26 aug, 2009
Cornelis van Engelen – Brieven over de Weelde
Geplaatst door Willem in de categorie: Boeken, TijdschriftenReacties (0)
BRIEVEN OVER DE WEELDE; ALS HOGST NADEELIG VOOR ….
DOOR C. VAN ENGELEN, RUSTEND LLERAAR DER DOOPSGEZINDEN. EERSTE DEEL. Nieuwe uitgaave
bij J. van WALRé en comp.
1791
***** uit de voorreden:
iv: “Maar nu wat is Weelde? waar vangt zij aan? Wanneer wordt zij misdadig?”
vi: “Omdat ik toen al geen zin had om mij, onder de modische benaamingen van Etiquette, Bonton [schuin], en dergelijke, een partij lastige dwaasheden van kleine geesten als wetten te laten voorschrijven, noch besluiten konde om mijne penningen, in plaats van daar vermaak voor mij zelven anderen voor te kopen, enkel ter voldoening eener dorre verwaandheid te besteden.”
tegenstelling tussen de “zuiveren wellust van huisselijk vermaak” en de “kinderachtige voldoening” die “de meeste menschen, die werk van de Weelde maaken” halen uit het verkrijgen van spullen puur voor de status, zoals “vreemde, in plaats van inlandsche, met zijden of katoenen, in plaats van garen of wollen, stoffen” [vii]
“na mijn leven, mag ik bijna zeggen, doorgebragt te hebben met het geluk mijner Landgenooten, als individueele menschen en Christenen, naar mijne vermogens, te bevorderen, en hen, tot het betrachten hunner plichten, waar uit hun tijdelijk en eeuwig heil moet spruiten, aantesporen, hen nu als Nederlanders, gezamenlijk, of te maanen van eene dwaasheid, die ons, (zo wij tot den eersten oorsprong van het kwaad opklimmen,) in onzen tegenwoordigen beklaaglijken toestand gebragt heeft, en die, zo wij daarin blijven volharden, het geheel Gemeenebest in een volstrekt bederf zal storten” viii-ix
legt uit dat montesquieu al liet zien dat een republiek niet zonder deugd kan (zoals een monarchie niet zonder eerzucht, en een willekeurig despoot niet zonder angst)
de weelde is een ‘geslagen vijandin der Deugd” x
voorbeelden uit de klassieke oudheid van mensen die een ‘volstrekte heerschappij’ wilden bewerkstelligen over een vrij volk, die altijd geprobeerd hebben de weelde te bevorderen.
xii nogmaals beklag over het uit het buitenland halen van benodigdheden, wat nl extra kwetsbaar maakt is dat vooral Holland kan “uit eigen grond niet het vijftigste gedeelte der menschen, die daar thans leeven, voeden”, en dus kan het zichzelf niet redden als het wat slechter gaat. en ook de handel gaat achteruit
Grotendeels getrokken uit een werkje van “Abt Pluquet!: uitgegeven in 1786!!!
xiv besefte dat hij het korter moest maken, heeft er brieven van gemaakt: “ik heb zelfs die brieven kort gemaakt, omdat men menschen, die nog aan de Weelde gehecht, en dus, (eenige zeer weinige persoonen uitgezondert) van inspanning afkeerig, zijn, niet moet vergen lange stukken van een zedekundig onderzoek te lezen, veel min te overdenken.” xv
Behoed uw harte bovenal dat te bewaaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens. ’t is in het hart dat de Weelde huisvest, ’t is het hart, dat ons gedrga in dezen onberispelijk kan houden.”
Laat on shet geluk in de volmaaking, voor ’t allerminst in het gebruik, van onze verstandelijke vermogens, en in eene geregelde bestiering van onze zinlijke vermaaken, zoeken.; Laat ons, die met lle onze kostbaare, dikwils verveelende, gezelschappen, de waare, de plichtmaatige, gezelligheid veelal niet dan gebrekkig kennen, ons met die edele genieting leeren verlustigen, en gelukkig leeren worden, naar mate wij anderen gelukkig maaken; Dus gewapend zijn wij boven alle gevaar om ons in dwaaze Weelde te verlopen; Dus kunnen, mogen, moeten, wij zelfs, in verscheiden gelegenheden, en onder de noodige bepaalingen, de gemakken en aangenaamheden genieten, welke de beschaafde eeuw en gevorderde kunsten ons aanbieden; Wij mogen, wij moeten, onder de gemelde voorwaarden ons naar de aangenomen gebruiken schikken, en de Weelde voor een gedeelte volgen, om haar in haare grootere uitwijkingen te stuiten, [xvii] om onze achting, bij onze, nog zwakke medeburgeren op te houden, en ons voorbeeld van gemaatigheid of onthouding des te krachtiger te doen werken; maar wij moeten, ten dien einde, ik herhaal het, Redelijke Schepzels blijven; Wij moeten ons geluk in geene louter zinlijke geneugtens zoeken; gene Lastige beuzelingen met wezenlijke vermaaken verwarren, noch ons zelven hooger schatten naar maate wij menschen van minder middelen, en misschien meer verdiensten, laager vernederen.”
