http://www.dbnl.org/tekst/kloe003viel01_01/

Geen tekst is ooit geschreven om filologisch door filologen, of historisch door historici gelezen en geïnterpreteerd te worden – op basis van deze gedachte ontwikkelde Hans Robert Jauss in 1967 zijn befaamd geworden programma voor een receptiegeschiedenis. (86)

Hypothetische en reële receptie (87, 88)

onvermeld is niet ongelezen (kloek 100)

Is het niet veeleer zo dat de professionele verwachtingshorizon bij de kritiek tot op zekere hoogte een primitievere verwachtingshorizon bij het publiek veronder-
34Link 1976, p. 99. In principe ook Vodicka 1976, p. 64-65.[p. 101]stelt?

literatuursociologie (noot bij 101)

….gebleken is hoezeer uitspraken van tijdgenoten met betrekking tot de receptie van een werk een zorgvuldige analyse van de context vergen. Men zou hier kunnen spreken van een context in engere en in ruimere zin. In engere zin voorzover het om de waarde van de uitspraak binnen het kader van de tekst gaat (Mevrouw Wildschuts onbetrouwbaarheid als referente), in wijdere zin omdat de tekst waarin een uitspraak wordt gedaan weer onderdeel is van een auteur-lezerrelatie (Wolff en Deken als volkopvoedsters). Op dit punt doet de Drostecacaobusverpleegster haar intrede: om het ʻdialogisches Verhá¤ltnisʼ tussen een tekst en zijn lezers te onderzoeken zoekt men naar uitspraken in andere teksten, waarvan dan weer het ʻdialogisches Verhá¤ltnisʼ met háºn lezers onderzocht moet worden, enzovoorts.

(103)

“Deze voorwaarden brengen met zich mee dat de resultaten doorgaans weinig spectaculair, en in ieder geval nooit onaanvechtbaar zullen zijn. Echter aldus geconditioneerd is receptiegeschiedenis niet alleen mogelijk, maar vooral ook zinvol.”
(105)

Leave a Reply