« Vorige pagina — Volgende pagina »

Barber, G., ‘Aspects of the book trade between England and the Low Countries in the eighteenth century’, in: Documentatieblad Werkgroep 18e Eeuw 34/35 (1977), 47-63.

“Bibliografie van gedrkte catalogi betrekking hebbend op het bezit van d Universiteitsbibliotheek te Leiden en de daarin opgenomen bruiklenen. Leiden 1989. Verschenen in de reeks Kleine publikaties van de Leidse Universiteitsbibliotheek, 5].

Too mighty to be free. Censorship and the press in Britain and the Netherlands (Zutphen 1987)
Robert Darnton , ‘Stated meeting report: the forbidden bestsellers of pre-revolutionary France’, Bulletin of the American academy of arts and sciences 43 (1989) 1, 17-45, aldaar 17.

Aantekening bij Wielema’s lijst van recensies:

“De grootste groep auteurs vormen de buitenlanders. De besprekingen betreffen dan echter meestal vertalingen van hun werken. Van de Engelsen treft men veel fysicotheologen en Newtonianen aan: Newton zelf, R. Boyle, J. Ray, W. Derham, R. Bentley, S. Clarke, J. Th. Desaugliers, J. Keill. Van de ‘grote’ filosofen als Locek, Berkeley en Hume worden alleen kleinere vertaalde werken behandeld. Na 1750 komen de vertegenwoordigers van de Schotse common-sense filosofie aan bod. Enkele deïstische schrijvers en hun tegenstanders komen voor in het ‘letternieuws’. Boeken van Franse auteurs worden regelmatigbesproken, het gaat dan vooral om fysicotheologische en natuurkundige werken: Fontenelle, Fénelon, N.A. la Pluche, N. Regnault, J.A. Nollet. Dep’philosophes’: Voltaire, Rousseau, d’Alembert Diderot, d’Holbach, Helvétius, Lamettrie e.a., worden niet of met veel antiphatie besproken; daarentegen krijgen de werken waarin ze bestreden worden wel veel aandacht. Van de Duitse schrijvers treft men vooral de vertegenwoordigers van de gematigde Verlichting en fysico-theologen aan: J. H. S. Formey, H.S. Reimarus, M. Mendelssohn, J. G. Sulzer. Ook Pufendrff, Tschirnhaus, Leibniz, Wolff, J.F. Buddeus en L. Euler zijn geen onbekenden. Afwezig zijn o.a. F. H. Jacobi, J. G. Herder, J. H Lambert, Kant en Fichte.

ZIJN DIE NAMEN AFWEZIG IN DE REGISTERS OF ZIJN OOK ANONIEME WERKEN GERECCENSEERD.

Over De Republyk der Geleerden, of Kort begryp van Europas

AMSTERDAM RUDOLPH EN GERARD WETSTEIN! en anderen

Boeken op allerlei gebied werden in de Republyk besproken of aangekondigd, de meeste zijn wel theologische. De gerecenseerde wijsgerige werken zijn voor deen deel dezelfde als de in de Boekzaal besprokene, maar er zijn ook interessante verschillen te bespeuren. De Republyk vertoont bijvoorbeeld meer durf door ook betrekkelijk controversiële auteurs als Collins, Bayle, Mandeville, Wolff, Voltaire en Marmontel te behandelen. In het ‘letternieuws’ worden soms ook Engelse deïstische geschriften kort besproken. Daarin vindt men tevens enkele interessante gedtailleerde gegevens betreffende wijsgerige werken waarvan geen exemplaren lijken te zijn overgeleverd. Dit geldt bijvoorbeeld voor twee Locke-vertalingen.

Tijdens Franse Revolutie was de HoE/B erg populair, dat staat in Bongie, “D. Hume, Prophet of the Counter-Revolution”
Maar wel alleen onder conservatieven, blijkt uit een recensie van Thomas van Bongie’s werk. De Contrarevolutie in Frankrijk kon Humes rehabilitatie van de de Stuarts (Charles I was immers afgezet tijdens de burgeroorlog) goed gebruiken.
Maar er waren er ook bij die de parallellen tussen Fra en Bri verwierpen (Sergent, Dubois-Crancé, Claude-Charles Prost), of zelfs helemaal geen waarde hechtten aan precedenten. (Robespierre, Saint Just)

WANNEER IN NEDERLAND? ORANGISTEN?

“Gedenkschriften van den graaf Van der Duyn van Maasdam en van den baron Van der Capellen”, C.F. Sirtema van Grovestins, ed. [6]

313: 05.33 B 026 Buynsters’ spectatoriale geschriften

L. Leeb, The ideological origins of the Batavian revolution. History and politics in the Dutch republic
1747-1800 (Den Haag, 1973).

de nederlandse politieke filosofie legt de brug tussen het neo-stoicisme van de zestiende eeuw (Machiavelli/Lipsius) en de proto-sociologische politieke filosofie (Schots – Mandeville – Fable of the Bees) anderzijds.

