Volgende pagina »

838: Camper zat bij De Rhapsodist, maar ook bij de denker en de philosooph,

o.c.f.hoffham zat ook bij de rhapsodist en de denker

CVA schreef

“Haan, Christa de en Kruif, lot de “Van excentrische bollen en een kwaadaartig meteoum. ” 1988 Amsterdam ma-scriptie

RHAPSODIST, DE (1771-83) [blz 837-840 van Lotte Jensen]
Camper,
S.de Vries
p.j. Uylenbroek (dictheruitgever)
HOffham
I. de Pinto

redactie:

mogelijk vrienden van meijer zoals

CVE (de philosoooph was ook van Meijer, de uitgever van de rhapsodist)

Frederik Willem Broers, advocaat

allemaal gebaseerd op initialen, want Broers kan voor B staan, maar ook Lublink de Jonge en Betje Wolff worden genoemd.

na de dood van meijer is ’t praktisch klaar -839

BOEKZAEL DER GELEERDE WERELDT (1692-1708, 1715–1800) [blz 115-118, door m.r. wielema)

“As in the case of the Republyk der Geleerden, the main importance of a periodical like the Boekzael vfor the historiography of philosophy lies not in its contribution to philosophical debate, but in the way it functioned as an intermediary between authors and the general reading public.”

Republyk der Geleerden mei/juni 1769

In het letternieuws voor Holland in de mei/juni aflevering van de Republiek der Geleerden is de eerste vermelding: “ROTTERDAM.] By Losel, Bosch, Smithof, Burgvliet, Arrenberg en Beman, is gedrukt: Historie van Engeland van den Inval van Julius Caesar tot de Staatsverandering in ’t jaar 1688. of komste van Willem III op den throon, in agt deelen, door David Hume, Schildknaap, uit het Engelsch vertaald, eerste deel, in groot Octavo.” [514]

Republyk_1769_aankondiging_HvE1

In diezelfde aflevering nog op bladzijde 517 een overzichtje van de nieuw te verschijnen boeken bij G. de GROOT en ZOON:

Republyk_1769_boekenlijstje_HvE1

Republyk der Geleerden november/december 1772

Deel II en III van de Historie van Engeland zien we in het letternieuws niet terug, pas in het laatste nummer voor 1772 zien we het vierde deel weer verschijnen:
“ROTTERDAM.] By Bovengemelden [[Arrenberg]] en by Bosch, Smithof, Burgvliet, Beman en Losel word uitgegeven: Historie van Groot-Brittannie, van den inval van Julius Caesar, tot de Staatsverandering in ’t jaar 1688, of de koste van Willem den III. op den Troon, in 8 deelen, door David Hume, Schildknaap. Uit het Engelsch vertaald, 4de deel; in groot Octavo.” [514]

te vinden via Google Books (gedeeltelijk)

de journalisten zelf lijken trouwens zichzelf trouwens goed te rekenen met de voordelen die Holland ze biedt

Le clerc schrijft het niet in het voorwoord van zijn eerst Bibliotheque dat hij blijft in Amsterdam, dat wie hem toestaat

en enkele decennia later, de schrijver van het voorwoord van de literaire geschiedenis van europa gelooft goed te maken de middelmatigheid van zijn zijn talenten ‘de veelzijdigheid van de onderwerpen, de keur aan boeken, de onafhankelijkheid van de samenvattingen… de rijkweidte en kwaliteit van zijn briefwisselingen’- precies die voordelen die de vrijheid en de hollandse boekzaal mogelijk maakte [50]

het is daarom dat het ons nuttig heeft geleken om de belangrijkste franse tijdschriften te bestuderen die in Holland zijn verschenen tussen 1684 en 1747, teneinde beter te kunnen vaststellen in welke mate de journalisten hebben bijgedragen aan de verspreiding van de boeken die de nederlandse drukpersen afrolden en hoe de tijdschriften tegelijkertijd een spiegel zijn geweest van de boekwinkel van de republiek der letteren.
Voordat we de corpus van tijdschriften die we hebben geanalyseerd presenteren, net als de resultaten die we hebben kunnen trekken (?) is het belangrijk om te geven van een paar van die journalisten die zich bezighielden met de taak die we hier voorstellen. (?)

volgens etienne chavin in le nouveau journal des scavans de rotterdam, de juiste informatie voor het publiek kwam op de eerste plek voor de journalist. ‘het unieke doel van hen die een dergelijk tijdschrift brengen, moet het informeren zijn van het publiek, van (al) dat hij tegenkomt in de republiek der letteren en ze getrouwe samenvattingen geven van boeken.

