Mordechaij Cohen, wegens het verkoopen van deze prentjes en andere pornographische literatuur. Bij de vervolgen worden nog genoemd de mij niet bekende Discorsi Politici [! maar, waarschijnlijk van Fabio Albergati, Paolo Paruta, Girolamo Brusoni, of Macchiavelli], de Dom Bougre [iets anders obsceens] en L’Academie des dames, een circa 1780 uitgekomen boek. Tevens blijkt uit die vervolging dat de Ecole des filles ook bekend was onder den naam Chineesche Almanach. De eisch tegen COHEN luidde: geeeseling, twaalf jaren tuchthuis en verbanning.
[38-39]
127. Zillesens “De eer van het patriottismus der Zeven vereenigde gewesten verdedigt, zoo in het algemeen voor Europa… etc. “1792 15 april in den Haag en in hetzelfde jaar ook te Amsterdam verboden. (DH pseudonym: Philathethes Batavus) (Cornelis Zillesen in AMSTERDAM) [39]
[57]Hobbes, Th. Leviathan of van de stoffe, gedaente ende magt van de kerckelijcke ende wereltlijcke regeeringe. Amsterdam, J. Wagenaar, 1667 (verboden 1674)
[58]
188. L’homme machine. Leyde, Elie Luzac fils. 1748. in 12mo.
Van dit materialistisch geschrift van J. O. de la Mettrie schrijft G. Peignot in zijn Dictionnaire: Cet ouvrage a té livré aux flammes en Hollande”, zonder op te geven waar en wanneer.
189. Wysgeerige en staatkundige verhandelingen…. Uit het engelsch vertaald. Rott., A. Bothall enz. 1766. In-8vo.
Den 9den Jan. 1789 werd te Haarlem verboden: Hume, Wijsgerige Verhandelingen, waarmede het bovenstaande bedoeld zal zijn.
[60] Allerlei van JDvdC, namelijk:
– Een vertaling van Richard Price’ “Aanmerkingen over den aart der burgerlyke vryheid, over de gronden der regeering, en over de regtveerdigheid en staatkunde van den oorlog met Amerika… Naar den elfden… druk… vertaald door J. D. Baron van der Capellen. Leyden, L. Herding, 1776. in 8vo.
Kn: “De eerste Engelsche druk Observations on the nature of civil liberty is van Februari 1776. Er moeten dus in 1776 minstens elf edities het licht hebben gezien. De eerste Hollandsche druk is van Dec. 1776. Dit patriottisch geschrift behoort tot de boeken den 9 jan. 1789 te Haarlem verboden.
223 Le Francq van Berkey, J. aan zyne medeburgeren. Amsterdam 1783. in-8vo. [68]
263. Mirabeau, graaf de. Van alles [78]
[89] 296. Ouvrages philosophiques pour servir de preuves á la religion de l’auteur. 1764
Het hof van Holland verbood dit boek den 14den Dec. 1764. Volgens zijn publicatie had het drie titels nl den bovenstaande en … drie der stukken hebben tot auteur: Voltaire
[92] 310. La Philosophie de l’histoire. Amsterdam, Chauguion, 1765. in-8vo.
Door VOLTAIRE. De druk van Genève 1765 vermeldt op den titel “par l’abbé Bazi”. Het Hof van Holland veroordeelde het boek den 17den Juli 1765 om verbrand te worden.
[94] Jos Priestley, Historie der verbasteringen van het Christendom. Dordrecht, 1784. in-8vo.
Vertaling van History of the corruptions of Christianity, 1782. (omdat hij sociniaan)
[98] Raynal, G. Th. Fr. Historie van het Stadhouderschap. Overzien door Rousset (de nieuwe druk in 1786, waren al eerdere vertalingen niet verboden) origineel: Histoire du Stadhoudérat depuis son origine jusqu’á présent verschenen in 1748
J. J. Rousseau, 355, 356 [108] Contrat social en Emile verboden in 20 juli in Amsterdam 1762, vlak daarna ook Emile verboden (hoewel de Staten van Holland eerder dat jaar nog een octrooi hadden verleend voor 15 jaar aan Neaulme, die het over had gedaan aan Rey)
[104] 357. Lettres écrites de la montagne. Amsterdam, M. M. Rey, 1764.
377 [110] Spinoza ‘Opera posthuma, quorum series post praefationem exhibitur. 1677. in 4to.
385 [113] John Taylor, Verhandeling van het leerstuk der verzoening, volgens den inhoud der H. Schrift. Harlingen, F. v. d. Plaats, 1754. in-8vo.
[116] Treurgalm op de dood van de koning van Vrankrijk. (1793).
Kn: “Onder dezen titel den 7 Febr. 1793 door de vroedschap van Rotterdam verboden.
[121]
410. Verhandeling over de gelijkheid der menschen, als het oorspronlyke richtsnoer voor ’s menschen handelingen, en de rechten en pligten, die, in de maatshcappij, wederkeerig uit deselve voortvloeien, door Justus Batavus. Amst., H. Brongers, 1794. in 8vo
Kn: Oorspronkelijk was deze verhandeling bestemd als antwoord op de prijsvraag van Teyler’s godgeleerd genootschap: “In welken zin kunnen de menschen gezegd worden gelijk te zijn?”voor de beantwoording waarvan H. C. CRAS en W. L. Brown werden bekrond (13de deel). Waarom de Rotterdamsche vroedschip dit stuk den 5den Maart 1794 verbood wordt niet opgegeven. In den aanvang van dat jaar ook in den Haag verboden.
411. Verhandeling over de toelerantie of verdraagzaamheid in het stuk van den godsdienst; door een liefhebber der waare regtzinnigheid. Leeuwarden, H. A. de Chalmot, 1769-in-8vo.
Kn: den 6den Juli 1769 met vier andere geschriften over hetzelfde onderwerp verboden als “strijdig met den zuiveren godsdienst en dienende tot ersmadinge van deselve”.
423 [124] Aan het volk van Nederland
[125] 426. Voltaire. Memoires pour servir á¡ la vie de M. de – écrits par lui-même. in 8-vo.
Kn: Den 15den Juli 1784 in den Haag verboden. In dat jaar verschenen er drukken met adres: Londen, Berlijn enz. Zie G. Bengesco, Voltaire. Bibliographie de ses ouevres, n0 1642 v.v.
427. Voltaire, La Pucelle d’Orléans, poème divisé en vingt chants. Londres aux dépens de la Compagnie, 1764, in 8-vo.
Kn: Als “inhoudende verschydene grouwelyke en lasterlyke opinien, directelyk strydende tegen Gods hylig woord, en strekkende tot voortsettinge van ergerlyke en valsche leeringen”, werd dit boek door den magistraat vna den Haag den 28sten juni 1764 verboden.
[126] 428. Voltaire, de. Verhandeling over de verdragsaamheit in het stuk der religie. Uit het Fransch Vertaalt. Leeuwarden, A. Ferwerda, 1764. in 8-vo.
[133] 449. De Klagende zee over Neerlands verwoest wordende scheepvaart. Amst. H. v. Werven (1758).
Kn. Gedicht naar aanleiding van den destijds kwijnenden handel, 13 Dec. 1758 te Amsterdam verboden.
Ook Knuttel maakt gebruik van Doorninck, Vermomde en naamloze schrijvers
rond 1764,65 erg druk, als ook in 1789 en 1794
Over de uitspraak van het Haarlemse hof op 9 januari 1789, waarin 22 werken werden verboden:
*Aanwijsing der heilsame politike gronden en maximen van de Republike van Holland en Westvriesland. Leiden en Rotterdam, Hakken