****EERSTE BRIEF**
o.a. door koophandel en handel in anere werelddelen europa nieuwe weelde, en “thans de macht en den bloei der Staaten, zowel als het geluk der menschen te bepaalen.” 8
“De Philosophen en Politieken, die de Weelde niet dan uit dit oogpunt beschouwden, oordeelden haar zeer nuttig, ja noodzaaklijk te zijn; en verbeeldden zig den welvaart des volks, en het geluk der afzonderlijke leden, te zien verdwijnen, zo de Weelde verbannen wierdt; Di was bijzonderlijk de samenhang van denkbeelden, waar door MANDEVILLE in zijne beruchte Fabel van de Bijën geleid wierdt tot zijn gevoelen over de noodzaaklijkheid der Weelde en Ondeugd, om een staat te dowerd het ook een staatkundig onderzoek.en bloeien.”
vooral engelse godgeleerden ijverden om de weelde als ondeugd te bewijzen en haar nadelen voor de maatshcappij., na Mandeville werd het staatkundig:
Ik zal de onderscheiden beschrijvingen, welken zij, die zig meerder of minder voor het laatste gevoelen verklaard, en hetzelfde rechtstreeks, of onder zekere bepaalingen, voorgestaan hebben, als van MANDEVILLE, MELON, MONTESQUIEU, HELVETIUS, HUME, den Schrijver van de ELEMENS DU COMMERCE, dien van dit Artikel in de DICTIONAIRE ENCYCLOPEDIQUE, dien van het ELOGE VAN COLBERT en anderen niet aanhalen of wederleggen” en gaat ook voorbij aan de tegenstrijdige gevoelens als van BLUET, WARBURTON en CONDILLAC .
omdat zij niet de ‘waaren aart der Weelde in hunne bepaalingen en ophelderingen heben voorgedragen’, – ze vinden haar wel onontbeerlijk en onvermijdelijk, maardoen het in ‘ongeregeegelde , wilde bewoordingen, en bieden geen ‘nette betekenis aan’
ze werken vanuit een bepaald idee, in plaats van vanuit de aard van de weelde. 12
******* vyfde brief 53
mensen zoals door de natuur gemaakt ebben ‘stellige behoeften, die zijn maakzel in de war brengen zoo zij niet voldaan worden; en die ophouden zorda de harmonie in de dierlijke huishouding hersteld is”. de mens zonder weelde is rustig, kan anderen helpen met hun vermaak en de natuur is de groote bron van zijn genoegen, net als erkentenis
“Maar geeft nu zulke menschen eene dartele levenswijze, zegt tot hun;’Vermeerdert uwe genietinge, zoo vergroot gij tevens het algemeen geluk; Neem de Weede aan, en de arbeider, de Konstenaar, derzelver vrouwen en kinderen, zullen daar de voordeelen van genieten, [blz54]; zij zullen met een blijde hoop werken, terwijl, zonder de Weelde, het geld in de Koffers der Rijken zou blijven liggen, of alleenlijk dienen om bedoelaars in hunnen luijheid te voeden (a).” [noot 54n: “9a) MELON, Essai sur le Commerce, c. 8 HUME, essai on luxe. [sic] Eloge de Colbert.”]
vanaf dat moment zullen de dingen waar hij eerst gelukkig mee was, niet meer voldoen. zijn hart is alleen nog maar bezig met het verkrijgen ervan en blijft gesloten voor gezellige neigingen, en haat zelfs zij die hem om ‘eene weldaad verzoekt’.
“Vreemde Wijsgeerte, die het beste edeelte van den mensch vernielt! Men belast hem, met grooten ophef, menschlievend en behulpzaam te zijn, terwijl men zaaden in zijn hart strooit, die deeze deugden beletten daar in te groeien. ” 54-55
******ZEVEnde brief 71
“”De Rijkdommen, zegt de Heer HUME, zijn in alle tijden, en voor alle menschen, wenschelijk, omdat het de middelen zijn, waardoor zij die vermaaken bekoomen kunnen, daar zij aan gewend zijn of naar verlangen. Niets kan derhalven de zucht naar geld stuiten dan een gevoel van Eer, dat, zoo het niet in alle tijden gelijk is, natuurlijker wijze gemeener zal zijn in de Eeeuewn der Weelde.” Ik heb zeer veel bedenkingen tegen die aanmerking van den Heer HUME in te brengen; ik zal slechts weinige daarvan voordragen.
