via Het heftig flakkeren der theelichtjes | NRC Boeken.

Het heftig flakkeren der theelichtjes

In de 17de eeuw kende Holland vrijdenkers van alle rangen en standen

Vrijdag 6 augustus 2004 door Roelof van Gelder

Hoezo alleen dominees en kooplieden? Nederland herbergde in eerdere eeuwen honderden nieuwsgierige filosofen. Een peperdure nieuwe encyclopedie presenteert de vaderlandse vrijdenkers die nadachten over de wereld, de Openbaring, het staatsbestel, de planeten en de structuur van het menselijk bloed.

Wiep van Bunge, Henri Krop e.a.: The Dictionary of Seventeenth and Eighteenth-Century Dutch Philosophers. Twee delen. Thoemmes Press, 1.116 blz. blz. €572,25Michiel Wielema: The March of the Libertines. Spinozists and the Dutch Reformed Church (1660-750) Verloren, 221 blz. €22,†“

Aan het slot van zijn Nederland's beschaving in de zeventiende eeuw maakte Johan Huizinga de balans op. ʻAls ons bloeitijdperk een naam moet hebben', merkte hij op, ʻlaat het dan zijn naar hout en staal, pik en teer, verf en inkt, durf en vroomheid, geest en fantasie'. Het waren de doeners, de bouwers, de ondernemers, die die eeuw geschapen hadden, vandaar die praktische naar havens en pakhuizen riekende kwalificaties.

Wie de tweedelige Dictionary of Dutch Philosophers of the seventeenth and eighteenth century in de hand neemt staat dan ook raar te kijken. Hier lijkt Huizinga's typering geheel omgedraaid. Hier staan op 1.100 bladzijden niet de doeners, maar de denkers op het podium: 365 in totaal. Niets koopmanschap en scheepsbouw, hier worden mannen (en enkele vrouwen) gepresenteerd die zich gebogen hebben over de mens en zijn plaats op aarde, over de werkzaamheden van God, over religieuze tolerantie, ethiek en staatsrecht, dromend over geëmancipeerde samenlevingen, maar ook †“ en daar komen de praktische ogen en handen toch om de hoek kijken †“, over de bloedsomloop, de zwaartekracht en de banen der planeten. Het soort mensen aan wie Jonathan Israel in 2001 zijn Radical Enlightenment heeft gewijd. Daarin laat hij de Verlichting al in de zeventiende eeuw beginnen en wel bij de denkers die leefden en publiceerden op Nederlands grondgebied (zie Boeken, 23-02-2001). De moderne filosofie, zo stelt het voorwoord van de Dictionary niet ten onrechte, is hier geboren. Descartes publiceerde zijn Discours de la Méthode in 1637 in Leiden, Spinoza's Opera posthuma verscheen in 1677 in Amsterdam.

De mensen die zijn samengebracht in deze prachtige, nuttige, maar ook zeer prijzige encyclopedie †“ een initiatief van filosofen en historici verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam †“ waren zelden beroepsfilosoof. Ook waren het lang niet allemaal academici. Er zijn veel theologen en predikanten vertegenwoordigd, maar ook classici. Daarnaast zijn er nogal wat vrije beroepen, als artsen, advocaten, journalisten, gelegenheidsschrijvers, pamflettisten en kleine middenstanders.

Opvallend is hun veelzijdigheid. Er zijn predikanten die zich met sterrenkunde bezighielden, apothekers die insecten ontleedden en kruideniers die bespiegelingen schreven over verdraagzaamheid. Van dat soort nieuwsgierige lieden wemelt het in dit boek. Wie kent de Amsterdamse kousenverkoper Piet Bakker, een voorvechter van de godsdienstvrijheid en auteur van een van de eerste deïstische traktaten in Nederland. Of de spinozist Hadriaan Beverland, samensteller van een erotische encyclopedie? De meesten zijn vergeten; wie leest nog Johannes Epinus Huninga, of Ladislaus Chernac? Aan de andere kant: van velen zijn de namen wel degelijk bekend, omdat ze tot de wijsgerige canon worden gerekend (Descartes, Spinoza, Christiaan Huygens) of omdat ten minste een straat, school of ziekenhuis naar hen is vernoemd (Swammerdam, Van Leeuwenhoek, Boerhaave). Sommigen danken hun faam aan iets heel anders dan filosofie. De arts Cornelis Bontekoe schreef een bekend traktaat over de heilzame werking van thee, maar blijkt ook over emoties en ethiek te hebben gepubliceerd. Hiëronymus van Alphen deed meer dan kinderversjes schrijven: hij was ook een vruchtbaar auteur op het gebied van de esthetica.

