Volgende pagina »

Vertoog 104 van het Tweede Deel van de gebundelde bladen van De Onderzoeker:

Volgens de inhoudsopgave:
“Waar het van daan komt dat de Zeedekundige Schryvers zo weinig verandering in de Zeeden der menschen te wege bregen. Besluit van het Tweede Deel.

Het artikel zelf, verschenen op 22 oktober 1770:
http://books.google.com/books?id=VIQTAAAAYAAJ&printsec=titlepage&hl=nl#PPA409,M1

VII

325: Marmontel

329 verschil verstand wijsheid wetenschap

337: menselijkheid en mensheid

343 Stuk uit Bancoft’s Natuurlijke Historie van Guiana, te vinden op google:
http://books.google.nl/books?id=-8gaAAAAYAAJ
en aan het eind wordt gezegd:
“Hier in [in het claimen dat het geluk zonder vrije kunsten van de Volkeren buiten Europa moest betekenen dat het voor de beschaafde wereld ook beter zou zijn om zonder k&w verder te gaan] hebben zy echter grof gedwaald; naardien deeze dingen, welken in den staat der Natuur nutteloos zyn, zeer heilzaam kunnen zyn, in eene beschaafde Samenleving; om dat Kunsten en Wetenschappen het zekerste tegengif zyn, tegen de kwalijke uitwerksels der Weelde en de zogenaamde Politesse” [240]

Stukje 346 en 347 is een vertaling van een verhandeling van Adam Ferguson:
Adam Ferguson, An Essay on the History of Civil Society, 5th ed. (London: T. Cadell, 1782). Chapter: SECTION I.: Of the question relating to the State of Nature.

Accessed from http://oll.libertyfund.org/title/1428/19704 on 2009-03-11

352: nog een stukje van Bancoft over de huiselijke vrede

354: ene Paoli die in de Republiek de vrijheid heeft gezocht?

364 en 365 over de vrijheid van de drukpers en de beste manier het ongeloof uit te rooien

Pagina's: 1 2 3 4 5 6

  1. De verreezene Hollandsche Socrates (Den Haag 1741), 30nrs.
  2. De Algemeene Spectator (Amsterdam 1742-1743, ipv 1746, wat Buijnsters noemt?)6 delen
  3. De Patriot, of Hollandsche Zedenmeester (Den Haag 1742-43)60nrs [IWO]
  4. De Patriot, of Polititike Bedenkingen, over den staat der Vereenigde Nederlanden in ’t jaar MDCCXLVII (Den Haag 1747-48), 30nrs.
  5. De Algemeene Spectator (Amsterdam 1748), 30nrs.
  6. De Nederlandsche Spectator (Leiden – Buijnsters zegt “Leyden”? 1749-1760), 12dln.
  7. De Nederlandsche Pariot (Leiden, rond 1750 – zonder jaartal, zegt B), 4 stukjes
  8. De Zeedemeester de kerkelyken (Amsterdam 1749-1751), 2dln.
  9. “De Nagtstudie van Justus Bickerstaff” uit Franeker (1747-1748) slaan we even over

    Er staat een lange lijst met vertaalde spectatoren, waarvan de meeste uit het Engels en later uit het Duits – er zijn zelfs twee Deense (via het Duits) – zijn vertaald. Als het goed is moeten in Fieser deze spectatoren wel terug te vinden zijn, wat ervoor zou zorgen dat we op die manier op het spoor kunnen komen van Hume-vermeldingen in de vertalingen.

Jan Hartog heeft in 2009 een boek op de wereld gezet waarin het gaat over de spectatoriale Geschriften van 1741 tot 1800 – hierin komt ook de Philanthrope aan bod op bladzijde 12/13, waarin ook het ontlenen aan hume wordt genoemd. verder weinig nieuws (voor zover te overzien).

Over de auteurs van de Philanthrope: zie Vermomde en naamloze auteurs opgespoord… van Van Doorninck

I

 Opgedragen aan Pieter le Clerq, commissaris der Uitheemsche Depeches van hunne Hoog Mog. de Heeren Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden, waarbij de Philanthrope het volgende nog zegt: “á“m voor de vuist te spreeken: eigenlyk beschouw ik u, in deeze Opdragt als Vertaaler, en , weegens uw ouderdom, en occupatien, als EMERITUS VERTAALER. Als Historieschryver durf ik, uit reden van eigen belang, niet waagen u voor dit Stukje te plaatsen, want de waarde van een Werk moet toch dikwils staan of vallen met een’Beschermheer, die aan deszelfs hoofd geplaatst word; de ondergang des eenen sleept onvermydelyk het bederf des andere met zich. En myne vrees is. dat gy, als Historieschryver, als Vertaaler, nog bestaat en leeft. Mogelyk dool ik. Ik wil er niet voor instaan. Misschien sterft de laatste schielyk aan eene pleuris, terwyl de eerste, aan een teering kwynende, het nog weinig Jaaren sleepende houd. Ontfang dan, als VERTAALER, dit Werkje, en draag het zoo veel achting toe, als gy oordeelt dat het verdient… ”

