19 jan, 2009
Johannes over tijdschriften
Geplaatst door Willem in de categorie: LiteratuurReacties (0) Tags: BMGN, Hanou, Jacob, Johannes, Mijnhardt, Periodieken, Schama, Spectators, Sturkenboom
Waar eerst de opkomst van de volkstaal ter vervanging van het wetenschappelijk latijn nog voor goede zaken zorgde omdat de drukkers in de Republiek ook de Franse markt konden bedienen, was de uitbreiding van de tijdschriftenmarkt in Frankrijk zelf oorzaak van een slechter wordende positie van deze drukkers. Verwijst naar een bundel van Berkvens-Stevelinck, Le magasin de l’univers waarin de situatie in de eerste helft van de 18e eeuw staat beschreven – die nu dus voorbij was.
Bovendien, vervolgt Johannes,
“bleek nu dat die Nederlandse functie van produktie- en
distributiecentrum voor buitenlandse culturele en wetenschappelijke produkten niet automatisch een volledige integratie van die produkten in de eigen, nationale ontwikkeling van wetenschap en cultuur hadden betekend.”
[159]
Gevolgen van en voor de kleine Nederlandse tijdschriftenmarkt:
- Jaloers kijken de eind-achttiende-eeuwers (1770-1830) vanuit het vervalsperspectief naar de tierig welende tijdschriftencultuur met haar vele specialistische blaadjes bij de buren. In plaats van de kleine markt de schuld te geven, werd het gebrek aan mensen die een abonnement namen gezien als een teken van het weinig-Verlicht zijn van het publiek.
- Johannes bepleit dan ook de stelregel: als het taalgebied 10 keer zo klein is, is de afzetmarkt ook 10 keer zo klein, iets dat in zijn ogen door veel historici vergeten is. Vervolgens is het veel moeilijker om te differentiëren wanneer er maar zo weinig tijdschriften zijn. [160]
- Er was een gebrek aan auteurs omdat er minder geld beschikbaar was. Als er sprake was van succes dan was dat op hit and run basis. Het aantal broodschrijvers was laag. Het waren meer scharrelaars dan professionals, alleen VLO had een betaalde redacteur
- het maakte dat (gratis) actieve participatie erg belangrijk werd geacht, nog een reden om het algemeen te houden – meer potentiële auteurs. Hoewel het streven naar deze participatie natuurlijk mooi klinkt in het licht van de bredere Verlichting, zorgde het er ook voor dat de algemene tijdschriften een allegaartje werden
Â
Johannes suggereert dat het ‘jammer’ is dat er geen manieren voorhanden bleken om het probleem van de kleine markt op te lossen – omdat NL zo had kunnen compenseren voor het ontbreken van een (in een hoofdzakelijk burgerlijke maatschappij zeldzame) hofcultuur waarbij mecenaten Verlichters ondersteunden.
De vervalsmopperaars zagen niet dat een klein land minder mogelijkheden heeft op tijdschriftgebied, maar zagen slechts een ‘minder Verlicht’ volk. Er werd dus gezocht naar een manier om de Verlichting aan de man te brengen, waarvoor in het buitenland de tijdschriften alsnog werden ingezet – door andere doelgroepen aan te spreken met specialistische bladen. Dat werkte vanzelfsprekend niet zo goed in NL.
“Het verval, zo luidde de cirkelredenering al snel, was reeds zover voortgeschreden dat ook de meest nobele, moedige en ijverige pogingen om het te bestrijden wel moesten falen” [162]