Jonathan Israel is een ster. Hij won onlangs één van de belangrijkste prijzen die er te winnen valt in de Nederlandse geschiedschrijving. Na de Spinozapremie (eerder een beurs dan een prijs) is de Dr. A. H. Heineken Prize for History in elk geval de prijs met het hoogste geldbedrag eraan verbonden: $150.000. Cash. Je krijgt hem uit handen van de K.N.A.W. (De Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen, nu onder de bezielende leiding van ‘de leukste natuurwetenschapper van Nederland’, Robbert Dijkgraaf) als je als historicus een uitzonderlijke prestatie hebt geleverd en daarmee bovendien een belangrijke bijdrage hebt geleverd aan Nederland.

De lezing die hij gaf in Utrecht, onder de noemer “Jonathan Israel’s got something to say” werd gevolgd door drie bijdragen van drie vooraanstaande Nederlandse academici: Wiep van Bunge, Joris van Eijnatten en Wyger Velema. Zij waren uitgenodigd om tegengas te bieden aan het synthetiserende historische geweld van Israel.

Voor mijn tweede lezing over de Verlichting die ik begin deze maand bezocht, moest ik naar de concurrent: in Felix Meritis zou de eerste Burgerhartlezing worden gehouden, georganiseerd door de Werkgroep 18e Eeuw.
Dankzij de website van het Huizinga-instituut, het instituut voor Cultuurgeschiedenis, waarvan in elk geval het postadres zich op mijn Universiteit bevindt, kwam ik op het idee om erheen te gaan. Dit had als bijkomend voordeel dat ik bijna zeker wist dat ik die avond ook mijn scriptiebegeleider Wyger Velema zou treffen. Hij is ook aangesloten bij het Huizinga-instituut, en zo groot is het wereldje van historici die zich bezighouden met de achttiende-eeuwse geschiedenis in Nederland nou ook weer niet.

(meer…)

Spinoza-hype

Er is sprake van een Spinoza-hype, vindt ook Van Bunge. Op 28 juni kwam Elsevier nog met een artikel, waarin Spinoza een ‘heilige zonder religie’ werd genoemd.° De auteur, Piet Moor, zag overal Spinozistische invloeden, zelfs in Jip en Janneke. Spinoza wordt overal bijgesleept, en de boeken van Jonathan Israel hebben hieraan bijgedragen.
Voorbeelden zijn het Letterkundig musum die een permanente expositie plant, de vereniging Het Spinozahuis die maar blijft groeien, en meerdere verwijzingen in de media. Er verschenen de afgelopen jaren bovendien meerdere biografische werken over Spinoza. Dat is bijzonder, want veel informatie over het leven van de filosoof is er niet te vinden. Dat verklaart ook waarom het pseudo-biografische The courtier and the heretic van Matthew Stewart, dat is opgehangen aan één ontmoeting tussen Leibniz en Spinoza, vooral veel nieuws over Leibniz te bieden heeft.

(meer…)

“Ik werk hier, maar ik kom ook stiekem voor Spinoza”, antwoordde ik quasi-kloek toen de mevrouw achter de ontvangstbalie mij vroeg of ik ook voor de studiedag over Spinoza kwam.

In de Rode Hoed, niet toevallig ook de plek waar ik mijn geld verdien als podiumbouwer en stoelensjoeler, organiseerde de Maá§onnieke Stichting Ritus en Tempelbouw een studiedag over Spinoza. De grote zaal was gevuld met keurige heren en dames van middelbare (en nog respectabeler) leeftijd, waarvan er een aantal een soort ketting droegen – het teken van een hoge rang binnen de vrijmetselaars? Tijdens het inleidende praatje bedankte een breedsprakige spreekstalmeester op bijzonder vriendelijke wijze enkele broeders die zich verdienstelijk hadden gemaakt voor de studiedag, of voor de orde in het algemeen. Ook sprak hij zijn vreugde uit over het feit dat er zoveel dames waren (mee)gekomen naar de studiedag. Ik stel me zo voor dat er zich een aantal mannen in het gezelschap bevonden, die schoorvoetend hebben moeten toestaan hoe ook dat leuke exclusivistische element verdween uit de toch-al-niet-meer-zoals-het-vroeger-was jongensclub die de vrijmetselaarsloge heet. De vrijmetselaars hebben hun gezicht gericht op de buitenwereld; op de aankondiging voor de studiedag stond nadrukkelijk vermeld dat ook buitenstaanders van harte welkom waren . Ik geloof niet dat er veel buitenstaanders op die uitnodiging in zijn gegaan, maar er waren er in elk geval twee: Willem en Wiep.

De leden van de Stichting (en de loge) onderbreken hun dagelijkse complotsmederijen natuurlijk niet voor elke willekeurige filosofie-liefhebber. Om het academisch gehalte van de studiedag te waarborgen, waren er dan ook maar liefst twee hoogleraren geregeld. Eén van hen was Wiep van Bunge, hoogleraar in de Geschiedenis van de Wijsbegeerte aan de Erasmus-universiteit. Hij was uitgenodigd om als eerste spreker het één en ander over Spinoza en diens leer te vertellen. En hoe interessant ik het inkijkje in dit merkwaardige rituele overblijfsel uit mysterieuzer tijden tot dan toe ook had gevonden, toen Wiep achter het katheder plaatsnam, wist ik waarvoor ik was gekomen. De spoedcursus Spinoza.

De belangrijkste aantekeningen lees je in het volgende item.