paragraafnummers komen uit de library.nlx.com intelex editie.

ontbreekt: 2/35
3/35 idem
4/35 i
5/35
6/35
———7 sterk gewijzigd, vriese paarden erbij blz339
8/35
9/35

———-10,11
12 en 13 samen gevoegd, vriesen en overysselschen erbij genoemd
argument dat vorsten hun landsgrenzen langs verschillen trekken onzin lijkt is erbij bedacht.

341 “en overal, daar zig Doopsgezinden hebben neêrgezet, heeft men eerlyke Kooplieden gevonden.” -gah! [blz341]

342 de grieken uit 15/35 worden griekse christenen

17/35 over verschillen in tijd – verplaatst naar achter 19/35

18/35 over internationale contacten – geschrapt

19/35 deels gehandhaafd: voorbeelden van Holland, Schotten, Duitsland, Frankrijk Spanje zijn weggehaald.

20/35 slechts heel beperkt daar, Maupertuis erbij, noot naar ‘the negroes’ in elk geval helemaal niet daaar.

21 ook nog

22, 23,24 ontbreken.

25, daar, (met wegname van de vlamingen) But I am apt to think, that this has happene by accident wordt “Maar dit verschil is zekerlyk aan zedelyke oorzaaken toe te schryven” [blz346] en hier ontbreekt wederom het ‘ingewikkelde’ analytische stuk, waarin Hume uitlegt dat zowel barbarij als té sterk verfijnde politiek kan zorgen voor corruptie.

26 is qua vraagstelling opgenomen: gaan veroveringen van noord naar zuid? – , maar roept vragen op waar Hume verklaringen suggereert “Maar hoe zal men, op deze wyze, de heldhaftige dapperheid van Mahometh en zyne onverschrokken Arabieren verklaaren?” (en nog twee nieuwe voorbeelden van de Polen en de Waiwodes en de Denen die ook onderworpen zijn) i.p.v. “it would have been juster to have said, that most conquest are made by poverty and want upon plenty and riches”
De “onsterfelyke Montesquieu” wordt geïntroduceerd, wiens Esprit des Loix tot verplichte materie was geworden [blz 364]

27 over voedsel 28/29 over de kwetsbaarheid maar ook sociale vormbaarheid van moed ontbreken.

30 en 31 en 32 33 samengevoegd tot één

34 “Dog, ik onderstel eens,” [blz. 347]

35 over liefde ontbreekt.

Twee keer beet
Het hele zoeken in spectatoriale tijdschriften is bij mij op gang gekomen door een toevallige vondst van mijnheer Velema (voor iedereen die er nog over twijfelde: van je scriptiebegeleider moet je het hebben!), nu alweer maanden geleden. In een proefschrift was hij een vertaling van een essay van Hume tegengekomen. Een vertaling van “Of Superstition and Enthusiasm” moest te vinden zijn in de vijfde band van De Philanthrope, de voorloper van De Denker (vorige week schreef ik al hoe ik in dit blad mijn eerste verwijzing naar Hume hier – zij het voor de tweede keer – had gevonden).

Bij het doorlezen van de index van de zesde band had ik ook al een verwijzing gevonden naar een stukje waarbij er haast geen twijfel over kon bestaan of dit was er één van Hume:

“Nationaale Karakters (De) van verschillende Volkeren, hangen weinig of niets van het Climaat, maar genoegzaam alleen van zedelyke oorzaken af. V N.265, 266.”

Dat betekende dat er niet één, maar twee essays van Hume waren vertaald in de vijfde jaargang van De Philanthrope. In het allerlaatste deeltje van dit blad werd ook al gesuggereerd dat het om meerdere stukjes van Hume ging, die waren vertaald:

