19 nov, 2009
Geld nodig voor restauratie van Humes tombe (augustus 2008)
« Vorige pagina — Volgende pagina »
19 nov, 2009
Geld nodig voor restauratie van Humes tombe (augustus 2008)
19 nov, 2009
twee meldingen in de Göttingische Anzeigen in 1739, waarvan één op 5 maart en één op 21 decumber 1739
voor de GA behoorlijk uitgebreide recensie in januari 1740
tweede melding 1739:
– begreep ‘correctly’ dat het Hume om een nieuwe morele filosofie te doen was, ookal was het derde deel van de Treatise nog niet beschikbaar
– plaatst het dichtbij Hutcheson’s ideeeën
review in 1740:
– wijst op Humes sensationalisme en empiricisme
– noemt de treatise zo goed dat er wel een paar karakteristieke ideeën genoemd moeten worden – en het hoofddoel van de publicatie zal nog besproken (want dat zit, volgens de recensent, in het laatste deel)
– vindt vooral Humes ‘theorie van ideeën’ het belangrijkst [100]
– die theorie ligt dicht bij Berkeley
– vindt Hume wel erg zelfverzekerd.. lezers moeten dus wel met zijn argumenten mee kunnen gaan om het book makkelijk te vinden, maar daarvan zijn er weinig, schat de schrijver
– vindt dat Hume een talent heeft voor het ‘donker’ maken van
19 nov, 2009
Vertalingen – Recensies – Filosofische receptie – Filosofisch-theologische receptie – Theologische receptie – Hume als historicus en essayist – Biografisch – Kant
Vertalingen
Zo weinig mensen lazen Engels dat er van een receptie van de originelen nauwelijks sprake kan zijn geweest [14]
De receptie van de Treatise begint dan ook pas echt in de jaren ’90.
Wel al veel andere boeken, w.o. “Essays and Treatises on several subjects” Four Dissertations, History, 2e Enquiry” te koop in de internationale boekenmarkt in Leipzich via een catalogus van Karl Wilhelm Má¼ller: Britischen Bibliothek (1767)
Invloedrijker zijn de Franse vertalingen (Mauvillon werd er door Le Blanc zelfs van beticht alleen voor de Duitse markt te vertalen), want die waren voor meer opgeleide mensen te begrijpen [14]
Toch waren de Vermischten Schriften vanaf ‘de 60’er en 70’iger jaren steeds zichtbaarder aanwezig in de besprekingen van Humes werk.
– áœbersetzungswut (aldus Knufmann ’69) leidde soms zelfs tot dubbele uitgaven. Niet van Humes werk maar toch. [14-15]
– Blassneck (1935) constateerde al een grote waarde aan de Franse vertalingen van Engels werk
– Waarom vertaalde men zijn werk? Ter Verlichting of ter controle?
‘talrijke vertalingen van enkele essays’. noemen titels die jessop niet noemt, expliciet op.
10 nov, 2009
Republyk der Geleerden mei/juni 1769
In het letternieuws voor Holland in de mei/juni aflevering van de Republiek der Geleerden is de eerste vermelding: “ROTTERDAM.] By Losel, Bosch, Smithof, Burgvliet, Arrenberg en Beman, is gedrukt: Historie van Engeland van den Inval van Julius Caesar tot de Staatsverandering in ’t jaar 1688. of komste van Willem III op den throon, in agt deelen, door David Hume, Schildknaap, uit het Engelsch vertaald, eerste deel, in groot Octavo.” [514]
In diezelfde aflevering nog op bladzijde 517 een overzichtje van de nieuw te verschijnen boeken bij G. de GROOT en ZOON:
Republyk der Geleerden november/december 1772
Deel II en III van de Historie van Engeland zien we in het letternieuws niet terug, pas in het laatste nummer voor 1772 zien we het vierde deel weer verschijnen:
“ROTTERDAM.] By Bovengemelden [[Arrenberg]] en by Bosch, Smithof, Burgvliet, Beman en Losel word uitgegeven: Historie van Groot-Brittannie, van den inval van Julius Caesar, tot de Staatsverandering in ’t jaar 1688, of de koste van Willem den III. op den Troon, in 8 deelen, door David Hume, Schildknaap. Uit het Engelsch vertaald, 4de deel; in groot Octavo.” [514]
10 nov, 2009
Geen Hume, maar wel…
een citaat van Montesquieu in De Vaderlander 128, 9 juny 1777 , blz. 177.
“Vryheid kan nergens in bestaan, dan in te kunnen doen, dat men moet willen, en niet gedwongen te zyn dat te doen, dat men niet moet willen.”
De onaangename wet afgekeurd.
In de Couranten van January en Febrary behelzen altyd veele Lysten van gebooren, gestorven, en getrouwde lieden. Wat doen wy met zulke berigten? Heeft het Gemeen daar belang by? Zyn wy staatkundigen, welker post vordert, dat wy, byvoorbeeld, uit de doodlysten van Altona, berekenen, hoeveele inwoonders daar geveonden worden? Zo ja, zouden w ons dan op zulke Couranten berekeningen kunnn en verlaten?
Zyn wy Filosoofen, die de sterflysten van de voornaamste steden van Europa opmaaken, om daaruit het getal der inwooners, en de wetten van gebooren worden en sterven, nevens den trap van gezondheid en ongezondheid in die oorden, vast te bepaalen, dezelfde en meer andere zwarigheden zullen zich hierin opdoen.