« Vorige pagina — Volgende pagina »

Doorzocht:

1739 – 1 & 2
1740 – 1 & 2
1741 – 1? & 2

1759 – geen buitenlands letternieuws: (1 x denemarken 1 x duits) Berlijnsche Schatkamer

1766a – mei en juni 1766:

1e deïstenbrieven:

“Beschouwing van de voornaamste Schrivten der Deisten, die in deeze en de voorgaande Eeuwe in Engeland zyn uitgekoomen, in eenige Brieven aan eenen Vriend, door den Wel Eerw. en zeer Geleerden Heer John Leland, Dr. in de Godtgeleertheid en Bedienaar des Godtlyken Woords te Dublin, naar den 2den druk uit het Engelsch vertaald door Engelb. Noteboom. I. Deel, met eene Voorreeden van den Wel Eerw. en zeer Geleerde Heer J. A. Vos, Bedienaar des Godtlyken Woords te Mondfoort. In groot Octavo, bestaande 574 bladz. Te Utrecht by A. van Paddenburg, 1765. De prys is f 2: – : -”
[374-395], met de merkwaardige gewoonte om ‘vyvtiende Briev’ [395] te schrijven. Hume bevindt zich ws. in het tweede deel van de recensie. En in het derde…

mei en juni 1766: aankondiging Bowers Historie der Pauzen en Verdediging, 8 delen, 28 guldens voor Groot Papier intekenen, en 21 guldens voor ‘ordinair papier’, maar nog slechts 140 voor ordinair en 20 voor groot papier, omdat de lijst met intekenaren “op weinige na reets volledig” is [515] De delen worden ook verspreid gedrukt en betaald: Vooraf 3 of 4 gulden, dan voor 6 of 8 gulden vijfde deel en verdediging (aug 1766), dan voor 6/8 gulden het derde en zesde deel in jan 67, dan eerste tweede en zevende deel in juli 1767 voor 6 tot 8 euro.
In één koop zou het duurder zijn, vertelt het stukje op [516], 39 voor groot papier, 28 voor ordinair papier.
“Ieder Waarheid en Deugdlievend Nederlander behoorde ‘er zich van te voorzien, als strekkende ten steun en luister derzelver godvrugtige Voorstanderen. De Lyst der Inschryving strekt reeds ten bewyzen, van het deelnemen, dat veele aanzienelyke Heeren en byzonder Leeraaren der Protestantse Kerk, in dit Werk hebben genomen” [516-517]
*********************
tweede deel leland, 1766 nov en dec [376-392]
in de Bladwyzer [522] worden David Hume en David Home rustig onder elkaar geschaard (grr :)) alsof het één en dezelfde persoon zijn [

********************

1769a

Historie van engeland aangekondigd in de aflevering voor Mei en Juni – geen inhoudelijke opmerkingen, ook geen prijsindicatie – blz 514. F

Daarnaast in het persoonlijke reclame-paginaatje van de boekwinkel van de uitgever: blijkt hij ook de Historie te verkopen – terwijl hij niet in had getekend! F

**********************

derde deel: 1769 Juli en Augustus: [14-26]

“De Twee eerste deelen van dit Werk, door de goede vertaaling van den Heer Nooteboom, den Nederlanderen bekend geworden, en op hunne tyd in ons Maandschrivt aangepreezen, leeverden daar van kennelyke proeven op; [van de Bescheidenheid en Bondigheid “waarmede hy de goede zaak verdeedigd heeft”[16]

“Vervolgens treft men hier aan zeeker geschrivt, waar in de reedeneeringen van Mr. Hume, over de Wonderwerken onderzocht en uit fyne eige reedeneerwyze wederlegt worden, aan den Hr Leland toegezonden, met eenige aanmerkingen van den zelven op dat Geschrivt, waar by teffens de wonderwerken, als waarlyk geschied ter bevestiginge van het Christendom, tegen Hume nader verdedigt, en de voordeelen, die hy voor syn stuk meende gevonden te hebben in de zo veel gerugt gemaakt hebben de wonderwerken van den Abt van Parys, dien grooten yveraar voor de Jansenisten, ontzeenuwt worden, door een vertoog (van den Hr. Mosheim ontleend) dat ’s Mans zeer bygeloovig Karakter, en ongemeen strenge leevenswyze, die hem voor een grooten Heiligen deet doorgaan, maar synen door verhaaste, zeer veel verschilde van die reedelyke en waare Godtvrugt en Deugd, die in het Euangelie worden aangepreezen. Dit laatste gav den Hr. Leland geleegenheid tot eene Bedenkingen op zulke plaatzen in Mr. Hume’s onderzoek, aangaande de Beginzels der Zeedekunde die scheenen gericht te zyn tot veragting, of verkleining van de Euangelische Zeedenleere, en wel inzonderheid, de zelvs-verloochening, het , en de Nedrigheid, welke door denzelven afgemaald waren als Monniks-deugden, die onnut zyn, en van een quaaden invloed op het bestaan en gedrag der Menschen.”[17-18, laatste halve zin]

[89-99] recensie van LP van de Spiegels Verhandeling over den Oorspronk en de Historie der Vaderlandsche Regten, inzonder-heid van Holland en Zeeland

letternieuws voor juli en augustus, wel Bothall Vis en Holsteyn [171] maar geen HvE 1.