Maar hoe Nederlands waren ze eigenlijk? Want niet alleen het woord ʻfilosoof’ wordt hier ruim opgevat (eigenlijk zijn het ʻradicale’ of ʻvernieuwende’ denkers), ook het ʻDutch’ moet je ruim zien. Veel van die 365 mannen en vrouwen waren niet afkomstig uit Nederland, maar hebben hier gewoond en gepubliceerd. Er zijn opvallend veel Fransen bij, vaak op de vlucht voor religieuze maatregelen van de overheid. De sceptische hoogleraar, journalist, criticus en encyclopedist Pierre Bayle (1647-1706) is de bekendste. René Descartes was hen al voorgegaan. Ook de Duitsers zijn goed vertegenwoordigd. De Dertigjarige Oorlog en de aantrekkingskracht van de Nederlandse universiteiten hebben hen hierheen gehaald. Van de Engelsen is John Locke de bekendste, Linnaeus kwam uit Zweden, Daniel Fahrenheit uit Polen. Ook doordat de samenstellers lemmata opgenomen hebben met de belangrijkste uitgevers en met intellectuele tijdschriften, waarvan Bayles Nouvelles de la République des Lettres het meest invloedrijke is geweest, wordt nog eens duidelijk wat een groot intellectueel netwerk over Europa gespannen lag.

Waarover dachten zij zoal? Voor een groot deel waren hun kwesties van religieuze aard, maar ook de politieke denkers hebben hun plaats gekregen, Hugo de Groot voorop. We lezen over utopisten als de zeventiende-eeuwse Zeeuw Pieter Plockhoy, stichter van een democratische kolonie aan de Delaware, over Jacques Basnages die een pleidooi hield voor gelijkberechtiging van de joden, en over de laat achttiende-eeuwse Delftse plateelbakker, Gerrit Paape, die een utopie van 1998 schreef, De Bataafsche Republiek (heruitgegeven in 1998), waarin alle mensen gelijk waren en de vrouw volledig was geëmancipeerd.

Men nam in het algemeen afstand van het aristotelische denken dat lang de Europese wetenschap had beheerst, met haar geordende kosmologie vol streven naar doelmatigheid, en verruilde dat onder invloed van Copernicus, Descartes en systematische observaties door een modernere, meer materialistische kijk op de wereld, zowel in het klein (door de microscopisten) als in het groot (de systematische waarneming van de hemellichamen). We zien hoe de wiskunde, de optica, de mechanica zich ontwikkelen. We lezen over de populariteit in Nederland van de fysico-theologie (de leer die de natuurwetten en de veelvormigheid van de natuur als bewijs opvatte van de grootsheid van de schepper) tot en met de introductie van het denken van Kant door de Amsterdamse advocaat Johannes Kinker. Ook de achttiende-eeuwse esthetica is goed bedeeld.

Het geloof nam in de wijsgerige debatten een grote plaats in, zowel binnen als buiten de gereformeerde kerk. Voor een groot deel ging het over de juiste interpretatie van de Schrift, over de geloofsregels, over predestinatie en het kwaad in de wereld. Een minderheid krabde aan de fundamenten van het geloof. Dat waren de werkelijk radicale denkers, zoals Jonathan Israel ze beschreef.

Aan hen en hun verhouding tot de gereformeerde kerk is de recente studie The March of the Libertines van Michiel Wielema gewijd, een van de samenstellers van de Dictionary. Hij gaat in op denkers die binnen de kerk hun twijfel over de openbaring uitten, kritiek hadden op de bijbelvertaling en vraagtekens stelden bij de Heidelberger catechismus. Wie binnen de kerk bleef kon door zijn kritische denkbeelden disciplinair worden gestraft. Maar de gewetensvrijheid liet een ieder vrij buiten de kerk te leven.

Toch zal ook daar niemand de meest radicale stap hebben genomen en zich openlijk tot atheïst hebben verklaard. Dat was te gevaarlijk. Het waren namelijk niet de grenzen van het denkbare waar ze tegenop liepen, maar de grenzen van het publiceerbare †“ zelfs in het tolerante Nederland. Het was in de eerste plaats de kerk, niet de overheid die ingreep. Adriaen Koerbagh, een man uit de kring van Spinoza, publiceerde tegen bijgeloof en openbaring, trok de autoriteit van de kerk in twijfel en analyseerde het irrationele van het geloof. Repercussies konden niet uitblijven. Zijn boeken werden geconfisqueerd en vernietigd, hijzelf werd gearresteerd, kreeg tien jaar tuchthuis en een hoge geldboete. Binnen een jaar stierf hij in de gevangenis.

Jonathan Israels Radical Enlightenment, de Dictionary en Wielema’s boek maken door nieuw onderzoek duidelijk wat een merkwaardige bijenkorf van moderne ideeën de Republiek is geweest. Omdat de radicale denkers omzichtig te werk moesten gaan is het bronnenmateriaal schaars. Vele dwarse ideeën zijn nooit opgeschreven. En wat er aan handschriften en drukwerk over is, is eveneens schaars en wordt nu pas herontdekt. Daarom is deze originele kant van de Nederlandse cultuur zo lang onzichtbaar gebleven. Ook voor Huizinga.

via Het heftig flakkeren der theelichtjes | NRC Boeken.

