De inhoud van De Achttiende Eeuw 2009-2

Heineken Prize

WIJNAND MIJNHARDT, Foreword

JONATHAN ISRAEL, Equality and Inequality in the late Enlightenment

WIEP VAN BUNGE, The Modernity of Radical Enlightenment

JORIS VAN EIJNATTEN, What if Spinoza never happened?

WYGER R.E. VELEMA, Jonathan Israel and Dutch Patriotism

JONATHAN ISRAEL, Toleration, Spinozaʼs ʻrealismʼ and Patriot modernity: replying to Van Eijnatten, Van Bunge and Velema

via Werkgroep 18e Eeuw.

In de repositories van de verschillende universiteiten heb ik geen directe ‘hits’ gehad, wel een aantal interessante scripties/publicaties.

UvA (alleen een vergelijking van Mandeville en Hume)
Erasmus (niets)
Utrecht (geen repository gevonden, wel scripties bij Mijnhardt)
VU (Joris van Eijnatten)
RUG (http://dissertations.ub.rug.nl/faculties/non-rug/1998/VegaJA/)
RUN/KUN (niets)

Jammer genoeg heb ik deze week niet zoveel gedaan als ik hoopte, maar ik heb toch een aantal kleine vondsten gedaan en ingegevingen gekregen die me hoop geven op meer structuur.

Nieuw vergelijkbaar en bruikbaar receptionderzoek
Lange tijd had ik als vergelijkbaar receptie-onderzoek alleen literatuur over Hume-receptie in andere delen van de wereld. Meerdere stukken over de receptie van Hume in Duitsland en Frankrijk, een monografie over de mogelijke invloed van Humes werk op de Amerikaanse revolutie, en dan nog alle bijdragen in Peter Jones’ bundel The reception of David Hume in Europe – waar zo ongeveer alle landen worden behandeld, behalve de Republiek.
Er kleefde echter ook een probleem aan deze studies uit andere landen over andere landen. Enerzijds is een aantal basisvragen ten aanzien van dit soort onderzoek wel bruikbaar voor mijn onderzoeksopzet: welke bronnen worden er gebruikt, op welke werken van Hume ligt de nadruk, welke periode wordt bekeken, en hoeveel aandacht is er voor de boekhistorische kant van het verhaal? Anderzijds kun je je echter afvragen of de markten niet té veel van elkaar verschillen om ook de resultaten aan elkaar te spiegelen.
Het is daarom misschien wel interessanter om te weten hoe de andere Verlichte denkers het deden in Holland in deze periode. In één van mijn opzetten voor mijn onderzoeksvoorstel had ik al eens geschreven dat dat van de Grote (Franse) Drie – Voltaire, Rousseau en Montesquieu – al onderzocht was, maar de literatuur had ik nog nooit gezien. Daarom was ik erg blij toen ik in José de Kruif een verwijzing vond naar een boek van Gobbers over Rousseau in Holland. In de bundel essays van mijnheer Velema vond ik bovendien een heel essay over de receptie van Montesquieus Esprit des Lois in de Republiek, met daarbij de opmerking dat eerder onderzoek naar de receptie van Montesquieus werk ‘unsatisfactory’ was geweest.

  1. Voltaire: De bijdrage van Joris van Eijnatten in Jan Pieter van der Sterres Voltaire en de Republiek. Teksten van Voltaire over Holland en Hollanders (Amsterdam 2006)
  2. Rousseau: W. Gobbers, Jean Jacques Rousseau in Holland. Een onderzoek naar de mens en het werk (ca 1760-ca 60-ca 1810) (Gent 1963).
  3. Montesquieu: Wyger R. E. Velema, “Republican readings of Montesquieu: the Esprit des Lois in the Dutch Republic”, in: idem, Republicans (2007)

Nog mooier zou het zijn als er nu ergens ook nog studies opduiken waarin de ontvangst van andere Engelse of zelfs Schotse denkers centraal staat.
Als deze er nog niet zijn, zou de Anglofilie van de Nederlandse letterliefhebber wel eens mogen worden onderzocht. In de Algemeene Spectator vond ik geen spoor van Hume – daarvoor was het blijkbaar echt nog te vroeg – maar wel een flink aantal artikelen dat met een Engels motto werd ingeleid, waarbij Pope de absolute favoriet lijkt te zijn.