“Daar is niets, dat de zucht naar geld kan stuiten, zegt die schrandere Schrijver, dan een gevoel van Eer, het welk gemeener moet zijn in de Eeuwen der Weelde“Wat is de grond van die verzeekering? Hoe kan de Weelde, die de zucht naar rijkdommen doet ontbranden; de Weelde, die zig niet dan met rijkdommen kan voeden, en die echter nooit genoeg heeft aan ’t geendezelfve haar verschaffen; hoe kan die de zucht tot rijkdommen verdooven?” 72
en hoe kan de eer – die je ertoe kan doen besluiten afstand te doen van (een gedeelte) van je rijkdom – groter zijn in een eeuw “waarin Eer, geluk, en alles, van rijkdommen afhangt” 72
het gevoel van eer wordt eerder zeldzamer en slapper, naar mate de weelde doorbreekt. (voorbeelden uit klassieken)
“De voorstanders der Weelde beweeren vervolgens, dat zij de oorlogen minder wreed maakt. “Op het slagtveld zelven, zegt de Heer HUME, alwaar de Eer en het belang der menschen hart tegen het medelijden, zoo wel als tegen de vrees verharden, leggen de strijdende Partijen, na den strijd, hunnen vijandschap neder, en worden weder menschen. Het veraad [sic] en de wreedheid heerschen vooral in de ruuwste Eeuwen; en de Grieken en Romeinen schrijven die hatelijke eigenschappen bijzonderlijk toe aan de baarbaarsche Natien, waarvan zij omringd waren enz.” [blz75]
auteur vindt bij weeldeloze naties juist geen wreedheid of verraderij, en juist veel bij volkeren MET weelde: pezen, Karthaginenseren, Athene na de tijd van Pericles 75
*****NEGENDE BRIEF 97
voorstanders menen dat alleen de weelde de mensch hem “voor een noodlottigen doodslaap” kan behoeden, en dat zij alleenlijk verantwoordelijk is voor kunsten, wetenschappen en ooral de letterkunde en werken van smaak heeft voorgebracht en dus de geest in alle zijne werkzaamheid doet te voorschijn komen.
“”In die tijden, waarin de nijverheid en kunsten bloeien, zegt de Heer HUME, worden de menschen in eene geduurige bezigheid gehouden. De Geest verkrijgt eene nieuwe kracht, en breidt zijne denkbeelden en vermogens uit; – Verban de kunsten uit de Maatschappij, en gij berooft de menschen zoo wel van werkzaamheid als vermaak. Een ander voordeel van de vermeerderde nijverheid, en van de verfraeijing der werktuiglijke kunsten, is, dat gemeenlijk dezelfde Eeuw, [blz98] die de groote Philosoofen en groote Staatkundigen, de bekwaame Legerhoofden en beroemde Dichters, voortbrengt, ook goede scheepsbouwers oplevert. Men kan niet verwachten, dat onder eene Natie, daar de starrekunde weinig of niet bekend is, en de zedekunde verwaarloosd wordt, werklieden gevonden worden, bekwaam om een stuk stoffe in dien trap van volmaaktheid te vervaardigen, daar het vatbaar voor is. De geest der Eeuw deelt zig aanalle kunsten gelijkelijk meede [!!]; alles is met malkanderen verbonden; en zo dra de mensch uit dien noodlottigen doodslaap, die hem tot een blok maakte, ontwaakt, begint alles in hem te gisten en te leeven; hij wendt zich naar alle kanten, en volmaakt alle de kunsten en alle de wetenschappen. De diepe onkunde, die te voren heerschte, wordt nu geheel verbannen, en de menschen genieten het voorrrecht van redelijke schepselen te zijn; van zoo wel te denken als te werken; en van de vermaaken van den geest zo wel als die van het lichaam te bevorderen (a).” [voetnoot 98n: “(a) HUME Discours. Polit. Tom. I. p. 46.” uit de tijd dat de pol discourses dus vermeerderd waren in frankrijk, duh]
vervolgens vraagt de auteur zich af of de geschetste relatie tussen de sterrekunde en het weven, of scheepsbouwers en pruikenmakers (die komt dus uit het niets) en het is niet de weelde, maar auteur denkt dat “behoeften van den mensch, dat het verlangen om kundiger te worden, dat het vermaak, ’t welk hem de vermeerdering zijner kundigheid verschaft” genoeg zijn om kunst+wetenschap te laten bloeien [blz99]
“De Heer Hume zegt, dat, zodra de mensch [blz 100] uit dien noodlottigen doodslaap, die hem tot een blok maakte, ontwaakt, alles in hem begint te gisten en te leeven; dat hij zich naar alle kanten wendt, en alle de kunsten, en alle de wetenscappen, volmaakt” – maar is de zucht en verlangen naar die kundigheden en de meerder achting het (vervolgt de auteur) niet genoeg?
