Jonathan Israel is een ster. Hij won onlangs één van de belangrijkste prijzen die er te winnen valt in de Nederlandse geschiedschrijving. Na de Spinozapremie (eerder een beurs dan een prijs) is de Dr. A. H. Heineken Prize for History in elk geval de prijs met het hoogste geldbedrag eraan verbonden: $150.000. Cash. Je krijgt hem uit handen van de K.N.A.W. (De Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen, nu onder de bezielende leiding van ‘de leukste natuurwetenschapper van Nederland’, Robbert Dijkgraaf) als je als historicus een uitzonderlijke prestatie hebt geleverd en daarmee bovendien een belangrijke bijdrage hebt geleverd aan Nederland.

De lezing die hij gaf in Utrecht, onder de noemer “Jonathan Israel’s got something to say” werd gevolgd door drie bijdragen van drie vooraanstaande Nederlandse academici: Wiep van Bunge, Joris van Eijnatten en Wyger Velema. Zij waren uitgenodigd om tegengas te bieden aan het synthetiserende historische geweld van Israel.