20 jan, 2009
BMGN Verwijzingen naar Hume
Geplaatst door Willem in de categorie: LiteratuurReacties (0) Tags: BMGN, De Schryver, Frank Ankersmit, Hume, Luzac, Pocock, Schwegman, Velema
Schwegman – Vrouwengeschiedenis en de ‘gevestigde’ geschiedwetenschap. Een ontmoeting
[Maar] geschiedenis is een terrein van kennis met een uiterst vormende waarde, en eveneens een aangename bezigheid; en een groot deel van wat we gemeenlijk Eruditie noemen, en zo hogelijk waarderen, is niets anders dan een vertrouwdheid met historische feiten. Het is aan geletterde mannen om hiervan een uitgebreide kennis te bezitten; maar ik moet het als een onvergeeflijke onwetendheid beschouwen van personen van welke sekse of stand dan ook, om niet met de geschiedenis van ons land vertrouwd te zijn, evenals met de geschiedenis van het oude GRIEKENLAND en ROME. Een vrouw kan zich gedragen met goede manieren, en zelfs enige levendigheid bezitten in haar geestelijke vermogens; maar als haar geest niet op deze wijze gestoffeerd is, is haar conversatie onmogelijk in staat om enigszins onderhoudend te zijn voor verstandige en bezonken mannen. Daar moet ik aan toevoegen, dat geschiedenis niet alleen een waardevol terrein van kennis is, maar ook de deur opent naar vele andere terreinen, en de stof verschaft voor de meeste wetenschap 1.
Met deze woorden, en nog vele meer, prees de Verlichte filosoof David Hume een vriendin de studie van de geschiedenis aan als de wetenschap die bij uitstek inzicht verschaft in de menselijke natuur. Maar welke rol zou die kennis van de geschiedenis moeten spelen in het leven van vrouwen? Min of meer gelijktijdig met zijn eigen History of England (1762 vlg.) verscheen het geschiedwerk van Catharine Macaulay over hetzelfde onderwerp en met dezelfde hoofdtitel2. De politieke visie van beide auteurs liep sterk uiteen, en bovendien bekende Hume jaloers
te zijn op het onmiddellijke succes van Macaulay’s geschriften. Al was hij fair genoeg om Macaulay als auteur serieus te nemen, hij had de geschiedkundig onderlegde vrouw vooral geportretteerd als interessante gesprekspartner voor mannen. Macaulay was niet alleen meer
dan dat, zij was iets anders: zij was een zelfstandige historica.”
Noot 1: Fragment geselecteerd uit D. R. Kelley, ed., Versions of history from antiquity to the enlightenment (New Haven-Londen, 1991) 459 (vert. JHB), ontleend aan David Hume, ‘Of the study of history’ in: T. H. Green, T. H. Grose, ed., Essays: Moral, political, and literary (Londen, 1808).
Noot 2: Een beschouwing van Macaulay en Hume in een drietal parallelle vergelijkingen van een vrouwelijke en een mannelijke historicus, in N. Z. Davis, ‘History’s two bodies’, AHR, XCIII (1988) 1-30.
[28]