te vinden via Google Books (gedeeltelijk)

de journalisten zelf lijken trouwens zichzelf trouwens goed te rekenen met de voordelen die Holland ze biedt

Le clerc schrijft het niet in het voorwoord van zijn eerst Bibliotheque dat hij blijft in Amsterdam, dat wie hem toestaat

en enkele decennia later, de schrijver van het voorwoord van de literaire geschiedenis van europa gelooft goed te maken de middelmatigheid van zijn zijn talenten ‘de veelzijdigheid van de onderwerpen, de keur aan boeken, de onafhankelijkheid van de samenvattingen… de rijkweidte en kwaliteit van zijn briefwisselingen’- precies die voordelen die de vrijheid en de hollandse boekzaal mogelijk maakte [50]

het is daarom dat het ons nuttig heeft geleken om de belangrijkste franse tijdschriften te bestuderen die in Holland zijn verschenen tussen 1684 en 1747, teneinde beter te kunnen vaststellen in welke mate de journalisten hebben bijgedragen aan de verspreiding van de boeken die de nederlandse drukpersen afrolden en hoe de tijdschriften tegelijkertijd een spiegel zijn geweest van de boekwinkel van de republiek der letteren.
Voordat we de corpus van tijdschriften die we hebben geanalyseerd presenteren, net als de resultaten die we hebben kunnen trekken (?) is het belangrijk om te geven van een paar van die journalisten die zich bezighielden met de taak die we hier voorstellen. (?)

volgens etienne chavin in le nouveau journal des scavans de rotterdam, de juiste informatie voor het publiek kwam op de eerste plek voor de journalist. ‘het unieke doel van hen die een dergelijk tijdschrift brengen, moet het informeren zijn van het publiek, van (al) dat hij tegenkomt in de republiek der letteren en ze getrouwe samenvattingen geven van boeken.

Dankzij goede samenvattingen moet de tijdschriftlezer makkelijk kunnen oordelen of de gerecenseerde boeken een plekje in hun persoonlijke bieb waard waren. Een goed jaar werd zo een voorbehoedsmiddel tegen de uiterlijke schijn die titels konden vormen. Het is zonder twijfel de reden dat de talloze lijstjes met titels ook niet voldoen, aldus een andere auteur.
Teneinde de prijs te kunnen kennen van boeken, en hun kwaliteit en bruikbaarheid te kunnen weten, heeft het publiek behoefte aan goede samenvattingen.
Die toepassing van een tijdschrift is uitmuntend gedetermineerd door de auteur van de ‘critique désintéressée des journaux litt’raires et des ouvrages des savants’, en tijdschrift van nut en kwaliteit moet de werken kennen die het verdienen gelezen te worden – door de juiste argumenten. Zonder zich daarbij te laten leiden door de auteur of de boekhandelaren.

Het is frappant dat veel andere journalisten tiennent a = take to = tend to = neigen => geneigd zijn om hun onafhankelijkheid jegens de boekhandels te verklaren. Natuurlijk, de journalisten hebben behoete aan hun ‘concours’= strijd (?) en er zijn de boekhandelaren die hun vaak een groot aantal boeken te recenseren
[52]
Maar dat moet niet betekenen dat een journalist het zich kan permitteren om het publiek te misleiden en slechte boeken te huren (également): volgens de auteur van het voorwoord van de nouvelle bibliothèque ou histoire littéraire…., wordt dit laatste (veroorzaakt door de hebzucht van bepaalde boekverkopers’. De journalist van de biblitoèque angloise is zelf explicieter: de auteurs [van een blad] moeten nooit onder de ‘gebroken’ onder de boekverkopers’en zich niet mengen met de verkoop van hun werken.
De journalist moet dus (veiller = ensure) verzekeren dat hij zijn onafhankelijkheid bewaard; ookal de nederlandse boekhandelaren een aanmerkelijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de meeste tijdschriften, niet alleen voor hun oprichting, maar ook voor het leveren van de nodige materiaal en soms zelfs een voorraad onmisbare contacten hebben gezorgd, een goede journalist moet niet toestaan dat de boekhandelaar zich bemoeit met de inhoud van het tijdschrift dat doorhem wordt uitgegeven (publishing house)

om [zelfs] maar niet te gedeeltelijk te beantwoorden aan de kwestie van het weten hoe de journalisten in Holland hebben bijgedragen aan de verspreiding aan de verspreiding van boeken in de republiek der letteren, hebben we een gedetailleerde analyse gemaakt van de typografische en geografische herkomst van 12 franstalige tijdschriften tussen 1684 en 1747. het handelt zich van BR BB, niet de nouvelle bibliotheque (hoewel die eerder wel geciteerd wordt)

[68]

Zoals de jouranlisten hebben moeten weten uit ervaring dat het vaak moeilijk was om goede boeken te krijgen, faalden enkele van hen, vooral die uit amsterdam, er niet in om aan het begin van een verslag en onmiddelijk na de bibliografie een beschrijving van de locatie waar men het gerecenseerde boek kon vindne.
Ongelukkig is het nniet mogelijk om hieraan een strategie te ontdekken onder de journalisten en het is niet meer duidelijk voor welke catégorie van werken en onder welke omstandigheden de journalisten het verkoopadres noemden.

