twee meldingen in de Göttingische Anzeigen in 1739, waarvan één op 5 maart en één op 21 decumber 1739
voor de GA behoorlijk uitgebreide recensie in januari 1740

tweede melding 1739:
– begreep ‘correctly’ dat het Hume om een nieuwe morele filosofie te doen was, ookal was het derde deel van de Treatise nog niet beschikbaar
– plaatst het dichtbij Hutcheson’s ideeeën

review in 1740:
– wijst op Humes sensationalisme en empiricisme
– noemt de treatise zo goed dat er wel een paar karakteristieke ideeën genoemd moeten worden – en het hoofddoel van de publicatie zal nog besproken (want dat zit, volgens de recensent, in het laatste deel)
– vindt vooral Humes ‘theorie van ideeën’ het belangrijkst [100]
– die theorie ligt dicht bij Berkeley
– vindt Hume wel erg zelfverzekerd.. lezers moeten dus wel met zijn argumenten mee kunnen gaan om het book makkelijk te vinden, maar daarvan zijn er weinig, schat de schrijver
– vindt dat Hume een talent heeft voor het ‘donker’ maken van

Leave a Reply