Republiek was een anomalie in de zestiende eeuw, waardoor een uitzonderlijke intellectuele uitdaging ontstond

Cartesianisme en Hobbes’ wijsgerige antropologie werden ingezet en er vormde zich een brug naar een ‘naturalistische’, geseculariseerde politieke theorie die haar basis en fundering uitsluitend had in één of andere omschrijving van de menselijke natuur [1]

Burgersdijk (anticipeerde ‘reason is … slave of the passions’)

Van Velthuysen: halfslachtig om Calvinisten en Remonstranten niet tegen het hoofd te stoten

Pieter de la Court: “interest van Staat” als gids voor de politicus, Machiavellist

Je hebt volgens Blom een ‘idealistische’ politieke theorie die morele voorschriften biedt (de traditie) en een ‘realistische’politieke theorie die menselijke passies en menselijke natuur als een gegeven aanvaardt (naturalistisch program)

Maar ook de naturalisten komen in zekere zin tot een ethiek, iets waar Machiavelli (had Isaiah Berlin laten zien) juist geen heil in zag. ’t was niet kiezen tussen altruïsme of egoïsme om tot die politieke ethiek te komen, maar die ethiek zelf was niet in verband te brengen met de politiek.

Dus kwamen burgersdijk en Van Velthuysen er niet uit: zij probeerden toch een soort ethiek te maken. Pas Spinoza slaagde erin te bewijzen dat je, als je een stukje van je rechten opgeeft, je die terugkrijgt PLUS een aandeel van die macht van het collectief. Hiermee wordt Machiavelli’s stelling dat privésfeer en collectief niet met elkaar correleren verworpen.

Spinoza en Willem van der Muelen worden aangevoerd als ontwikkelaars van dit onmisbare naturalisme

1648 – vrede van munster / vrede van westfalen

nl duurzame vrede met Spanje, en met Duitse Rijk – d.w.z. om de oude twistpunten.

Frankrijk was nieuwe machthebber en maakte met de vrede van de pyreneeen in 1659 dat hard t.o.v. de habsburgers.

Op dat moment in Engeland cromwell en executie van Charles I in 1649

“Nederlandse Republiek moest ‘haar positie nader bepalen'(148)

Willem II wilde hierna eigenlijk vechten tegen spanje, de stuarts helpen terug in het zadel te helpen in engeland

Holland wilde dat de vrede ook economische voordelen zou hebben, willem II deigde met geweld tegen de hoofdstad. dat bood even respijt, maar de staten generaal zagen als geheel zijn oorlogsplannen niet zitten en toen hij in 1650 stierf en Willem III te jong was (een foetus) kozen Holland (e.a.) ervoor geen stadhouder te hebben.

de jonge johan de witt werd in 1653 raadspensionaris. tot lynchpartij daadwerkelijke regeringsleider – zij het met behoud van positie als knecht

onder de Wiitt regenten-heerschappij ontplooid (152) “Ware vrijheid”. en handelsoorlogen. zeven souvereine provincies, waarbij een lkeine grope van leidende figuren de politieke lijnen uitzette.
regenten waren afkomstig van de beste burgerstand, bezaten een vermogen, en deelden ‘één cultuur (latijnse school, bekwaam in het frans, onderwerzen in griekse/romeinse geschiedenis en wisten ook wat van nl-verelden en waren kunst-liefhebbers. slechts enkelen maakten ook dingen: johan de witt, jacob cats, vaak pragmatisch ingestelde studies)

de cultuur was een tolerante, maar geen normloze. spinoza stelde deze traditie op de proef, maar was aanvankelijk niks in de weg gelegd (153)

“De grenzen van de verdraagzaamheid moet men ook eerder aan de rechterzijde dan aan de linkerzijde van het geestelijk spectrum zoeken” (waarin linkerzijde de vrijdenkende kant is, niet de strak gereformeerde 153) Descartes kreeg in de Nederlanden meer ruimte, zijn volgelingen gaven les op nl universiteiten.

nadere reformatie: voetius, teellinck en abraham van de velde (153) willen ook de geloofspraktijk verder hervormen (nu de leer vaststond)
regenten daarentegen wilden dat de kerk geen uitspraken meer mocht doen over de leer, of over de politiek.
predikanten waren oranjegezind, maar Van Deursen benadrukt dat het onjuist zou zijn om nl neer te zetten als gepolariseerde samenleving waarin je of voor of tegen het koningshuis was. het grootste gedeelte van de regenten en burgers had misschien een voorkeur maar deed daar weinig mee. spanning wel voelbaar, omdat een “paleisrevolutie” genoeg kan zijn (154).

Akte van Navigatie was in 1651 economische oorlogsverklaring: engelsen zouden niet langer toestaan dat schepen met ladingen voeren die NIET uit het éigen’land van herkomst kwam: iets waar de nederlanders zich in hadden bekwaamd.