“Behalve de gemelde Periodique Papieren, zyn er ook noch andere stukken van uitheemsche Schryveren in dit werk overgebragt. Dus is het Ontwerp van een Satyrisch Woordenboek in No.52.53.54. uit het Hoogduitsch van de heer RABENER nagevolgd. In de twee laatste Deelen zyn verscheidenen Vertaalingen uit HUME, VOLTAIRE, FONTENELLE, en zeker nieuw Werkje, Bigarrures Philosophiques genaamd, te vinden; welke allen medegedeeld zyn. De Vertaaler van die stukken heeft zich niet naauwkeurig aan het oorsprongkelyke gehouden; maar dezelven in tegendeel, naar den smaak en het Karakter van onzen Landaard geschikt; zo als men onder anderen uit de vergelyking van de Micromegas van VOLTAIRE met het 295ste en 296ste deezer Vertoogen kan bespeuren. In het overzetten der Engelsche Papieren, waar van ik straks gemeld heb, heeft men nu en dan dezelfde vryheid genomen; doch veelen van deezen zyn woordelyk vertaald.”

Vreemd genoeg is van dat “mededelen”, waarover hierboven wordt gesproken, weinig terechtgekomen. In ieder geval niet bij de stukjes van Hume: zijn naam valt in geen van de vier deeltjes die zijn gebruikt om de essays van Hume af te drukken (allebei de essays zijn gesplitst en over twee deeltjes verdeeld). Je moet als lezer dus echt weten dat het hier gaat om vertalingen.
Onder de twee vertalingen staan de initialen A.A., waarvan het nog niet helemaal duidelijk is of het gaat om een variant op de “Anglicanus” waarmee de oudere Philanthrope zijn stukken ondertekende, of het I.A., L.A. of O.A., waarmee de jongere Philanthrope zijn vertogen zei te ondertekenen.

Jan Hartog heeft in 2009 een boek op de wereld gezet waarin het gaat over de spectatoriale Geschriften van 1741 tot 1800 – hierin komt ook de Philanthrope aan bod op bladzijde 12/13, waarin ook het ontlenen aan hume wordt genoemd. verder weinig nieuws (voor zover te overzien).

Over de auteurs van de Philanthrope: zie Vermomde en naamloze auteurs opgespoord… van Van Doorninck

I

 Opgedragen aan Pieter le Clerq, commissaris der Uitheemsche Depeches van hunne Hoog Mog. de Heeren Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden, waarbij de Philanthrope het volgende nog zegt: “á“m voor de vuist te spreeken: eigenlyk beschouw ik u, in deeze Opdragt als Vertaaler, en , weegens uw ouderdom, en occupatien, als EMERITUS VERTAALER. Als Historieschryver durf ik, uit reden van eigen belang, niet waagen u voor dit Stukje te plaatsen, want de waarde van een Werk moet toch dikwils staan of vallen met een’Beschermheer, die aan deszelfs hoofd geplaatst word; de ondergang des eenen sleept onvermydelyk het bederf des andere met zich. En myne vrees is. dat gy, als Historieschryver, als Vertaaler, nog bestaat en leeft. Mogelyk dool ik. Ik wil er niet voor instaan. Misschien sterft de laatste schielyk aan eene pleuris, terwyl de eerste, aan een teering kwynende, het nog weinig Jaaren sleepende houd. Ontfang dan, als VERTAALER, dit Werkje, en draag het zoo veel achting toe, als gy oordeelt dat het verdient… ”

merkwaardig

Stukjes

  • Inleiding vertelt hoe het eerste vertoog uit de ADVENTURER is gehaald, “een der Papieren, die onlangs met grooten opgang door de naburige Britten gelezen en geprezen zyn”. De auteur beschrijft vervolgens hoe dit blad als een “WAAGHALS” “in ’t Gevaar van het vrymoedig Oordeel van het Gemeen begaf, en zich als een Kampioen tot Voorstand van Deugd en goede Zeden, tot heil van ’t Menschdom, blootstelde. Vint Nederland in dit Karakter, om ‘er een openbaar Geschrift mede te beginnen, iets vreemds en dat met zynen smaak niet overeenkomt, men blyve niet aan de beginselen hangen, of stel zyn oordeel in de waagschaal om den arbeid van een verstandigen Schryver hierom terstond te laken.” Want, vervolgt de auteur, hoe dieper je in de ADVENTURER komt, hoe meer je het heilzame er van in begint te zien. Daarom kon de Philanthrope die karakterisering van waaghalzerij achter zich laten. [3].
    “De PHILANTHROPE kent ook andere Papieren der Britten, waar uit hy meent voordeel voor Nederland te kunnen rapen en hy tracht ‘er gebruik van te maken. Wat hy ‘er van zyn eigen maaksel zal byvoegen heeft hy nog niet bepaald, hoewel hy ’t niet buiten hope stelt dat iets diergelyks zou kunnen gebeuren; maar hy vint geraden geene belofte te doen om in geen schuld te vervallen, waar van de betaling dikwils hoe langer hoe meer onzeker worden kan.”
    En tot slot wenst de Philanthrope “zyne Lezeren het Nut, dat hy zelf in de Britsche Schriften meent gevonden te hebben”.