pope op 109 essay sur la critique
voltaire op 113-114, lange citaten en het blijkt wel uit de bekentenis van voltaire dat de grote geesten, geleerden uit de geneeskunde en natuurkunde en wiskunde zich zonder weelde beter zouden kunnen bewijzen 116-117.
nog een keer pope op 125
rapin thoiras 127
pope bentley clarke
**********DERTIENDE BRIEF 158
“Zij, die ten haaren voordeele geschrevn hebben, schijnen zelfs niet te vermoeden, dat men aan dit laatste [dat de weelde als het waare middel van geluk wodt beschouwd] kan twijffelen; Men moet dit uit de uitdrukkingen van MANDEVILLE, MELON, HUME, enz. natuurlijk opmaaken.” 158
en op 177: “De voorstanders der Weelde zijn zelve verplicht deze beginzelen [dat de menselijke geest verveeld raakt van de verscheidenheid – in de hypothetische situatie dat iemand altijd in zijn lust naar nieuwigeheid kan voldoen, en in de reële situatie dat hij dat niet kan, dus zijn geluk af en toe moet onderbreken omdat hij er simpelweg niet aan ká¡n voldoen] te erkennen; “De zwakheid der menschelijke natuur, zegt de Heer HUME (d) [voetnoot 177n: “(d) Meermaals aangehaald Discours on Luxe.”] kan geen onafgebroken loop van bezigheden of vermaaken verdragen; Die vaardige voortgang der geesten, dien mensch aan zichzelven onttrekt, en zijne voldoening uitmaakt, vermoeit dezelve, en put hen uit; daar [blz 178] wordt dan eenige tusschentijd van rust vereischt, die, schoon aangenaam voor een oogenblik, eene kwijning en slaapziekte voortbrengt, zo zij te lang wordt gerekt, en waardoor dus alle onze genietingen verloren gaan”
eerste register van de inhoud der brieven komen we Humes naam het vaakst tegen (2x) [193-198]
16e brief gaat over mandeville en wederlegt de “winderige besluiten” van mandeville met behulp van mercier die colbert aanhaalt.
17e idem, weerlegging door het belang van godsdienst mbv Necker.
**********ACHTTIENDE BRIEF (245)
“Derhalven, indien de Weelde eene wijze van denken en leeven is, welke de Ingezetenen van den Burgerstaat gansch niet gelukkig maakt; indien daarentegen dat gewaand sijstema van geluk tot algemeen en duurzaam ongeluk leidt, moet de gezonde Staatkunde het afkeuren; en schoon het dus al waar mogt zijn, gelijk MANDEVILLE, HUME, en derzelver navolgers beweeren, “dat de Weelde het beginzel van den Rijkdom der Staaten ware, en dat men zonder haar geene vlooten of legers, om veroveringen te maaken, kan aanleggen of onderhouden”; dan nog zoude eene wijze en billijke Staatkunde dezelve poogen te weere, indien zij de menschen ongelukkig maakt; omdat de menschen zig in eene burgerlijke Maatschappij begeven hebben om daar in hun geluk te vinden, en niet om schatten op te stapelen, vlooten uitterusten, legeers op de been te brengen, en verwarringen [blz 246] te maaken, terwijl zij onder, en zelfs door, dit alles ongelukkig leeven.”
