18 okt, 2008
“David would have liked that”
Geplaatst door Willem in de categorie: Actueel, PersoonlijkReacties (0) Tags: INLEIDING, lezing, Reill, vitalisme
Voor mijn tweede lezing over de Verlichting die ik begin deze maand bezocht, moest ik naar de concurrent: in Felix Meritis zou de eerste Burgerhartlezing worden gehouden, georganiseerd door de Werkgroep 18e Eeuw.
Dankzij de website van het Huizinga-instituut, het instituut voor Cultuurgeschiedenis, waarvan in elk geval het postadres zich op mijn Universiteit bevindt, kwam ik op het idee om erheen te gaan. Dit had als bijkomend voordeel dat ik bijna zeker wist dat ik die avond ook mijn scriptiebegeleider Wyger Velema zou treffen. Hij is ook aangesloten bij het Huizinga-instituut, en zo groot is het wereldje van historici die zich bezighouden met de achttiende-eeuwse geschiedenis in Nederland nou ook weer niet.
Weer Wiep:
Hoe klein het wereldje is werd nog eens extra onderstreept toen wederom Wiep van Bunge het woord nam om de lezing van professor Peter H. Reill in te leiden. Van Bunge, dit jaar voorzitter van de Werkgroep, vertelde dat er in recente jaren een flinke hoeveelheid nieuwe boeken is verschenen over de Verlichting, zoals die van Porter, Israel, Kloek en Mijnhardt, en het grote Encyclopedia of the Enlightenment-project (waarvoor Reill ook schreef). Over de tweede helft van de achttiende eeuw zijn bovendien een aantal standaardwerken verschenen, waaronder enkele van de hand van Reill, professor Geschiedenis aan de UCLA en directeur van het Center for 17th & 18th Century Studies én van de William Andrews Clark Memorial Library. Tenslotte zou de lezing zou worden afgesloten met een gesprek tussen Reill en de Amsterdamse publicist en docent Anton Heumakers, die beiden geïnteresseerd zijn voor zowel de Verlichting als de Romantiek.
Reill doet een boekje open over de vitalisten:
Aantekeningen heb ik nauwelijks gemaakt, omdat een gedrukte versie van de gehele lezing zou worden meegegeven aan het einde van de avond. Dat maakte me als toehoorder ook gelijk een beetje lui, daarbij nog eens niet geholpen door mijnheer Reill. Niet de meest begenadigd spreker, waarschijnlijk vooral omdat hij zijn eigen lezing voorlas, en dat was van het soort Engels waarbij je ook als je leest goed moet opletten dat je niets mist. Het mooiste voorbeeld waren de opsommingen die hij droogjes voorschotelde aan zijn publiek, eindigend met “to name but a few”:
“Amongst the formulators [van de kritiek die het vitalisme op mechanisme had, en die dus volgens Reill tot de natural philosophers en hun fellow travelers van het vitalisme mogen gerekend Wilm] were Buffon, Maupertuis, Paul Barthez, Friedrich Blumenbach, Charles Bonnet, Peter Camper, Benjamin Franklin, Georg Foster, Alexander von Humboldt, John and William Hunter, Georg Lichtenberg, Jean Baptiste Robinet, Horace-Benedict Saussure, and the great Swedish chemists, Toberg Olaf Bergman and Carl Wilhelm Scheele, to name but a few“
Een bijzonder moment in de lezing ontstond toen Hume werd geciteerd, naar aanleiding van de druk die hij uit had geoefend op termen als “power, force, energy and connexion”, met zijn skeptische kritiek op hypothetische redeneringen. Precies toen Reill het laatste woord van het citaat had uitgesproken, klonk er van buiten het scherpe donderen van de onweersbui die stond te beginnen. Alsof Humes geest hier ook aanwezig was. “David would’ve liked that”, aldus een glimlachende professor Reill.
Reill in gesprek met Heumakers en de zaal:
Heumakers opende de discussie met de vraag of Reill er de ironie van inzag dat het verzet van de vitalisten tenopzichte van de de mechanistische rationalistische filosofie vergelijkenissen vertoonde met de manier waarop de postmodernisten kritiek hadden uitgeoefend op de Verlichting zelf. Reill antwoordde, schaterend dat inderdaad “vitalism is doing for mechanism what the postmodernists are doing for modernity”. Hij voegde er bovendien aan toe dat wilde aantonen dat Foucault het mis had. Hoe geniaal ook, zijn postmoderne kijk op de Verlichting strookt niet met het beeld dat Reill heeft gevonden in zijn onderzoek.
Met name in het vraaggesprek kwam Reill zeer vaak terug op een element van de achttiende-eeuwse kringen (met name in Schotland) dat in zijn ogen zeer veel invloed heeft gehad op het denken van de vitalisten: de omgang met medische wetenschappers en artsen. In Edinburgh bijvoorbeeld bevonden zich in de tijd – en de sociale kringen – van Adam Smith de beste medici van dat moment.
Over hun relatie met de materialisten: de meeste vitalisten waren het, maar wilden het niet. Behalve Diderot dachten ze dat de geest wel degleijk de materie kon verlaten.
Ook waren het geen atheïsten: religie werd gezien als “in ontwikkeling”
Herder is volgens Heumaker een Spinozist, maar dan religieus (?)Â Reill: de derde Kritik van Kant staat bol van het vitalistische taalgebruik. Hij vervolgt dan (jammergenoeg voor Reill?) met een totale ontkenning van het bestaan van materie. Eigenlijk kun je Herder zien als Kant voor de eerste Kritik.
Vraag uit het publiek: is het compromis niet de basis voor het succes?
Andere vraag: wat doet het vitalisme voor gender? Antwoord van Reill: Er was een enorm sterk gender component, waarbij vaak werd gesproken van ‘male and female forces’.
Schiller is ook vol van verwijzingen naar medische wereld.
En Hume?
En toen dacht ik: laat ik zelf ook nog maar een vraag stellen. Want hij noemde Hume, maar het werd niet duidelijk of hij nou ook tot de vitalisten mocht worden gerekend. Vooral omdat hij enerzijds zo skeptisch was dat hij er misschien wel niet helemaal binnen viel (immers: vitalisme was een antwoord op het skepticisme). Maar Reill moest me het antwoord schuldig blijven. Hij wist niet of Hume een vitalist was, “though his work on sympathy is central” voor de vitalistische intellectuele stroming. Centraal dus, maar aan de andere kant ook teveel aan de buitenzijde opererend met zijn afkeer van alles wat zich niet liet ervaren. De shift in mental categories was in zijn ogen waarschijnlijk een beetje doorgeslagen met de vitalisten.
Come to think of it: David wouldn’t have liked that at all…