    Geen wonder dat we Hume precies in dit tijdschrift tegenkomen!

  • In stukje 3 wordt door de Philanthrope en een briefschrijver Batavus gefilosofeerd over de mogelijke bijdrage van diens Philanthropisch genootschap – de eerste had namelijk de vertogen van de laatste haast letterlijk uit de mond ontfutzelt – en kondigt de Philanthrope aan dat Batavus’ stukjes met een B zullen worden ondertekend, en die van hemzelf met A (voor Anglicanus).

    Maar eens turven hoe vaak dit voorkomt!

  • 9: stukje waarin over atheïsten en vrijdenkers wordt gesproken
  • stukje van ANTHONY DOBBELSTEEN over geldzucht en gokken, waarin wordt verwezen naar Mandeville’s Fable of the Bees: “Zoo iemand van myne Landsluiden zoo bekrompen van ziel mogt zyn, dat hy nog eenige zwaarigheden over dit stuk hadt, en deeze Leer gaarne wat nader zag opgehelderd, wys ik hem naar de Fabel der Byën van den doorlugtigen Mandeville, en diergelyke stigtelyke Zedekundige Boeken meer.

Nummertje 52: “De Woorden zsggen min; maar Zeken Spreken ’t meest; Men lette op Zaken dan terwyl men Woorden leest.” ANONYMUS, zo leidt de Philanthrope de brief in, waarin “Uw getrouwe en dienstvaerdige Lezer Z” een schets voor een Nederduytsch woordenboek presenteert. Veel artikelen bestaan meer uit commentaar dan uit puur betekenis en grammatica, maar dat is een beschuldiging die hij wel op zich wil nemen. Datzelfde geldt immers voor Bayle: “Ik kan wel honderd artikelen uyt Bayle opnoemen, waar men duydelik siet, dat de Titel alleen om de aanmerkingen daar geplaatst is, en nochthans blyft het ’t woordenboek van Bayle.” Voorbeeldlemma “Compliment” begint dan ook met de volgende zin: “Behoort onder de woorden die niets beteekenen.”
Stukje 57 en 58: reisverslag (en reactie daarop) van een Engelsman, MODERATUS genaamd, die in een postkoets door Engeland reist. ánteressant is dat de Engelsman zijn vaderland de “grootste verscheidenheid van Karakteren” kent van alle landen op de wereld, dankzij de “groote Vryheid onder hen, die ydereen de Privilegie geeft, om op zyne manier wys of dwaas te doen, en die elk behoed voor eene noodzaakelyke geveinsdheid of slaafsche navolging.”

 

dit zou zo uit Hume’s Of Natural Characters kunnen komen, waarin Hume het volgende schrijft: “the ENGLISH government is a mixture of monarchy, aristocracy, and democracy. The people in authority are composed of gentry and merchants. All sects of religion are to be found among them. And the great liberty and independency, which every man enjoys, allows him to display the manners peculiar to him. Hence the ENGLISH, of any people in the universe, have the least of a national character; unless this very singularity may pass for such” [ONC Intelex: Para. 19/35 mp. 207 gp. 251] MODERATUS schreef dit verslag 9 jaar na de eerste publicatie van ONC in Engeland.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6