« Vorige pagina — Volgende pagina »

Wie is Chaugnion? En wie Changuion?

had in december 1751 en later nog eens in 1752 het alleenrecht op het afdrukken van afbeeldingen van het praalbed van de overleden prins Willem Carel Hendrik Friso [Ton Jongenelen, Van smaad tot erger, 11]

Blijkbaar een uitgever/boekverkoper, want hij gaf het volgende boek uit, waarvan in 2005 een exemplaar werd geveild:

26 DESLANDES “Histoire critique de la philosophie oá¹ l’on traite de son origine, de ses progrès et de diverses révolutions qui lui sont arrivées jusqu’á  notre temps”. Amsterdam D. Chaugnion 1754. 4 vol in 12. pl.veau.époque. Dos á  5 nerfs ornés

in “Hume aan Desmaizeaux” lezen we dat Chaugnion niet alleen een boekhandel is, maar ook nog eens een ‘filiaal’ heeft in Londen.

uit: http://www.libri-antichi.com/bosio/cat2.htm

169 – (illustrati – poesia) POINSINET : (MASSON DE PEZAY), Gabrielle D’Estrées á  Henri IV, unito con: Lettre d’Ovide á  Julie, précédée d’une lettre en prose á  M. Diderot. Amsterdam, Chaugnion, 1767.

In 12° (cm. 11,5 x 17,5), pp. (12), 21 per la prima opera, e 32, (1) per la seconda. Legatura mezza tela, dorso con titoli e fregi in oro con tassello in pelle rossa. Prima opera: l’A. dichiara nell’Avertissement di aver posto alla fine dell’opera delle Notes, utili al lettore che intenda documentarsi sull’epoca di Enrico IV in cui è ambientata la poesia. La favorita è sola e invoca il ritorno del re, mettendo l’accento sulla natura disinteressata del suo amore. Oltre a una testatina animata da amorini musicanti, il verso dell’ultima carta non numerata è impreziosito da una deliziosa incisione in rame di Gravelot, raffigurante la protagonista del poema, Gabrielle d’Estrées, nell’atto di tergere con un lembo del velo che le orna la capigliatura “l’héroïque poussière” dalla fronte di Enrico, che, esausto, la cinge amorevolmente alla vita, quasi aggrappandosi a lei. Amorini e svolazzi di veli animano la scena, che si svolge in un campestre scenario di boschi e acque. Seconda opera: la poesia di Ovide á  Julie è preceduta da un’introduzione dedicata a Diderot, e presenta tre incisioni, di cui una a piena pagina, raffigurante il poeta avvolto in pellicce con la sua lira, in un inconsueto contesto boschivo invernale di rocce, orsi e caverne, dalle cui asperitá  pendono stalattiti di ghiaccio. Edizioni originali. Per la prima opera: Cohen, p. 811. Un esemplare è censito alla BNF. Per la seconda, Barbier, p. 1137. Tre esemplari censiti alla BM di Nantes e uno alla BL.

Localizzazione e collocazione
BIBLIOTECA UNIVERSITARIA: Museo Mars. V vetr n.64
BIBLIOTECA COMUNALE DELL’ARCHIGINNASIO: 17 W I 30
Autore MARSILI [MARSIGLI], Luigi Ferdinando (1658-1730)

Titolo Stato militare de l’Imperio Ottomano : incremento e decremento del medesimo
Luogo Aja

Anno 1732
XISBD *Stato militare de l’Imperio Ottomano : incremento e decremento del medesimo / del signore conte Marsigli. – In Haya : appresso Pietro Gosse e Giovan. Neaulrus : Pietro di Hondt : Adriano Moctiens ; in Amsterdam : appresso Herm. Hytwerf : Franc. Chaugnion, 1732. – 1 v. , in fol.

131 de MOTTEVILLE “Mémoires pour servir á  l’histoire d’Anne d’Autriche épouse de Louis XIII†¦”. Amsterdam F.Chaugnion 210
1739. 6 Vol in 12 pl. bas.époque. Dos á  nfs ornés.

Chauguion was dus gedurende een groot deel van Humes leven actief.