Maar ..(andere boekhandelaren worden ook genoemd) ..

De journalisten die de concurrentie tussen boekhandelaren zeker niet toe konden laten als hun werk, lijken daar ook op hun onafhankelijkheid te hebben gelet

Zulke journalistieke autonomie verklaart het ook dat men over het algemeen een paar opmerkingen vind onze bladen over de nederlandse uitgevers en hun kwaliteiten of fouten in de artikelen. Het is vooral in de BR dat wij deze zinnetjes tegen komt aan het adres van de boekhandelarearen. maar als de journalisten … een verslag begonnen van een werk gepubliceerd door wetstein en smith, redacteurs van het blad in kwestie, met de constatering dat sinds vijftig jaar ‘deze winkel europa voorziet in de beste edities van alles dat er is van de meest bijzondere in de oude en nieuwe literatuur’ vionden de drukwaar van andere boekhandelaren ook een goed woordje in het tijdschrift. Dat is bijvoorbeeld het geval met de publicaties van Scheurleer in Den Haag die ‘plezierig om te zien(?) waren’ en bij wi alles van het soort dat de moeilijkste tevreden houdt’ vooral de materiële kwaliteit van de nederlandse producties is regelmatig geroemd door de journalisten van dat tijdschrift.
Het gaat zonder te zeggen dat de kritiek van de journalisten niet altijd positief is geweest over de nederlandse boekwinkel, maar hun kritiek was doorgaans in het bijzonder gerichtaan de kant van de materialen, de gestegen prijt, drukfouten, of de slechte kwaliteit van de gravures,
[69]
Want daarentegen vindt men weinig bijtende opmerkingen aan het adres van de uitgevers, zoals men die kan vinden in de correspondentie van sommige journalisten. De kostbaarheid van boeken is soms gesignaleerd in de periodieke pers, maar één kritiek zo zuur als die van Pier Bayle of een Charles de La Motte volgens wie de boekhandelaren van Holland slecht betaalden en gierig zijn, is niet gedrukt in de tijdschriften. De onafhankelijkheid van de journalist betekent dus geen ongebreidelde vrijheid; de journalist lijkt een zekere hoffelijkheid in acht te hebben willen nemen, die voorkwam dat zo alle soorten onnutige grieven werden geuit. Daarnaast, laten we niet vergeten dat er soms echt goede relaties tussen journalisten en boeverkopers waren; elk was afhankelijk van het succes van hun samenwerking

Dat werk vereiste een flinke toewijding ook van zowel de journalisten als de drukkers. Want hoewel de laatsten (de journalisten) hun brood verdiende publicerende en redigerende hun periodieken, is dit niet minder waar dat zij voor alles ook de republiek der letteren wilden dienen. Waarom geleven we niet aan het verslag van de auteur in het voorwoord van de bibliotheque impartiale in 1750? Hoe het publiek van de periodieke pers goed opgeleid en geletterd en over het algemeen best een beetje rijk waren, is het zeldzaam, bevestigt hij, dat de boekhandelaren zich verrijken door middel van de productie van een tijdschrift. De beloning voor het redactionele werk is weinig meer voordelig volgens de zelfde auteur, omdat de journalisten aan hun kant riskeren terug te vallen in de vergetelheid.
Maar zulke weinig fortuinlijke omstandigheden voor de boekhandelaren en de journalisten hebben het succes van het genre niet in de weg gestaan. Zeker de diffusie van het europese boek, vooral de nederlandse druk kon niet beter zijn gegarandeerd dankzij de franse periodieken in holland. Houwel allerlei teleurstellingen uitgedrukt door Bayle over de boekhandel van de Republiek in 1686, had de Republiek der Letteren daar een grotot aantal prestigeuze boekhandels tot haar beschikking en een plek die men zo vond zijn, dat di journalist en de philsoosooph heeft gehoopt aan het begin van zijn onderneming in 1684 , whet algemee tijdschrift en zoals de ‘receptacle’ van alles dat men vindt in andere landen
Zulke rijkdomemn maakten het mogelijk zonder gelijke en gaf het de manifestatie van de vrijheid die werd beneden in heel europa.