Spectators
Vijf spectatoriale tijdschriften heb ik nu doorzocht, waarvan twee nog niet helemaal; dat alles kostte me bij elkaar ongeveer een volle werkdag. Op volgorde van verschijnen:

De Algemeene Spectator (1742-1746, dit is waarschijnlijk echt nog te vroeg)

IMG_4085.jpg

De Philanthrope (Amsterdam 1756-1762)

IMG_4322.jpg

De Hollandsche Wysgeer (1759-1763)

IMG_3694.jpg

De Denker (1763-1774, opvolger van De Philanthrope, nog altijd in Amsterdam)

IMG_4614.jpg

De Philosooph (1766-1769)

IMG_3931.jpg

De tijd die je kwijt bent met een jaargang varieert behoorlijk. Soms zijn de jaargangen uitgebreid met een index voor de belangrijkste trefwoorden en personennamen. Soms blijft het beperkt tot de korte samenvattingen van de stukjes die wekelijks verschenen – meestal op maandag.
Ook in het geval van De Denker, een relatief succesvol blad (wanneer je uitgaat van de lange looptijd van 1763 en 1774), bleef het bij een dergelijke index. Grappig is het om te zien dat precies de politieke onderwerpen – die we makkelijk met de Verlichting in verband brengen – waarover ook Hume heeft geschreven bij de Denker twee keer overgenomen waren uit een Engelse periodiek. Dat gold voor “Over de vrijheid van Denken en Schryven over godsdienstige onderwerpen” en “Over de bitterheid der Kerkelyke Twisten, en de Heeschzugt der Geestelyken. De redenen daarvan naargespoord.”
De enige directe verwijzing naar Hume van de dag vond ik echter niet in één deze stukken, maar in een stukje getiteld: “Het nut der Verkwisting aangetoond, Ontwerp van den DENKER, om het geld onder den man te brengen, en het algemeen belang der Maatschappy edelmoedig te bevorderen”, ook in De Denker. De auteur stelt hierin voor om alles wat Hume en Mandeville over de weelde hadden gepubliceerd gratis ter beschikking te stellen aan alle burgers.
Stom genoeg had ik juist deze verwijzing al eerder gevonden, ontdekte ik later. De Denker is namelijk voor de helft gedigitaliseerd voor de DBNL, en in mijn zoektocht aldaar had ik deze pagina al gevonden en opgeslagen.
Die mus waar ik zo blij mee was, was dus niet dood, ik had ‘em alleen al in mijn verzameling.

Andere inzichten en vooruitzichten:

  1. Voor mijn eigen inzicht is het wel goed om een tijdbalk te maken/tekenen/bouwen waarin alle publicaties van Hume en alle Nederlandse bronnen en waarin ik Hume tegenkom naast elkaar zet. Zo krijg ik waarschijnlijk een beter inzicht in de periodes. In de receptie-bundel van Peter Jones staat al een vergelijkbare tabel; deze zou ik als richtlijn kunnen houden
  2. Om er achter te kunnen komen of een bepaald type boekhandelaar Hume verkocht is het misschien de moeite waard om enkele namen die op de intekenlijst voor de vertaling voor Hume’s History of England staan te checken met de database met (veiling)catalogi die is gemaakt naar aanleiding van het werk van H.W. de Kooker te Leiden.
  3. Hoewel ik weet dat het waarschijnlijk te ver gaat, zou ik graag Mijnhardts Tot heil van ’t menschdom : culturele genootschappen in Nederland, 1750-1815 er nog eens op naslaan om de mogelijkheden te onderzoeken om een klein uitstapje te maken richting de gezelligheid.

Het plan voor de komende week:

  • Mijn eerste verkenning rondom de spectatoren afmaken, en me daarbij zo veel mogelijk laten sturen door de bronnen die zijn gebruikt door Gobbers, Van Eijnatten en Velema. De niet-gedigitaliseerde delen van De Denker komen in elk geval aan de beurt.
  • Bovengenoemde publicatie/bronnen-tijdbalk in elkaar sleutelen.
  • Leeb en Salzberg-Oz bestuderen