Begint artikel met verwerping van de postmoderne kritiek op verlichtingshistoriografie, dat eigenlijk geen nieuwe inzichten kan bieden, omdat ze niet de bronnen induikt, maar slechts schreeuwt dat het niet politiek correct is – en daarbij terloops vergeet dat er bijvoorbeeld wel degelijk studies zijn gedaan naar vrouwelijke Verlichters.

Maar er mag wel op een dieper theoretisch niveau worden gekeken, vooral naar de vroege Verlichting. Margaret Jacob zag een radicale fase van de Europese Verlichting die veel eerder kwam dan de High Enlightnement van de parijse salons, en dat de Engelse vrijdenkers als Toland en Collins, en in de Republiek uitgevers als Prosper Marchand en vrijmetselaren als Rousset de Missy.

Spinozisme is, zo blijkt uit de literatuur van de 15 jaar ervoor (75-93?), nog belangrijker en centraler dan we allemaal zouden hebben gedacht [11]
noemt Baggerman als studie naar een individu die worstelt met heterodoxie

Verwijst naar Buisman, maar vraagt zich af hoe hij de radicale verlichting verklaart en naar Mijnhardt/Kloek en hun socialere geschiedenis-benadering. Ook de decentrale benadering (door bijv. Middelburg te nemen) geeft veel interessante inzichten.