Bots’

Bayle was conservatief: “De fanatieke wijze waarop Jurieu [een andere Hugenoot, die een Histoire du Calvinisme kritiek uitte op LXIV] de Franse calvinisten tot rebellie aanspoorde, vervulde hem met afschuw” [Bots, Vlucht, 55] ook het volkenrecht-praatje van Jurieu stond hem niet aan [54]

‘Onder de vele Franse vluchtelingen, die vanaf de jaren tachtig van de 17e eeuw de Republik binnentrokken, vormden de geletterden, zij die op enigerlei wijze waren ingewijd in de schrijfcultuur, de groep die het Nederlandse geestesleven enige decennia lang diepgaand heeft beïnvloed.’ [bots 78, vgl de recensie van Israel door gibbs]

Wetstein: Zwitserse protestant aldus Popkin 1788

Millenarianism and messianism in English literature and thought, 1650-1800 [99n]

http://books.google.com/books?id=DM0UAAAAIAAJ&lpg=PA99&vq=wetstein&dq=wetstein%20huguenot&pg=PA99#v=snippet&q=wetstein&f=false

Pieter Mortier III bracht de nouvelle bibliothèque germanique uit. stcn

P. Mortier junior = Mortier, Pieter (III) Amsterdam, 1754-1781 = de Discours politiques, samen met J. Schreuder

Schneider J. H., 1758 de Essais philosophiques sur l’entendement humain (2 dln)

J. Schreuder en P. Mortier le jeune, 1761 nog een keer Discours politiques (deel 1) 61

hoe wordt dan “s.n. Amsterdam” uitgeven in 1763, 65, 69

Essais moraux et politiques. / By Hume. ; Translated from the English
Impressum:
Amsterdam, J.H. Schneider, 1764

Bronkhorst, Jacobus Rotterdam, 1768-1800 geeft dan la vie uit in 1777

chaugnion of changuion?

één en dezelfde? Chaugnion is aangeschreven door Hume, staat zo ook in de stcn

Changuion hielp Pierre Gosse een onderneming in Geneve te financieren (Eeghen, V 97)

“De belangstelling voor de Engelse boekhandel is in Amsterdam in deze periode niet meer heel groot. Na het overlijden van David Mortier heeft zijn neef Pierre Mortier geen directe vertegenwoordiger meer in Londen, waar hij altijd nog wel handel drijft. [noot 426: verhaal over geld verschuldigd zijn] In Amsterdam is het alleen Franá§ois Changuion, die met zijn schoonfamilie Soyer en Hoguel als Hoguel & Comp. van 1734-1737 een boekhandel in Londen heeft, daarna alleen tot 1739, met Abraham Maillet en Guillaum Meijer als zijn vertegenwoordigers, sedert 1739 J. J. Stephani. In 1742 wordt hijzelf als boekverkoper in Londen genoemd. Vermoedelijk is het dan al zijn zoon Philippe Changuion, die de zaken beheert. Op 21 januari 1744 geeft hij deze voor notaris van den Brink een algemene procuratie daartoe; de zoon is dan al als boekverkoper op de strand in Juvenali gevetigd. Hoelang hij hier gevestigd blijft, bleek mij niet. Een voor mij onverklaarbaar verschijnsel is het intekenen van Pièrre Humbert voor grote aantallen op Engelse uitgaven, terwijl de Engelse boekverkopers zelf meestal niet meer dan 7 exemplaren namen. Ik vraag mij af, wat hier achter stak. La Vie de Mahomet van H. de Boulainvilliers, dat in 1730 in 8o in Londen verscheen, vermeldt op “A list of the subscribers” 100 van de 260 intekenaingen op zijn naam. De exemplaren werden gedrukt met “Et se trouve á  Amsterdam chez Pierre Humbert”. Reeds het volgend jaar kwam een aantrekkelijker “Seconde edition” en geïllustreerd bij Franá§ois Changuion te Amsterdam uit, die net als Humbert deel had in de compagnie van Veertienen. [noot 427: “Wallis 264, geeft geen nadere uitleg”]

Wetstein gaf boeken uit met Humbert, en Beman (zoals het Dictionaire royal, franá§ois-anglois, et anglois-franá§ois)
Humbert drukte met Mortier en Schreuder de Nouvelle bibliotheque Germanique uit 1720-1759 [van vliet impartiale 8n]

gibbs – the names
have been extracted from the lists in Van Eeghen, Amsterdamse boekhandel, III and IV.
The material in these lists is of great interest to the social historian. In terms of Huguenot assimilation,
however, booksellers may be unrepresentative, since as a group they tended to be
inbred [273n intell]