19 jan, 2010
Willem Anthonie Ockerse (1760-1826), leven en werk: het bewogen leven van … Door Johanna Stouten
Twee hume-hits
Schreef voor de Politieke Kruyer/Post van den Nederrhijn
19 jan, 2010
Willem Anthonie Ockerse (1760-1826), leven en werk: het bewogen leven van … Door Johanna Stouten
Twee hume-hits
Schreef voor de Politieke Kruyer/Post van den Nederrhijn
19 jan, 2010
Ook een milde anglofiel? als hij in 1784 over Princeton heeft geschreven?
Monografie 138: GES 50.N.4470 Gijsbert Karel van Hogendorp, conservatief of liberaal? H. van der Hoeven 1976
Brieven: 138: GES 50.N.4400.(1-7)
19 jan, 2010
Van Goens ‘memorandums of my life” is het eerste stuk van deze bundel, hierin staat onder andere de “who… my dear Gentlemen… reads English? -quote in (ergens in het midden)
brieven van Lelyveld gaan wel vele over gelezen literatuur, komt ook uit studietijd.
doorgebladerd tot 225 (deel 1)
geboren 1748.
Buijnsters heeft alle brieven aan Hieronymus van Alphen verzameld en in het documentatieblad Achttiende Eeuw geknald: vol. 19 (1987), afl. 2, pag. 93-156; vol. 20 (1988), afl. 2, pag. 121-214; vol. 21 (1989), afl. 2, pag. 139-175; vol. 22 (1990), afl. 2, pag. 181-208
10 nov, 2009
Naast too learne to buye and to sell nu ook:
“Annemieke Meijer en Diederik van Werven, “Maar wie, heeren, leescht er Engelsch?” De kennis van het Engels in Nederland rond 1830 en de “English literary society, in: Johannes e.a. (red.) Een groot verleden voor de boeg, 85-107
10 nov, 2009
G. J. Johannes, Geduchte verbeeldingskracht! Een onderzoek naar het literaire denken over de verbeelding – van Van Alphen tot Verwey, proefschrift Universiteit van Amsterdam, 1992.
noemt receptie van Hume op twee plekken:
blz 44, over aspecten van beschouwingen over de verbeelding, m.b.t. het citeren van auteurs die misschien het niet overal met elkaar eens zijn, maar, wanneer je de juiste dingen eruit pikt, wel leiden tot “de” juiste visie op de verbeelding.
Hierdoor komt Hume in rijtjes terecht zoals die van J. L. Wolterbeek in een noot bij zijn redevoering over de verbeeldingskracht (1803):
Socrates
Aristoteles
ZCassiodorus
Averhoes
Melanchton
Ammerbach
Lud. Vives
Hobbes
Cartesius
Malebranche
Verder zegt hij dat “in het begin der jongst verloopene eeuw, door den grooten Wolf, een vaste grond voor de bewerking van dit onderwerp gelegd is, waar op Hartley, Home (=Hume?), Tetens en anderen, met een zeer goed gevolg, voortgebouwd hebben” [Wolterbeek, Redenvoering, noot 1 en 2, p34-36,]
Twintig jaar later beveelt de auteur van een stukje ” Iets over den smaak”, in De recensent, ook der recensenten, ter lezing aan: “Cicero, Quinctilianus, Demosthenes, Demetrius en Longinus” naast “Sulser, Winckelman, Hume, Mozes Mendelzoon, Lessing, Blair, Engel, Ramler en anderen, waarbij wij nog [div. NL De Bosch, Feith en Kantelaar, Van Beek Calkoen, Van Engelen=niet in dat lijstje] kunnen voegen. De recensent, ook der recensenten 1823, II, pp 398-399]
*****
op blz 54:
“De associatieprincipes of “-wetten”, zoals die vooral door Engelse auteurs als Hume en Hartley zijn gepostuleerd, beschout men als zo kenmerkend voor de werking van de verbeelding, dat men ook wel uitdrukkingen als “de regelmaat der verbeelding” of “de wet der verbeeldingskracht” gebruikt”
(noot: “Zie bijv. C.R.T. Kraijenhoff, Specimen philosophicum (1780), paragraaf XI (Idearum associatio) – XIV (Imaginationis Lex) Vgl. de recensie over J.G.E. Maas’ Versuch á¼ber die Einbildungskraft in de Algemeene konst- en letterbode X (1793), p. 140.)