1652 eerste engelse oorlog die ondanks Tromp en De Ruyter in 1654 tot de vrede van Westminster leidde, waarin de engelsen bovendien probeerden te bedingen dat Oranjes geen aanspraak meer zouden maken op stadhouderschap, omdat dat een kleinzoon van Charles I van de Stuarts een machtige positie zou verlenen. Staten Generaal weigerde, maar Holland tekende de geheime acte van Seclusie (155) Deze acte versterkte de banden tussen oranjegezinde/stadhouderlijke nederlanders en het huis stuart en gaf de komende periode van handelsoorlogen een extra lading.

Zweden werd in 1658 gedwongen de oostzee open te houden na de Noordse oorlog met Denemarken, met gunstige voorwaarden voor De Republiek. Bewijs dat De Witt goed zat met het opbouwen van een volwaardige vloot.

Ondertussen was sinds de Restoration in 1659/1660 in engeland weer een stuart aan de macht, charles II, die de acte van seclusie “een stille dood” had doen sterven. Maar de oorlog werd in 1665 gewoon voortgezet – Tweede Engelse Oorlog – de Republiek verloor Nieuw Nederland en kreeg Suriname in 1667 bij de vrede van Breda. Doh. (156) Rede voor die vrede was de inval van de Fransen op de ZUIDELIJKE NEDERLANDEN “Spanje was niet in staat weerwerk te bieden”, die de Engelsen, de Zweden en de Republiek noopten tot een verbond in 1668, en daarmee de Franse koning Louis XIV tot vrede dwongen, met een klein beetje winst.

Daarmee wel toorn van Louis op de hals. Colbert verhoogde invoerrechten om Franse schippers voordeel te gunnen, en de nl’se te benadelen.

Dus Engeland en Frankrijk lustten nl rauw. in 1672 was het rampjaar daar, zowel Fra (bijgestaan door bisschop munster en keurvorst Keulen) als Eng vielen nl aan. Willem III was meerderjarig en de Witt werd gelynched. Zonder proces (itt Oldenbarneveldt, die door Maurits tenminste nog werd berecht)

Frankrijk had eerder dat jaar heel snel drie hele provincies veroverd, maar hielden even stil bij Hollandse Waterlinie. Michiel de Ruyter hield de Engelse vloot op afstand. Willem III, vastberaden om niet te buigen voor de fransen, sloot de quadrupele alliantie met Spanje, lotharingen, de habsburgse keizer (Leopold I, kleinzoon van Filips II).

Louis XIV trekt zich terug uit Gelderland Utrecht en overijssel, maar krijgen in de SG te horen van Holland dat ze zich niet goed genoeg hebben verzet tegen de Fransen en dat ze hun stem waren kwijtgeraakt als veroverd gebied. Maar Willem III voorkwam dat, bond ze aan zichzelf.

Holland moest ook niets hebben van oorlogszucht van Willem III, vrede van Nijmegen 1678 was een gevolg daarvan. in 1685 keerde dit weer bij door: a) terugroepen van edict van Nantes wat effectief betekende dat tolerantie jegens protestanten werd afgeschaft in Fra. (en al haar veroverde gebieden) b) dat James II in Engeland Charles II opvolgde. James II was katholiek, had absolute trekjes en het idee dat hij religieuze tolerantie kon instellen. Fout fout fout.

de oppositie haalde Willem III naar Londen en die werd in de Glorious Revolution Willem I van Engeland. Dichtstbijzijnde koninklijke familieleden waren de duitse hanovers.

Daarna 25 jaar oorlog met Frankrijk. Tussendoor in 1697 de (voor Fra niet onvoordelige) vrede van Rijswijk, en dood van Willem III maart 1702. Karel II van Spanje stond op het punt dood te gaan en Lodewijk wilde daar z’n kleinzoon aan de macht. : Spaanse successieoorlog begon in mei 1702.
Hierin zou blijken dat de Republiek ‘boven haar stand’had geleefd op politiek/militair gebied (162)

Eerste helft 17e eeuw was op cultuur gebied veel productiever dan de tweedehelft. Rembrandt, Hals, Vondel en Hooft vonden weliswaar opvolgers in Vermeer en Spinoza maar die werden in eigen tijd niet zoo gewaardeerd. Ook Balthasar Bekker had niet eigenhandig de heksenjacht uitgeroeid, maar was meer een theoloog die deelnam aan hedendaagse discussies maar de manier waarop hij de ratio de voorkeur gaf bij bijbelexegese maakte het spannend.

Responses to Humeʼs Treatise in the Bibliothèque raisonnée, 1739-41
David Fate Norton, McGill University
Dario Perinetti, Université du Québec á  Montréal

Norton en en Perinetti hebben zichzelf ten doel gesteld de werkelijke auteurs te vinden van de eerste reacties op Humes treatise.
De laatst gedane suggestie van Moore (die over William Smith schrijft), namelijk dat Frances Hutcheson zelf die twee reviews heeft geschreven, krijgt het meeste aandacht.
Ze laten zien dat het haast ondenkbaar is dat Hutcheson de reviews heeft geschreven, en betogen dat het ene La Chapelle moet zijn geweest, en de al bekende Des Maizeaux.

Geen Nederlandse naam bij betrokken.

Verder wordt over William Smith weinig meer duidelijk.

« Vorige pagina — Volgende pagina »