Volgende pagina »

1/9 “if a backwardness to enter into that state should prevail in the world”
als tegenzin in ’t Huwelyk eenmaal de overhand mogt krygen [blz 305]

2/9 opmerking dat gezegd wordt dat er meer waarheid in een satire zit dan in een lofrede is vervallen.

3/9 “tho’ tis very likely that they will think it an unreasonable love of it in us, which makes us insist so much upon that point” over de mannelijke hekel aan de machtslust van vrouwen- valt weg, evenals een historische anecdote over de vrouwen van Scythia

4/9, 5/9 – weggevallen en vervangen door een lang stuk waarin de vertaler zijn eigen mening geeft. hij denkt dat vrouwen best wat inschikkelijker zouden kunnen zijn en suggeereert dat het idee dat werk het domein is van de man en huis van de vrouw een slechte is: “Neen! de zorg van elk uwer gaat over een gedeelte in het byzonder; maar beide moet gy toezien op ’t geheel”, [blz 308]

in de volgende aanvullende alinea zegt de vertaler da thij zelf een “veel gemaklyker zedeleer” heeft, beter dan die van Theologanten die beweren dat de vrouw wel degelijk onderworpen is aan de man. Want welke verliefde jonge meid zou zo’n verdrag aan willen gaan?

6/9 interessante aanvulling: “En hierom wenschte ik hartelyk, dat myn Systhéma, van gelykheid tusschen man en vrouw (’t welk zekerlyk op de gezonde reden, en het natuurlyk regt der menschen gegrond is,) wierdt aangenomen; dat het Huwelyk niet meer wierdt aangemerkt als onderwerping, of als een verdeeling van gezag, maar als een verdrag van de allernauwste vriendschap; dat geene der Partyen om heerschappye dagt;maar man en vrouw elkanderen als leden van één lighaam, of zo gy wilt, als één enkel Individu beschouwen.
[vetgedrukt is bij Hume te vinden – wel in de volgende regel ‘amicable’ waar misschien de vertaler vriendschap uit heeft gehaald]

8/9 ontbreekt (maar is kort)

7/9 passage uit 9/9 naar voren verplaatst door A.A. : “Droevige toestand! rustelooze poogingen! angstvallige zorgen! onwe^rstaanlyke begeerten! onvoldoenbaare behoeften! geduurige teloorstellingen! Dit alles maakte den menschen het leven bitter. Vergeefsch namen zy hunnen toevlugt tot andere geneugten; vergeefsch zogten zy, door de volmaaking hunner zielsvermogens, of de opvolging van andere begeerten, hunne verdriet te leenigen. Niets kon dat ydel vullen, dat zy in hunnen harten gevoelden, noch het missen hunnen wederhelften vergoeden, waarvan zy hetverlies zo deerlyk beweenden” [310-311]

9/9 LOVE wordt CUPIDO ‘avancement, convenance, douarie – franse woorden ipv humes ‘settlement, family, children, servants’ als de dingen waar ‘zorg’ op aanstuurde bij Hymen, wat als gevolg had dat het “wezenlijk geluk” verwaarloosd werd. (toegevoegd)

het herstel van de ‘Androgyne’ wordt bij a.a. eenvoudig weer “zyn ouden staat”

351 Geopend met een gedicht van Poot: ”

Arme Gierigaerts, hoe na
Zit gy by uw zilver warmer
Door uw’ rykdom wort gy armer
Met uw schatten groeit uw’ schd.
”

1/7 “de gewoonen trein des levens”
fallstaff ontbreekt

2/7 een old usurer wordt een oude woekeraar in Vrankryk [355]

“These jewels are not true; i can only lend ten pistoles upon such a pledge” wordt: “Neen, myn Vriend, die Steenen zyn niet egt, en ik wil niet meer dan twintig Pistoolen schieten op dat pand”
Aangevuld met eigen anecdotes

3/7 uitgesmeerd over twee alinea’s

4/7 “men heeft dronkaarts en ligtmissen” (?) redelyke menschen zien worden (toegevoegd)

5/7 ‘helemaal’ goed!

6/7 idem

7/7 idem

http://library.nlx.com/xtf/view?docId=hume/hume.11.xml;chunk.id=div.hume.hist.v1.17;toc.id=div.hume.hist.v1.17;brand=default#hume.histf.518fm

nootje ontbreekt, deze versie is dus niet van deze gewijzigde editie.

Op bladzijde 17 van deel 1:

“De lafhartige Britten” voor “The ABJECT BRITONS” (intelex versie, blz 13).

Op bladzijde 505 van deel drie – in een stuk over Hendrik VII, rond 1799 zien we een aantekening van de vertaler: “De Aenteekening hierop, zoo groot zynde, datze het doorlezen hinderlyk wezen zoude, is die aen het einde van dit deel geplaetst.” [505n]. blz 63 van deel 3 in oorspr. versie

http://library.nlx.com/xtf/view?docId=hume/hume.13.xml;chunk.id=div.hume.hist.v3.9;toc.id=div.hume.hist.v3.9;brand=default#hume.histe.2511fm

Als alle voetnoten en opmerkingen die schuingedrukt zijn van de vertaler zijn…

begin DEEL 3 “Richard II” correspondeert met het zesde deel van VOLUME 2

BOEK 6 correspondeert met het 5e boek v/d oorspronkelijke serie.
blz 6 van dat boek komen we een lange noot tegen waarin Hume de veroordeling van Raleigh beoordeelt. Gek genoeg gebeurt hier precies iets anders: hoewel de noot 7 bladzijden beslaat wordt hij niet achter in het boek overgenomen.

boek 7, opmerking van vertaler op bladzijde 1 over het vertalen van het woord independenten.

boek 8.
inleidend stukje “De vertaler aen den lezer”
Groot Quarto

Alinea waarin Smithof Hume verdedigt tegen de aantijgingen van partijdigheid uit engeland door te wijzen naar de val van Jacobus II die wel gewipt moest worden -> nootje naar VIII. Deel, bladz.. 403.
Volgende alinea:
“Even zoo ongerymd is het in sommigen, te vreezen van in dit werk te zullen ontmoeten eene besmettende Wysbegeerte.’t Is waer, de Heer Hume geeft in zyn Geschieverhael te blyken van gezond verstand en menschlievenheit, overá¤l waer verkeerde godvrucht, blinden yver, verachtelyke dweepery, de buitensporigheden der geestelyken, of de wanbedryven van anderen, eene gisping verdienen; doch hy heeft zeer wel weten te onderscheiden dat hy een historiesch, en geen wysgeerig werk schreef. Wie derhalven, in ’s Mans Historie van Engeland dezelfde vlekken denkt te zullen vinden die men in zyne Proeven van Wysbegeerte meend te ontdekken, bedriegd zich merklyk. Allerwegen waer hy zich als Philosooph laet zien, geschied zulks met de uiterste bescheidenheit en gematigtheit. Al zyn haet is gekeerd tegen de ondeugd; en het is geenzins de godsdienst, van wat soort ook, maer wel de gebreken van denzelven die door hem aengerand worden.
N. SMITHOF. ”

wilde alles fotograferen in het deel richting glorious revolution maar het geheugen was vol. gebleven bij 395

Via de ‘catalogus van de provinciale bibliotheek van Zeeland’:

Het vervolg van T. Smollett is als IXe deel uitgegeven “Naar het Engelsch” in Utrecht, 1791. 8vo.

Ook in het bezit van de Zeeuwse bieb zijn twee engelse Histories en een nieuwe vertaling van 1845. Met een essay van Campenon, 26 delig in 7 banden, met portretten

Volgende pagina »