[304-314] VERTOOG Over de VRYGEESTERY
met enkele brieven van de 17e eeuwse ‘atheïst’ John, Graaf van Rochester, die zich tegen het einde van zijn leven toch niet meer zo zeker was of hij wel zonder God kon, aldus de auteur. Geen vermelding van Hume dus.

[506-507]vermelding HvE

“By Lozel, Bosch, Smithoff, Burgvliet, Arrenberg, en Beman, word uitgegeven Historie van Engeland, van den inval van Julius Caesar tot de Staatsverandering in ’t Jaar 1688. of-komste van Willem de DerdeDavid Hume, Schildknaap. Uit het Engelsch vertaalt, 2de deel, in groot Octavo.”

Waar is de aankondiging van deel één?, niet in 1769b

**************

1770a weinig

mei-jun F ln Leland bij Bothall.

***************

1770b
jul-aug
F twijffeling

sept okt
F voltaire over zichzelf
F ln belisarius
ln De dweepery, of Mahomet de Profeet, Treurspel; het ransch gevolgt van den Heer A. de Voltaire: in Octavo 331

************

1771

janfeb
F II Joodsche brieven, waarin Voltaire de “Goliath der Deïstische Philistynen” genoemd wordt, naast die van Bolingbroke, Tindal, Shaftebury, Collins, en Rousseau. Maar geen Hume.

ln F Petsch’briefwisseling
ln nog meer Leland bij Bothall, 164
Leland nu verkocht door Groot

maa/apri
F ln onanismus door tissot

junjul –

*********************

1771b

novdec

F beknopte historie Groningen
ln Leland bij Paddenburg Utrecht, voorwoord Bonnet, Vert. Nooteboom F
ln F William Robertson “Historie der Regeering van Keizer Karel den Vyfden” bij Vis en Holsteyn
ln nog meer Leland bij Bothal 510-511
ln Henry en Starcke, Mosheim Linnaeus

**************************************
1772a

mogelijk of superstition and enthusiasm bij een brief aan de kerk van Schotland over een redelijke kerk?

F cras bij luzac

*******************************************
1772b

F aankonding deel 4 van de historie van Engeland

Waar is deel drie gebleven? Ik ben er niet overheen gegaan dacht ik!

Foto’s van Wysgeerige Mengelstoffen, waarin Hume (meen ik?) niet wordt genoemd

******************************

1773a

jan feb
F William Robertson over hoe de wereld eruit zag ten tijde van christus
F ln Hulshoff over de onnoodzaak der dingen, slechts hun schepper is noodzakelijk.
F ln De Pinto’s vertaalde boekje over de engelsche oic

***********************
januari en februari 1774

o.a. Tydeman over de Weelde

maart en april 1774 inhoud F
mei en juni 1774 F

Secundaire literatuur:

In Willeke Los’ ‘”Opvoeding tot mens en burger pedagogiek als cultuurkritiek in Nederland…” wordt op pagina 174 verwezen naar dit artikel.

Over de inhoud

Verwijzing naar het geschil met Hume (476) in deze beschrijving van het ‘leven en karakter’ van Jean Jacques Rousseau, in het tweede mengelwerk voor 1781 (bladzijdes 472 tot 479). Het stukje maakt bovendien (in elk geval op het eind) gebruik van Beatties beschrijving van Rousseau’s leven (welke publicatie?)

[nggallery id=17]

Stuk over Richardson – auteur van Pamela (1763) in deel 2 van het mengelwerk voor 1763:

voorblad 1763 2

Secundaire literatuur:

P.J. Buijnsters over Hieronymus van Alphen

Over de bron:

Titel Werken van de maatschappy der nederlandsche letterkunde te Leyden
Uitgever P. van der Eyk en D. Vygh, 1774
Itemopmerkingen v. 2
Oorspronkelijk uit Universiteit Gent
Gedigitaliseerd 21 jan 2009

Titelblad

Na een voorwoord volgt een voorwoord, 37 ‘wetten’ voor de prijsvragen, en een ledenlijst. Daarna de inhoudsopgave.

Over de inhoud:

Titelblad artikel

Verwijzing naar Hume in een noot door Van Alphen op bladzijde 195.

In een “Verhandeling over den eed der Utregtse bisschoppen” wordt in een passage over eedgenooten (die van niets wisten) in een noot verwezen naar Hume: “(m) Geestig redeneert hier omtrent HUME Histor. van Engel. D. I. blz. 292. vergel. ook HOMMEL. Jurispr. Nimism. p. 149”

Over de bron:

Gedateerd op 9 oktober 1798 vanwege de ondertekening.

Datering

Over de inhoud:

Het gaat hier om een antwoord op de vraag, opgegeven door Mozes Mendelszoon in de Morgenstunden, veranderte Auflage, p. 292-305 – met daaraan verbonden een vraag naar een oordeel over Jacob’s Prufung der Mendelsohnsche Morgenstuden, pag 226-262.

vraag deel 1
vraag deel 2

Het eerste antwoord is dus gegeven door Gerrit van der Voort, maar het antwoord van Hulshoff bevat de verwijzing naar Hume’s Dialogues:

Titelpagina van de verhandeling

En de verwijzing:

« Vorige pagina — Volgende pagina »