Voorrede spreekt van het opstaan van een ‘advokaat der vaderlandsche kerk’ (Barueth, samen met Hofstede(?) verantwoordelijk voor anti-spectatoriale orthodoxe schriften) die roet in het eten gooide toen de Rhapsodist nét een voorrede zonder boek wilde uitbrengen, maar zich nu genoodzaakt zag om zich te veredigen tegen de Advokaat. Onder andere de levensbeschryving van Voltaire was velen in het verkeerde keelgat geschoten omdat er niet bij was verteld dat er een tekstje uit Der Zufriedene aan de basis stond.
Bij het stukje DE ZELFMOORD IS EEN UITWERKSEL VAN LOUTERE KRANKZINNIGHEID wordt dan ook gelijk vermeld dat het gebaseerd is op en stuk ‘over de vreeze des doods’ van Merian (Ak. Wet. en Let. Berlijn)
Ook komen er enkele brieven in dit deel terug die door orthodoxe briefschrijvers, zoals Zelotes Orthodoxus [327-340] die een ‘ketter-wyk’ voorstelt (328), zodat hij en andere godsvrezenden niet steeds met hen in aanraking komen (hier komen de Remonstranten, Sociniaanen, Mennoniten, Pelagiaanen, (hele en halve), Arriaanen, Deïsten en Lutheranen te wonen). In deze brieven wordt bovendien steeds verwezen naar ‘onzen dierbaaren Advokaat der Vaderlandsche kerk”

[8-25] wordt weer geschreven over ‘den geneefschen filosoof’ gesproken, als voorbeeld van een reden waarom iem. geneigd zou zijn zelfmoord te plegen, na het lezen van een stuk van hem

[63-73] Het meerdelige ‘Berigt wegens de ontdekkingen van ridder izaak newton’ blijkt gebaseerd op “het uitmuntende werk van den Heere COLIN MACLAURIN” (Londen 1748)

[74-103] ZIMá‰O. “Door George Filmer, een Kwaaker van afkomst” – overgenomen uit de Saisons van M. La M. de St. Lambert (Amst 1796, p. 181) eindigt met de uitroep dat Europa nooit echt beschaafd zal zijn als zij volksplantingen kan runnen, zolang niet alle mensen van het natuurrecht op de hoogte zijn. Hiervoor wordt ook verwezen naar Esprit des Loix als voorbeeld (samen met het boek van Burlamaqui) dat nog altijd moet wedijveren met Machiavel en Hobbes als het gaat om ideeën over natuurrecht in Europa.

“Beschaafde geoefende, geleerde volken, neemt dit in opmerking: gy zult noch goede zedenleere, noch goede regeeringen, noch goede zeden hebben, dan wanneer de gronden van het natuurlyk regt bekend zullen zyn by alle menschen; en wanneer gy en uwe wetgeeevers een bestendig gebruik van dezelven maakt in uw gedrag en in uwe wetten. Dan zult gylieden beter, magtiger en geruster, geene dwingelanden en beulen van het overig gedeelte des aardbodems zyn: dan zult gy weeten, dat het den Afrikaanen niet vry staat aan ulieden krygsgevangenen te verkoopen; dat de heeren der groote leenen van de kust van guinée u hunne leenmannen of vassalen niet moogen verkoopen; en dat al uw geld niet in staat is u het regt te geeven van een eenig mensch in slaverny te houden” [103-104]

“De vervolgzieke geestelyke, in zyne woede gestuit [151-153] is overgenomen uit ‘the Gentleman’s Magazine’

In het tweede deel van “HET REDENEEREND VERMOGEN EN DE VERSTANDELYKE VORdERiNGEN DER DIEREN” [179-217] – het eerste deel noemde Bonnet, hier wordt o.a. condillac, de Buffon, Schirach en Wilhelmi

“Model eener goede biddags-predikatie” [244-270] verwijst naar Rousseau en diens pleidooi voor de terugkeer naar de natuurstaat ‘wilde eenzaamheid’

In VERHANDELING OVER HET HUWELIJK – vertaald uit het Fransch van den heere Boucher D’Argis [341-353] wordt l ‘Esprit des Lois geciteerd: “Overal waar zig een plaats bevindt, daar twee persoonen met gemak konnen leeven, geschiedt een huwelyk” [341]

REDEVOERING OVER DEN OORSPRONG EN DE KLEUR DER ZWARTEN, VOORGELEEZEN IN DEN ONTLEEDKONSTIGEN SCHOUWBURG, TE GRONINGEN, DEN 14 VAN SLACHTMAAND [!] 1764. *De schryver deezer Redevoering is de uitmuntende Hoogleeraar PETRUS CAMPER, die ons dezelve gunstig heeft medegedeeld om in ons werk geplaatst te worden.

over het ontleeden van eerst een angoleese jongen en dan oeran-oetangs: dat er nog steeds zijn die een afkomst van de zwarten uit de vermenging van blanken en ‘bosch-menschen’ vermoeden. [380-381]

-ook niet het verbranden van de huid [381] zoals Brownius denkt
– of de aanwezigheid van kwik en zwavel, die samen zwart worden ‘als in een vijzel’

worden ook bijbelse figuren aangehaald, zoals Cham vervloekt door Noach én daardoor zwartgemaakt – misschien zelfs door God maar de redevoerder betoogt dat die redenering echt blank was, omdat zij ‘zig’ hiermee ‘dus eenen voorrang boven de anderen, van kleur verschillende, toeëigenden’. Omgekeerde zouden de arme Amerikaanen waarschijnlijk eerder kunen denken dat God de blankenwit gemaakt heeft, als ze zo toornig zijn. [383]

– daarna enkele stellingen over de verschillende geografische gebieden met bijbehorende uiterlijke kenmerken maar Maupertuis’ “la Venus Physique”[383-384]

de “onsterfelyken” [394] Buffon wordt de grootste Natuurkenner van deeze eeuw genoemd [384] en zijn “Natuurlyke Historie van den Mensch” van harte aangeraden

lees Maupertuis, lees Littre, lees le Cat “en Gylieden zult niet langer zwaarigheid maaken om met my de hand van broederschap aan de Negers en Zwarten te geeven, en dezelve te erkennen voor de waare nazaaten van den eersten mensch, wien wy allen voor onzen Vader erkennen! Ik heb gezegd”[394]

“Verslag wegens het werk van den heere J. P. Suszmilch, een titel voerende de goddelyke orde, heerschende in de veranderingen van het menschelyk geslacht” (waarvan ook al 4 nederlandse veralingen bij P. Meijer zullen zijn verschenen, aldus een voetnoot) [411-429] is misschien nog wel het beste te omschrijven als theodemografisch. Ook hier wordt Montesquieu weer genoemd: “MONTESQUIEU zegt dat er landen zyn, waar de natur alles doet, en waar derhalven de wegever niets te doen heeft. Ten voorbeelde brengt hy CHINA by, waar het onnoodig is de menschen door wetten ter voortteelinge aan te zetten, dewyl de vrugtbaarheid der landstreeke menschen genoeg uitlevert” -> hier gaat suszmilch echter tegenin: zegt dat het vooral komt door de voortdurend vrede en ontbreken van ziekten als kinderpokken en de pest dat de bevolking van China zo hard groeit [425-426]

OVER HET Vá“á“RGEVOEL EN ZEDELYK GEVOEL, Gedeeltelyk gevolgd naar den heer DE BEAUSOBRE * uit de Memoires van de ac. berlin. [513-525]
geen namen behalve die van beausobre.

Uit The expeditions the humphry Clinker komt “Het gedrag van een tederhartigen zoon en broeder” [540-544]

Leave a Reply