« Vorige pagina

In Buijnsters’ biografie van Van Alphen wordt melding gemaakt van één verwijzing naar Hume. En Voltaire wordt veel vaker genoemd.

In HvA’s gedicht “Mijne onbekende vrienden. Gedagten op mijn boekenkamer”, dat in zijn Mengelingen staat, schrijft hij over Hume en Bolingbroke dat ze wellicht om hun ʻschitterend vernuftʼ al roem verwerven, maar

“’t Bewondrend hart blijft egter koel,
Maar als ik ADDISON zie sterven,
Dan ben ik vol gevoel.”

[geciteerd in Buijnsters, 201.]

Over Luzac: “Geestverwant van H.v.A., bestreed ook Luzac Voltaire en Rousseau als extreme figuren die het grote werk van de Verlichting, ʻdat met de godsdienstige hervorming begonnen was en langzaam verder gingʼ (p. 10), in gevaar brachten.” [324n]

[nggallery id=17]

Stuk over Richardson – auteur van Pamela (1763)

[nggallery id=16]

Kerkelijke geschiedenissen (1774)

[nggallery id=18]

Verhandelingen van Price (1769)

[nggallery id=19]

Voltaires Schimmen

« Vorige pagina