In het derde deel van de Letter-Verlustiging (ws het eerste deel van 1762) vinden we in het letternieuws uit Londen (in de NAAMLYST van onlangs uitgekomene meest GODGELEERDE SCHRIFTEN)
[409-410]

Millar heeft hier voor eenigen tyd mede uitgegeeven, voor den prys van 6 Eng. Schell. The theory of Moral Sentiments by ADAM SMITH, Prof. of Moral Philosophy in the University of Glasgowy[sic] in 8 vo. Een Werk, ’t welk met genoegen zal geleezen worden door zulken, die de fraaye Weetenschappen met eene juiste kennis der Waereldwysheid trachten faam te paaren; als bestaande in eene beschouwelyke kennis van zedelyke bevindingen of Gevoelens; waar omtrent des schryvers grondstellingen zoo klaar, zyne besluiten zoo bondige, zyne wyze van denken als ook zyn Schryfstyl zoo sterk en kragtig zyn, dat men hem geenszins mede te tellen hebben onder die talryke Bende van Bovennatuurkundigen, die, of uit gebrek van kennis in de overige Deelen der Geleerdheid, o uit eige aangeboren dor- en droog-heid van Verstand, voor den fynen smaak van schrandere Geesten ten walge verstrekken. Deeze Schotse[!] Hoogleeraar gelooft dat de eenige Weg, om de kennis der Zedelyke Natuurkunde te vermeerderen, en de daar aan veeltyds ontbreekende overtuiging, kracht en juistheid by te zetten, besta in ’t volgen der latere Natuurkundigen, die zich standvastelyk op Proefnemingen gronden, en op de eige Ervarin beroepen. Hy merkt aan dat, hoe eigenbaatige sommige Menschen ook somwyl schynen mogen, ‘er in hunnen natuure, toch iets overblyve, ’t welk hun belang doet nemen in alles, wat omtrent anderen gebeurt, en hun eene Medeneiging doet gewaar worden, in en tot het gene hunnen Medemenschen doen of lyden. Door deeze Medeneiging of Sympathie, deelen we in ’t genoegen en de smerten onzer naasten; de kracht der Inbeelding komt hier in on s te hulpe, en drukt hunnen gewaarwordingen zoo krachtig in onzen Geest, dat het luttel scheelt, of we hebben dezelfde bevindingen als zy. Op deeze Grondstelling doet hy ten grooten deele zyn Leergebouw steunen. Zyn Schryftrant, door bevindingen van Deugd bezield, vloeit als een heldere, volle, en ruischende Stroom, en voert ons, zagt en lieflyk, door veel aangenaame Tooneelen des Leevens en door meenige zeldzaame bespiegelingen der Wetenschappen, heen. En of hy schoon in de diepten der Wysheidsbegeerte indringt, spreekt hy nogthans altyd als een Man van de groote Waereld, dat is, beschaafd, duidelyk en verstaanbaar, en tracht alle zyne Bewyzen door de algemeene Gewaarwordingen en Bevindingen op te helderen. En, al waren zyne Naturkundige Besluiten in alles altoos niet even goed of juist niet de allerbesten, ’t welk wy, den Bovennatuurkundigen ten onderzoeke overlaten, zoo is echter dat gen,e, ’t welk hy ter opheldering bybrengt, genoegzaam om elken Liefhebber der Weetenschappen een groot Denkbeeld te geeven van des Schryvers grondig Verstand en verhevenen Geest”

Leave a Reply