De inhoud van De Achttiende Eeuw 2009-2

Heineken Prize

WIJNAND MIJNHARDT, Foreword

JONATHAN ISRAEL, Equality and Inequality in the late Enlightenment

WIEP VAN BUNGE, The Modernity of Radical Enlightenment

JORIS VAN EIJNATTEN, What if Spinoza never happened?

WYGER R.E. VELEMA, Jonathan Israel and Dutch Patriotism

JONATHAN ISRAEL, Toleration, Spinozaʼs ʻrealismʼ and Patriot modernity: replying to Van Eijnatten, Van Bunge and Velema

via Werkgroep 18e Eeuw.

Encyclopedie van Nederlandstalige Tijdschriften is er nog niet..
Waar is de groslijst?

Bunge, L. van; Bots, H., Pierre Bayle (1647-1706), le philosophe de Rotterdam: Philosophy, Religion and Reception. ISBN: 9789004165366. List price EUR: 99,00
http://www.brill.nl/default.aspx?partid=18&pid=30158

.C. Streng, Kweekster van verstand en hart. Boekcultuur en leescultuur in Overijssel tussen 1650 en 1850, Intellectueel Overijssel 2, Epe 2008. Het boek is ingenaaid, beslaat 186 pagina’s, en is voorzien van illustraties, bijlagen, literatuur en index. Het kost 19 euro en is te bestellen via: jcstreng@planet.nl.

Spinoza-hype

Er is sprake van een Spinoza-hype, vindt ook Van Bunge. Op 28 juni kwam Elsevier nog met een artikel, waarin Spinoza een ‘heilige zonder religie’ werd genoemd.° De auteur, Piet Moor, zag overal Spinozistische invloeden, zelfs in Jip en Janneke. Spinoza wordt overal bijgesleept, en de boeken van Jonathan Israel hebben hieraan bijgedragen.
Voorbeelden zijn het Letterkundig musum die een permanente expositie plant, de vereniging Het Spinozahuis die maar blijft groeien, en meerdere verwijzingen in de media. Er verschenen de afgelopen jaren bovendien meerdere biografische werken over Spinoza. Dat is bijzonder, want veel informatie over het leven van de filosoof is er niet te vinden. Dat verklaart ook waarom het pseudo-biografische The courtier and the heretic van Matthew Stewart, dat is opgehangen aan één ontmoeting tussen Leibniz en Spinoza, vooral veel nieuws over Leibniz te bieden heeft.

(meer…)

“Ik werk hier, maar ik kom ook stiekem voor Spinoza”, antwoordde ik quasi-kloek toen de mevrouw achter de ontvangstbalie mij vroeg of ik ook voor de studiedag over Spinoza kwam.

In de Rode Hoed, niet toevallig ook de plek waar ik mijn geld verdien als podiumbouwer en stoelensjoeler, organiseerde de Maá§onnieke Stichting Ritus en Tempelbouw een studiedag over Spinoza. De grote zaal was gevuld met keurige heren en dames van middelbare (en nog respectabeler) leeftijd, waarvan er een aantal een soort ketting droegen – het teken van een hoge rang binnen de vrijmetselaars? Tijdens het inleidende praatje bedankte een breedsprakige spreekstalmeester op bijzonder vriendelijke wijze enkele broeders die zich verdienstelijk hadden gemaakt voor de studiedag, of voor de orde in het algemeen. Ook sprak hij zijn vreugde uit over het feit dat er zoveel dames waren (mee)gekomen naar de studiedag. Ik stel me zo voor dat er zich een aantal mannen in het gezelschap bevonden, die schoorvoetend hebben moeten toestaan hoe ook dat leuke exclusivistische element verdween uit de toch-al-niet-meer-zoals-het-vroeger-was jongensclub die de vrijmetselaarsloge heet. De vrijmetselaars hebben hun gezicht gericht op de buitenwereld; op de aankondiging voor de studiedag stond nadrukkelijk vermeld dat ook buitenstaanders van harte welkom waren . Ik geloof niet dat er veel buitenstaanders op die uitnodiging in zijn gegaan, maar er waren er in elk geval twee: Willem en Wiep.

De leden van de Stichting (en de loge) onderbreken hun dagelijkse complotsmederijen natuurlijk niet voor elke willekeurige filosofie-liefhebber. Om het academisch gehalte van de studiedag te waarborgen, waren er dan ook maar liefst twee hoogleraren geregeld. Eén van hen was Wiep van Bunge, hoogleraar in de Geschiedenis van de Wijsbegeerte aan de Erasmus-universiteit. Hij was uitgenodigd om als eerste spreker het één en ander over Spinoza en diens leer te vertellen. En hoe interessant ik het inkijkje in dit merkwaardige rituele overblijfsel uit mysterieuzer tijden tot dan toe ook had gevonden, toen Wiep achter het katheder plaatsnam, wist ik waarvoor ik was gekomen. De spoedcursus Spinoza.

De belangrijkste aantekeningen lees je in het volgende item.