[singlepic id=2051 w=320 h=240 float=]

BSC – Arrenberg

1766-09-23
Oudaan, Michiel
auction cat. private library
Catalogus van een fraaye verzameling, welgeconditioneerde boeken. [Collected by a citizen of Rotterdam]. [Rotterdam]: [Jacob Burgvliet & Reinier Arrenberg & Jacobus Bosch], [1766]. 8
Leiden, UB 1165 G 4 [interleaved copy; ms. prices; buyers’ names].
CAT. 3587; MF. 5621-5622
RECORD: 3175

1771-06-05
Bisschop, Jan
auction cat. private library
Catalogus van eene uitmuntende verzameling boeken. [Collected by a citizen of Rotterdam]. [Rotterdam]: [Jacobus Bosch & Jakob Burgvliet & Reinier Arrenberg], [1771]. 8
Amsterdam, BVBBB 377a [ms. prices; buyers’ names].
CAT. 361; MF. 602
RECORD: 1957

1771-06-24
Bisschop, Jan
auction cat. art collection
Catalogus van het beroemd en uitmuntend kabinet teekeningen. [Collected by a citizen of Rotterdam]. Rotterdam: Jacobus Bosch & Jakob Burgvliet & Reinier Arrenberg, [1771]. 8
The Hague, MW 141 E 21:2.
CAT. 1115; MF. 1843-1844
RECORD: 8020

1772-04-22
anonymous = Johannes Franciscus van Leempoel (1696-c. 1777)
auction cat. private library
Naamlyst van een uitmuntende fraaije verzameling van gebonden tooneelspelen. [Collected by a Rotterdam Doctor of Medicine]. [Rotterdam]: [Jakob Burgvliet & Reinier Arrenberg], [1772]. 8
Amsterdam, BVBBB Nv 387a [Van Leempoel’s name has been added in ms.] # Leiden, UB 1087 C 2 [Van Leempoel’s name has been added in ms.; interleaved copy; some added titles].
CAT. 357 # 3583; MF. 596-598 # 5612-5616
RECORD: 1450

1773
Abkoude, Johannes van & Reinier Arrenberg
bibliography
Naamregister van de bekendste en meest in gebruik zynde Nederduitsche boeken, welke sedert het jaar 1600 tot het jaar 1761 zijn uitgekomen, met byvoeginge wanneer, waar en by wien dezelven gedrukt zyn, als mede van het formaat, het getal der deelen, en de platen, benevens de pryzen voor welken die in de boekwinkels te bekomen zyn. [Printed prices]. Rotterdam: Reinier Arrenberg, 1773. 4
Amsterdam, BVBBB Kast 24B (1839:1-2) [interleaved copy; added titles].
CAT. 3096; MF. 4857-4868
RECORD: 2999

1774-05-16
Versteeg, Nikolaas
auction cat. private library
Catalogus van […] Nederduitsche boeken. [Rotterdam]: [Jakob Burgvliet & Reinier Arrenberg], [1774]. 8
Amsterdam, BVBBB Nv 406.
CAT. 455; MF. 774-776
RECORD: 2014

1788
Abkoude, Johannes van & Reinier Arrenberg
bibliography
Naamregister van de bekendste en meest in gebruik zynde Nederduitsche boeken, welke sedert het jaar 1600 tot het jaar 1761 zyn uitgekomen, met byvoeginge wanneer, waar en bij wien dezelven gedrukt zyn, als mede van het formaat, het getal der deelen, en de platen, benevens de pryzen, die op dezelven by de uitgaven gesteld zyn […] nu overzien, verbeterd en tot in het jaar 1787. [2nd. ed.; printed prices]. Rotterdam: Gerard Abraham Arrenberg, 1788. 4
Amsterdam, BVBBB Kast 24B (1840).
CAT. 3094; MF. 4847-4853
RECORD: 4135

Jacob Burgvliet, Jacobus Bosch en Reinier Arrenberg -> uitgevers van de History
(deden veilingen samen)

of ook wel: Octavie Durey de Meynières-Belot was een jonge weduwe van een advocaat (zie brief aan Robertson ->
citaat)

† 1 Octavie Guichard, Madame Belot (died 1805). Left a young widow with an income of only 60 livres a year, she sold her annuity for 1,200 livres and spent the money in learning English. Her first book was Reflexions d’une provinciale sur le discours de J.-Jacques Rousseau touchant l’inégalité des conditions, 1756; her second, Mélanges de littérature angloise, 2 parts, 1759 (which included a translation of Garth’s Dispensary). Her Hume translations were: Histoire de la Maison de Tudor, sur le Trá´ne d’Angleterre, Par M. David Hume, Traduite de l’Anglois, Par Madame B***, Amsterdam, 2 vols., 4to, 1763; and Histoire de la Maison de Plantagenet, sur le Trá´ne d’Angleterre, Depuis l’Invasion de Jules César, jusqu’ á  l’avénement de Henry VII. Par M. David Hume, Traduite de l’Anglois Par Madame B***, Amsterdam, 2 vols., 4to, 1765. She also translated Johnson’s Rasselas, 1768. In Dec. 1765 she married Jean-Baptiste-Franá§ois Durey de Meinières, Président de Meinières (born 1705), who had some time before established her in his house in order that she might have the use of his fine library.”

