3 mrt, 2009
Wyger R. E. Velema, Republicans (2007) – Inleiding
Geplaatst door Willem in de categorie: LiteratuurReacties (0) Tags: Batavus, E. H. Kossman, Montesquieu, republicanisme, Simon Stijl, Velema
Pre-revolutionair Frankrijk als niet-zo-lichtend voorbeeld, Pruisen deed het beter
Monarchieën werden gezien als een bedreiging voor de vrijheid, waarbij vooral Frankrijk diende als duister voorbeeld. Engeland kreeg vaak het voordeel van de twijfel, omdat daar, zoals Montesquieu het typeerde, de republiek verstopt zat onder de monarchie.
Maar niet alleen het politieke systeem zelf was doelwit van de kritiek uit de Republiek, ook de mores die erbij hoorden konden op afkeur rekenen, vooral sinds de introductie van het Nederlandstalige spectatoriale tijdschrift door Justus van Effen. De hoffelijke politesse mocht niet het voorbeeld woorden voor de Nederlandse burgers, zij moesten zich spiegelen aan de politeness zoals die ook tijdens de Gouden Eeuw had geheerst: een afstandelijker, soberder beleefdheid die beter paste bij de republikeinse waarden.
Pas na de Franse revolutie zou er een omslag plaatsvinden in deze tweeledige hekel aan het Franse systeem, toen de Nederlandse revolutionairen in de radicale afrekening met het ancien regime als voorbeeld namen voor hun eigen aspiraties. [3]
Zillesen, die schreef over de rise and fall van verschillende klassieke en moderne volkeren, erkende wel dat het succes van de Fransen toch wel enige eerbied afdwong, maar dat het vanwege haar politieke systeem een negatief oordeel niet kon ontlopen. Het hele op eer gebaseerde hierarchische systeem was allerminst egalitair en evenmin rechtvaardig, aangezien “nobility, rank birth, or favor” de uitkomst van elke politieke beslissing bepaalde.
De absolute vorst voorkwam dat zijn onderdanen voor zichzelf dachten, en zodoende was een werkelijke (want vrijwillige) vaderlandsliefde onmogelijk.[4]
De Pruisische koning had het, in de ogen van mensen als Luzac en De Post van de Neder-Rhyn, al een stuk beter voor zijn onderdanen geregeld, maar er was nog altijd een beperking: de vorst zelf. De onderdaan was voor zijn rechten nog altijd overgeleverd aan de willekeur van de koning! [5]