Dankzij goede samenvattingen moet de tijdschriftlezer makkelijk kunnen oordelen of de gerecenseerde boeken een plekje in hun persoonlijke bieb waard waren. Een goed jaar werd zo een voorbehoedsmiddel tegen de uiterlijke schijn die titels konden vormen. Het is zonder twijfel de reden dat de talloze lijstjes met titels ook niet voldoen, aldus een andere auteur.
Teneinde de prijs te kunnen kennen van boeken, en hun kwaliteit en bruikbaarheid te kunnen weten, heeft het publiek behoefte aan goede samenvattingen.
Die toepassing van een tijdschrift is uitmuntend gedetermineerd door de auteur van de ‘critique désintéressée des journaux litt’raires et des ouvrages des savants’, en tijdschrift van nut en kwaliteit moet de werken kennen die het verdienen gelezen te worden – door de juiste argumenten. Zonder zich daarbij te laten leiden door de auteur of de boekhandelaren.

Het is frappant dat veel andere journalisten tiennent a = take to = tend to = neigen => geneigd zijn om hun onafhankelijkheid jegens de boekhandels te verklaren. Natuurlijk, de journalisten hebben behoete aan hun ‘concours’= strijd (?) en er zijn de boekhandelaren die hun vaak een groot aantal boeken te recenseren
[52]
Maar dat moet niet betekenen dat een journalist het zich kan permitteren om het publiek te misleiden en slechte boeken te huren (également): volgens de auteur van het voorwoord van de nouvelle bibliothèque ou histoire littéraire…., wordt dit laatste (veroorzaakt door de hebzucht van bepaalde boekverkopers’. De journalist van de biblitoèque angloise is zelf explicieter: de auteurs [van een blad] moeten nooit onder de ‘gebroken’ onder de boekverkopers’en zich niet mengen met de verkoop van hun werken.
De journalist moet dus (veiller = ensure) verzekeren dat hij zijn onafhankelijkheid bewaard; ookal de nederlandse boekhandelaren een aanmerkelijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de meeste tijdschriften, niet alleen voor hun oprichting, maar ook voor het leveren van de nodige materiaal en soms zelfs een voorraad onmisbare contacten hebben gezorgd, een goede journalist moet niet toestaan dat de boekhandelaar zich bemoeit met de inhoud van het tijdschrift dat doorhem wordt uitgegeven (publishing house)

om [zelfs] maar niet te gedeeltelijk te beantwoorden aan de kwestie van het weten hoe de journalisten in Holland hebben bijgedragen aan de verspreiding aan de verspreiding van boeken in de republiek der letteren, hebben we een gedetailleerde analyse gemaakt van de typografische en geografische herkomst van 12 franstalige tijdschriften tussen 1684 en 1747. het handelt zich van BR BB, niet de nouvelle bibliotheque (hoewel die eerder wel geciteerd wordt)

[68]

Zoals de jouranlisten hebben moeten weten uit ervaring dat het vaak moeilijk was om goede boeken te krijgen, faalden enkele van hen, vooral die uit amsterdam, er niet in om aan het begin van een verslag en onmiddelijk na de bibliografie een beschrijving van de locatie waar men het gerecenseerde boek kon vindne.
Ongelukkig is het nniet mogelijk om hieraan een strategie te ontdekken onder de journalisten en het is niet meer duidelijk voor welke catégorie van werken en onder welke omstandigheden de journalisten het verkoopadres noemden.

Maar ..(andere boekhandelaren worden ook genoemd) ..

De journalisten die de concurrentie tussen boekhandelaren zeker niet toe konden laten als hun werk, lijken daar ook op hun onafhankelijkheid te hebben gelet