Ze ontmoette Hume in Frankrijk, toen hij daar aan het hof werkte? (Malherbe, 82n169/170) Le Blanc had given up the idea of translating Hume’s History and committed the task to a friend ‘homme d’esprit et laborieu'(Greig 1932, 1 258 n.) .. etc.
After his arrival in Paris, Hume met Madame Belot, ‘a woman of merit, the wido of an advocae’who translated English to make a living Her translation procured her a pension from the Court (see Hume’s letter to William Robertson, 1 December 1763, Greeg 1932, 1: 223-24). In his Coorespondance litttéraire Girmm is very critical of the quality of these translations: Pr’vost’s trnaslation is loose, dull and bourgeois, and het strongly doubts that Hume has checked Madame Belot’s translation of the Plantagenets, in spite of what she says in the advertisement. He finally concldes: ‘Nous pouvons nous flatter dá¡voir une traduction entière et bien mauvaaise de tout l’ouvrage de Monsieur Hume’.
171 If Madame Belot’s translation of the Tudors appeared without difficulty, it was probably only after the personal intervention of Hume to Malesherbes that the translation of the Plantagenets could overcome hostil resistance. See Bongie 1958, 241-44)

Archibald Bowers Historie der Pausen, zedert de opregting van den Stoel van Romen tot op den tegenwoordigen Tyd, uitgegeven door Kornelis van Tongerlo in 1767, had een lijst van intekenaren die maarliefst 12 bladzijden lang was, met meer dan 50 namen per pagina!

Pierre H. Dubois en Simone Dubois “Zonder vaandel” is een biografie uit 1993 die tot stand is gekomen nadat de twee (of missschien alleen Simone) ‘bevriend’ is geraakt met Belle na het werken aan een monografie.

Er is ook een brieven-uitgave om naast deze biografie te lezen, getiteld “Rebels en beminnelijk”. Eerdere vertalingen van de brieven werden gemaakt door Greetje van den Bergh.

Wat schrijven ze over Hume dan:

– er was veel contact met de Schot James Boswell:

“Hoe gecharmeerd zij ook van de onberekenbare Schot was, zij werd er zich zeker ook meer en meer bewust van dat dit curieuze fenomeen wel een heel speciaal soort vriend, maar nooit een echtgenoot voor haar had kunnen zijn.
Hij wist dat ook zelf wel. Onder een lawine van pathetische capriolen maakte hij duidelijk dat zijn levensgevoel zich niet met het hare verdroeg. De godsdienst bijvoorbeeld, dat was een rpobleem waarmee hij zich zo weinig mogelijk inliet. Hij zag zichzelf niet als een kwezel, maar hij gaf haar de dingende raad nooit over metafysische duisternissen te piekeren. Voor een man was dat al onzinnig, hoeveel d te meer dan niet voor een vrouw? Hij bracht haar in herinnering dat David Hume tot de conclusie was gekomen dat een mens zich maar het best met het gewone leven kon bezighouden. Wat dat aanging, was zij werkelijk in het voordeel, want zij behoorde tot een van de meest vooraanstaande families in de Zeven Provinciën, ze had een mooi vermogen en ze was een knappe verschijning.” [139]

– Essay on Human Understanding (Bedoelen ze de Enquiry?) lievelingsboek

“Belle was net zo min anglomaan als francofiel, wat zij uitdrukkelijk wenste was ‘van het land van iedereen’te zijn. Maar haar bijna fysieke honger naar kennis had niet ind e laatste plaats betrekking op wat uit Engeland kwam. In januari 1764 had zij in een brief aan d’Hermenches de verzuchting geslaakt dat zij absoluut het werk van Newton wilde leren; wij weten dat zij Lock las, de filosoof wiens invloed gedurende heel de tweede helft van de achttiende eeuw bleef groeien,

oh ja?

en David Hume’s Essay on Human Understanding werd een lievelingsboek waarover zij een kwart eeuw later nog bij herhaling met bewondering sprak. Het deed haar verlangen de filosoof in zijn geboorteland te ontmoeten.

– Verblijf in Londen (oktober 1766 – weinig informatie over eerste periode beschikbaar omdat ze volgens de auteurs ‘overdonderd’ was – tot februari? 1767) [234-245]

Het bezoek dat belle aan haar familie in ungar Hill bracht was een intermezzo; zij was in Londen nog niet uitgekeken, al naderde het moment waarop zij haar reis moest beëindigen en weer naar Holland terugkeren. Een van de dingen die zij zich had voorgenomen…

« Vorige pagina — Volgende pagina »