NEGENTIENDE BRIEF over de manier waarop alles duurder wordt in een land vol weelde, en de export dus daalt en de economie begint in te zakken -> met alle gevolgen van dien
[blz 264] “Deze uitwerkzelen der Weelde, (welken ik slechts zeer kort voorstel, omdat ik aan een kundig man schrijf,) zijn daar zo nauw mede verbonden, dat haare voorstanders zelve die volmondig erkennen. “De belastingen, zo wel als de rijkdom van een Staat, zegt de Heer HUME, wanneer zij te hoog lopen, verdelgen de nijverheid, door de Wanhoop te doen geboren worden. [blz 265] Zelfs, óór dat men tot dit uiterste komt, verhoogen zij alle de arbeidsloonen, en vermeerderen gevolgelijk den prijs van alle waaren en gerieflijkheden. Eene oplettende en belangelooze Regeeringen neemt het punt in opmerking, waar de winst ophoude, of het verlies beginne? Maar dewijl het tegenstrijdig karakter veel gemeener is, staat het te veezen dat de belastingen door geheel Europa, mettertijd, derwijze vermeerder zullen worden, dat zij alle nijverheid uitdooven en de kunsten verbannen; schoon haare eerste verhooging, in gunstige omstandigheden, misschien den aanwas dier zelfde voordeelen hebben kunnen bevorderen (a)” [noot 265a “(a) Zie het zevende van zijne Politieke Diskoursen.”] Zo de Heer HUME een et denkbeeld van de Weelde gehad, en haaren waaren aart wél gekend, hadt, zo hij haaren invloed op den geest, op het hart, en het karakter van den mensch, behoorlijk in aanmerking hadt genomen, zoude hij gezien hebben, dat het in een Staat, waar de Weelde heersct, onmogelijk is eene bestiering te hebben, die oplettende en kundig genoeg zij, om [blz266] de uitwerkzelen der belastingen nauwkeurig genoeg te volgen; en om in aanmerking te nemen, waar de lijn van afscheidingmoete getrokken werden, daar de belastingen schadelijk worden voor de nijverheid? en de kunsten, fabrieken, enz. beginen te verbannen? Omdat de Weelde den mensch, daaraan verslaafd, niet toelaat, zo veele oplettendheid, zo veel oordeel en goeden wil aan de gemeene belangen te besteeden. Te meer daar hij zelf reeds ingezien en aangemerkt heeft; “dat het voor eenen Souverein, die eenigzins neigt om dezen weg in te slaan, zo gemaklijk valt om geduurig nog een weinig, nog een weinig, bij de vorige elastingen te voegen, waardoor dezelve eindelijk niet kunnen missen het gemelde kwaad onfeilbaar voorttebrengen (b)” [noot 266n: “(b) Ibidem.”
twintigste brief mirabeau ’s voortreffelijk werk (population) (281)
******* EEN-EN-TWINTIGSTE BRIEF (297) over de mate waarin de weelde de huwelijks-liefsde en ouderlijke tederheid dooft en er dus wetten gemaakt moeten worden om hiermee om te gaan (erftechnisch enzo)
“De Heer HUME erkent, dat de oude Staaten eene groote meerderheid van macht boven de tegenwoordige hadden; en dat de reden daarvan in het grooter getal van Ingezetenen gezocht moet worden; wat hij erkent, dat het alleen in de meerdere ingezetenen was, dat de Ouden hunnen veiligheid deeden bestaan (i) [noot 297n: “HUME Discours sur le Commerce &c. des Nations anciennes.”] De verzwakking van de magt der Oude Staaten is dan door derzelver ontvolking en die ontvolking door de Weelde, voortgebragt; Naardien ér op gronden van den Heer HUME zelven, geene andere oorzaak van die meerderheid van magt is aantewijzen dan omdat ‘er geene Weelde was (k). [noot 297n2 “(k) Ibidem.”]
299dan “De Heer HUME erkent zelf, dat Londen, zonder dat het veel in getal van ingezetenen vermeerdere, een jaarlijkschen toevoer van vijf duizend menschen it de Provintien van nooden heeft (m). [noot 299n: “(m) Meermaal aangeh. Essaij on Luxe.”] Bijaldien nu de Weelde zo heilzaam was voor een Staat als die Schrijver beweert, waarom dan zoudeLonden, in paats van jaarlijks vijf duizend menschen uitde Provintiën te moeten trekken, niet in staat zijn om Volkplantingen it te zenden? – En waarom zoude Engeland, in dat onderstelde geval, in den laatsten oorlog tegen de Noord-Amerikasche Koloniën, bij gebrek van Engelsche manschap, zijne vlooten en legers met zo veele vreemdelingen hebben behoeven aan te vullen?” [blz 299]
helvetius de l’esprit, op 328 in brief 24 en 350 in brief 26L “het zijn de hartstochten alleen, die de hartstochten bestrijden kunnen”
montesquieu in 367 brief 27
“Zo de Rijken niet veel verspillen, zegt hij, zullen de Armen van honger sterven”. auteur snapthet verband niet.
en op 371 nogmaals verwezen naar het voorstaan van de noodzaakelijkheid der weelde in de monarchieen van de “groote Man”
naar De PINTO op 380 essay de circulation & du credit , 28ste brief en op 383, 389, 390
mandeville in tweede index [396-401]
C. van Engelen, Brieven over de Weelde, 1791 (recensie in Algemene konst- en letterbode 38 (23 september 1791) noemt Hume al)