Een verzameling essays met als thema de verschillende verschijningsvormen van republicanisme in de Republiek.

  1. Inleiding: allemaal republikein!
  2. Pre-revolutionair Frankrijk als niet-zo-lichtend voorbeeld, Pruisen deed het beter
  3. De vergelijking met klassieke republieken
  4. De vergelijking met eigentijdse republieken
  5. Buitenlanders observeren
  6. Over de recente historiografie en evt. bruikbare bronnen

Inleiding: allemaal republikein!
In het eerste deel van de inleiding gaat Velema in op het feit dat zowel conservatieve als progressieve ingezetenen van de Republiek uit de late achttiende eeuw blij waren dat ze geen koning hadden. Zelfs stadhouder Adriaan Kluit was liever de ‘rijkste inwoner en stadhouder’ van de eerste Republiek van Europa dan ‘de armste regent en soeverein van één van de kleinste koninkrijken’. [1]
Ook hun voorgangers, de Orangisten en staatsgezinden hadden een overeenkomst gehad: beiden probeerden de ‘essentiële eigenschappen van de vrije republiek’ onder woorden te brengen. Volgens Velema was dit zelfs “the only common feature of all the various political languages spoken by the Dutch during the eighteenth century”.[2]

Pagina's: 1 2 3 4 5 6

Ankersmit over Blom over naturalisme in politieke theorie in BMGN, 1995.

Ankermit: “Op overtuigende wijze verdedigt hij [Blom] de stelling dat de Nederlandse politieke theorie hier een beslissende bijdrage leverde aan de geschiedenis van het politieke denken.”

de Nederlandse politieke filosofie legt de brug tussen het neo-stoicisme van de zestiende eeuw (Machiavelli/Lipsius) en de proto-sociologische politieke filosofie (Schots – Mandeville – Fable of the Bees) anderzijds.

Republiek was een anomalie in de zestiende eeuw, waardoor een uitzonderlijke intellectuele uitdaging ontstond

Cartesianisme en Hobbes’ wijsgerige antropologie werden ingezet en er vormde zich een brug naar een ‘naturalistische’, geseculariseerde politieke theorie die haar basis en fundering uitsluitend had in één of andere omschrijving van de menselijke natuur [1]

Franco Burgersdijk (1590-1635) anticipeerde Humes  ‘reason is … slave of the passions’

Van Velthuysen: halfslachtig om Calvinisten en Remonstranten niet tegen het hoofd te stoten

Pieter de la Court: “interest van Staat” als gids voor de politicus, Machiavellist

Je hebt volgens Blom een ‘idealistische’ politieke theorie  die morele voorschriften biedt (de traditie) en een ‘realistische’ politieke theorie die menselijke passies en menselijke natuur als een gegeven aanvaardt (naturalistisch program)

Maar ook de naturalisten komen in zekere zin tot een ethiek, iets waar Machiavelli (had Isaiah Berlin laten zien) juist geen heil in zag. ’t was niet kiezen tussen altruïsme of egoïsme om tot die politieke ethiek te komen, maar die ethiek zelf was niet in verband te brengen met de politiek.

Dus kwamen Burgersdijk en Van Velthuysen er niet uit: zij probeerden toch een soort ethiek te maken. Pas Spinoza slaagde erin te bewijzen dat je, als je een stukje van je rechten opgeeft, je die terugkrijgt PLUS een aandeel van die macht van het collectief. Hiermee wordt Machiavelli’s stelling dat privésfeer en collectief niet met elkaar correleren verworpen.

Spinoza en Willem van der Meulen worden aangevoerd als ontwikkelaars van dit onmisbare naturalisme

Kossman schreef in 1960 Politieke theorie in het zeventiende-eeuwse Nederland