Twee keer beet
Het hele zoeken in spectatoriale tijdschriften is bij mij op gang gekomen door een toevallige vondst van mijnheer Velema (voor iedereen die er nog over twijfelde: van je scriptiebegeleider moet je het hebben!), nu alweer maanden geleden. In een proefschrift was hij een vertaling van een essay van Hume tegengekomen. Een vertaling van “Of Superstition and Enthusiasm” moest te vinden zijn in de vijfde band van De Philanthrope, de voorloper van De Denker (vorige week schreef ik al hoe ik in dit blad mijn eerste verwijzing naar Hume hier – zij het voor de tweede keer – had gevonden).

Bij het doorlezen van de index van de zesde band had ik ook al een verwijzing gevonden naar een stukje waarbij er haast geen twijfel over kon bestaan of dit was er één van Hume:

“Nationaale Karakters (De) van verschillende Volkeren, hangen weinig of niets van het Climaat, maar genoegzaam alleen van zedelyke oorzaken af. V N.265, 266.”

Dat betekende dat er niet één, maar twee essays van Hume waren vertaald in de vijfde jaargang van De Philanthrope. In het allerlaatste deeltje van dit blad werd ook al gesuggereerd dat het om meerdere stukjes van Hume ging, die waren vertaald:

“Behalve de gemelde Periodique Papieren, zyn er ook noch andere stukken van uitheemsche Schryveren in dit werk overgebragt. Dus is het Ontwerp van een Satyrisch Woordenboek in No.52.53.54. uit het Hoogduitsch van de heer RABENER nagevolgd. In de twee laatste Deelen zyn verscheidenen Vertaalingen uit HUME, VOLTAIRE, FONTENELLE, en zeker nieuw Werkje, Bigarrures Philosophiques genaamd, te vinden; welke allen medegedeeld zyn. De Vertaaler van die stukken heeft zich niet naauwkeurig aan het oorsprongkelyke gehouden; maar dezelven in tegendeel, naar den smaak en het Karakter van onzen Landaard geschikt; zo als men onder anderen uit de vergelyking van de Micromegas van VOLTAIRE met het 295ste en 296ste deezer Vertoogen kan bespeuren. In het overzetten der Engelsche Papieren, waar van ik straks gemeld heb, heeft men nu en dan dezelfde vryheid genomen; doch veelen van deezen zyn woordelyk vertaald.”

Vreemd genoeg is van dat “mededelen”, waarover hierboven wordt gesproken, weinig terechtgekomen. In ieder geval niet bij de stukjes van Hume: zijn naam valt in geen van de vier deeltjes die zijn gebruikt om de essays van Hume af te drukken (allebei de essays zijn gesplitst en over twee deeltjes verdeeld). Je moet als lezer dus echt weten dat het hier gaat om vertalingen.
Onder de twee vertalingen staan de initialen A.A., waarvan het nog niet helemaal duidelijk is of het gaat om een variant op de “Anglicanus” waarmee de oudere Philanthrope zijn stukken ondertekende, of het I.A., L.A. of O.A., waarmee de jongere Philanthrope zijn vertogen zei te ondertekenen.

Leave a Reply