merkwaardig

Stukjes

  • Inleiding vertelt hoe het eerste vertoog uit de ADVENTURER is gehaald, “een der Papieren, die onlangs met grooten opgang door de naburige Britten gelezen en geprezen zyn”. De auteur beschrijft vervolgens hoe dit blad als een “WAAGHALS” “in ’t Gevaar van het vrymoedig Oordeel van het Gemeen begaf, en zich als een Kampioen tot Voorstand van Deugd en goede Zeden, tot heil van ’t Menschdom, blootstelde. Vint Nederland in dit Karakter, om ‘er een openbaar Geschrift mede te beginnen, iets vreemds en dat met zynen smaak niet overeenkomt, men blyve niet aan de beginselen hangen, of stel zyn oordeel in de waagschaal om den arbeid van een verstandigen Schryver hierom terstond te laken.” Want, vervolgt de auteur, hoe dieper je in de ADVENTURER komt, hoe meer je het heilzame er van in begint te zien. Daarom kon de Philanthrope die karakterisering van waaghalzerij achter zich laten. [3].
    “De PHILANTHROPE kent ook andere Papieren der Britten, waar uit hy meent voordeel voor Nederland te kunnen rapen en hy tracht ‘er gebruik van te maken. Wat hy ‘er van zyn eigen maaksel zal byvoegen heeft hy nog niet bepaald, hoewel hy ’t niet buiten hope stelt dat iets diergelyks zou kunnen gebeuren; maar hy vint geraden geene belofte te doen om in geen schuld te vervallen, waar van de betaling dikwils hoe langer hoe meer onzeker worden kan.”
    En tot slot wenst de Philanthrope “zyne Lezeren het Nut, dat hy zelf in de Britsche Schriften meent gevonden te hebben”.

    Geen wonder dat we Hume precies in dit tijdschrift tegenkomen!

  • In stukje 3 wordt door de Philanthrope en een briefschrijver Batavus gefilosofeerd over de mogelijke bijdrage van diens Philanthropisch genootschap – de eerste had namelijk de vertogen van de laatste haast letterlijk uit de mond ontfutzelt – en kondigt de Philanthrope aan dat Batavus’ stukjes met een B zullen worden ondertekend, en die van hemzelf met A (voor Anglicanus).

    Maar eens turven hoe vaak dit voorkomt!

  • 9: stukje waarin over atheïsten en vrijdenkers wordt gesproken
  • stukje van ANTHONY DOBBELSTEEN over geldzucht en gokken, waarin wordt verwezen naar Mandeville’s Fable of the Bees: “Zoo iemand van myne Landsluiden zoo bekrompen van ziel mogt zyn, dat hy nog eenige zwaarigheden over dit stuk hadt, en deeze Leer gaarne wat nader zag opgehelderd, wys ik hem naar de Fabel der Byën van den doorlugtigen Mandeville, en diergelyke stigtelyke Zedekundige Boeken meer.

Nummertje 52: “De Woorden zsggen min; maar Zeken Spreken ’t meest; Men lette op Zaken dan terwyl men Woorden leest.” ANONYMUS, zo leidt de Philanthrope de brief in, waarin “Uw getrouwe en dienstvaerdige Lezer Z” een schets voor een Nederduytsch woordenboek presenteert. Veel artikelen bestaan meer uit commentaar dan uit puur betekenis en grammatica, maar dat is een beschuldiging die hij wel op zich wil nemen. Datzelfde geldt immers voor Bayle: “Ik kan wel honderd artikelen uyt Bayle opnoemen, waar men duydelik siet, dat de Titel alleen om de aanmerkingen daar geplaatst is, en nochthans blyft het ’t woordenboek van Bayle.” Voorbeeldlemma “Compliment” begint dan ook met de volgende zin: “Behoort onder de woorden die niets beteekenen.”
Stukje 57 en 58: reisverslag (en reactie daarop) van een Engelsman, MODERATUS genaamd, die in een postkoets door Engeland reist. ánteressant is dat de Engelsman zijn vaderland de “grootste verscheidenheid van Karakteren” kent van alle landen op de wereld, dankzij de “groote Vryheid onder hen, die ydereen de Privilegie geeft, om op zyne manier wys of dwaas te doen, en die elk behoed voor eene noodzaakelyke geveinsdheid of slaafsche navolging.”

 

dit zou zo uit Hume’s Of Natural Characters kunnen komen, waarin Hume het volgende schrijft: “the ENGLISH government is a mixture of monarchy, aristocracy, and democracy. The people in authority are composed of gentry and merchants. All sects of religion are to be found among them. And the great liberty and independency, which every man enjoys, allows him to display the manners peculiar to him. Hence the ENGLISH, of any people in the universe, have the least of a national character; unless this very singularity may pass for such” [ONC Intelex: Para. 19/35 mp. 207 gp. 251] MODERATUS schreef dit verslag 9 jaar na de eerste publicatie van ONC in Engeland.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6

Volgende pagina »