Zulke journalistieke autonomie verklaart het ook dat men over het algemeen een paar opmerkingen vind onze bladen over de nederlandse uitgevers en hun kwaliteiten of fouten in de artikelen. Het is vooral in de BR dat wij deze zinnetjes tegen komt aan het adres van de boekhandelarearen. maar als de journalisten … een verslag begonnen van een werk gepubliceerd door wetstein en smith, redacteurs van het blad in kwestie, met de constatering dat sinds vijftig jaar ‘deze winkel europa voorziet in de beste edities van alles dat er is van de meest bijzondere in de oude en nieuwe literatuur’ vionden de drukwaar van andere boekhandelaren ook een goed woordje in het tijdschrift. Dat is bijvoorbeeld het geval met de publicaties van Scheurleer in Den Haag die ‘plezierig om te zien(?) waren’ en bij wi alles van het soort dat de moeilijkste tevreden houdt’ vooral de materiële kwaliteit van de nederlandse producties is regelmatig geroemd door de journalisten van dat tijdschrift.
Het gaat zonder te zeggen dat de kritiek van de journalisten niet altijd positief is geweest over de nederlandse boekwinkel, maar hun kritiek was doorgaans in het bijzonder gerichtaan de kant van de materialen, de gestegen prijt, drukfouten, of de slechte kwaliteit van de gravures,
[69]
Want daarentegen vindt men weinig bijtende opmerkingen aan het adres van de uitgevers, zoals men die kan vinden in de correspondentie van sommige journalisten. De kostbaarheid van boeken is soms gesignaleerd in de periodieke pers, maar één kritiek zo zuur als die van Pier Bayle of een Charles de La Motte volgens wie de boekhandelaren van Holland slecht betaalden en gierig zijn, is niet gedrukt in de tijdschriften. De onafhankelijkheid van de journalist betekent dus geen ongebreidelde vrijheid; de journalist lijkt een zekere hoffelijkheid in acht te hebben willen nemen, die voorkwam dat zo alle soorten onnutige grieven werden geuit. Daarnaast, laten we niet vergeten dat er soms echt goede relaties tussen journalisten en boeverkopers waren; elk was afhankelijk van het succes van hun samenwerking

Dat werk vereiste een flinke toewijding ook van zowel de journalisten als de drukkers. Want hoewel de laatsten (de journalisten) hun brood verdiende publicerende en redigerende hun periodieken, is dit niet minder waar dat zij voor alles ook de republiek der letteren wilden dienen. Waarom geleven we niet aan het verslag van de auteur in het voorwoord van de bibliotheque impartiale in 1750? Hoe het publiek van de periodieke pers goed opgeleid en geletterd en over het algemeen best een beetje rijk waren, is het zeldzaam, bevestigt hij, dat de boekhandelaren zich verrijken door middel van de productie van een tijdschrift. De beloning voor het redactionele werk is weinig meer voordelig volgens de zelfde auteur, omdat de journalisten aan hun kant riskeren terug te vallen in de vergetelheid.
Maar zulke weinig fortuinlijke omstandigheden voor de boekhandelaren en de journalisten hebben het succes van het genre niet in de weg gestaan. Zeker de diffusie van het europese boek, vooral de nederlandse druk kon niet beter zijn gegarandeerd dankzij de franse periodieken in holland. Houwel allerlei teleurstellingen uitgedrukt door Bayle over de boekhandel van de Republiek in 1686, had de Republiek der Letteren daar een grotot aantal prestigeuze boekhandels tot haar beschikking en een plek die men zo vond zijn, dat di journalist en de philsoosooph heeft gehoopt aan het begin van zijn onderneming in 1684 , whet algemee tijdschrift en zoals de ‘receptacle’ van alles dat men vindt in andere landen
Zulke rijkdomemn maakten het mogelijk zonder gelijke en gaf het de manifestatie van de vrijheid die werd beneden in heel europa.

Het gaat om een inventarisatie van de Mengelwerken. Onduidelijk blijft dus – vooralsnog – wanneer een artikel precies is gepubliceerd.

Hieronder een opmerking van Susanne Parren, werkzaam bij WomenWriters, maart 2006, over de verschillende namen van de VLO door de jaren heen:

VADERLANDSCHE LETTER-OEFENINGEN
{WW:bibl.} Achtereenvolgende titels van het tijdschrift Vaderlandsche Letteroefeningen:
1761-1767 Vaderlandsche Letteroefeningen
1768-1771 Nieuwe Vaderlandsche Letteroefeningen
1772-1778 Hedendaagsche Vaderlandsche Letteroefeningen
1779-1785 Algemeene Vaderlandsche Letteroefeningen
1786-1790 Nieuwe Algemeene Vaderlandsche Letteroefeningen
1791-1811 Algemeene Vaderlandsche Letteroefeningen
1814-1876 Vaderlandsche Letter-Oefeningen, of tijdschrift van konsten en wetenschappen
[Susanne Parren, WomenWriters, maart 2006]

Vertoog 104 van het Tweede Deel van de gebundelde bladen van De Onderzoeker:

Volgens de inhoudsopgave:
“Waar het van daan komt dat de Zeedekundige Schryvers zo weinig verandering in de Zeeden der menschen te wege bregen. Besluit van het Tweede Deel.

Het artikel zelf, verschenen op 22 oktober 1770:
http://books.google.com/books?id=VIQTAAAAYAAJ&printsec=titlepage&hl=nl#PPA409,M1

Volgende pagina »