« Vorige pagina — Volgende pagina »

Vertalingen – Recensies – Filosofische receptie – Filosofisch-theologische receptie – Theologische receptie – Hume als historicus en essayist – Biografisch – Kant

Vertalingen

Zo weinig mensen lazen Engels dat er van een receptie van de originelen nauwelijks sprake kan zijn geweest [14]
De receptie van de Treatise begint dan ook pas echt in de jaren ’90.
Wel al veel andere boeken, w.o. “Essays and Treatises on several subjects” Four Dissertations, History, 2e Enquiry” te koop in de internationale boekenmarkt in Leipzich via een catalogus van Karl Wilhelm Má¼ller: Britischen Bibliothek (1767)

Invloedrijker zijn de Franse vertalingen (Mauvillon werd er door Le Blanc zelfs van beticht alleen voor de Duitse markt te vertalen), want die waren voor meer opgeleide mensen te begrijpen [14]
Toch waren de Vermischten Schriften vanaf ‘de 60’er en 70’iger jaren steeds zichtbaarder aanwezig in de besprekingen van Humes werk.
– áœbersetzungswut (aldus Knufmann ’69) leidde soms zelfs tot dubbele uitgaven. Niet van Humes werk maar toch. [14-15]
– Blassneck (1935) constateerde al een grote waarde aan de Franse vertalingen van Engels werk
– Waarom vertaalde men zijn werk? Ter Verlichting of ter controle?
‘talrijke vertalingen van enkele essays’. noemen titels die jessop niet noemt, expliciet op.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Republyk der Geleerden mei/juni 1769

In het letternieuws voor Holland in de mei/juni aflevering van de Republiek der Geleerden is de eerste vermelding: “ROTTERDAM.] By Losel, Bosch, Smithof, Burgvliet, Arrenberg en Beman, is gedrukt: Historie van Engeland van den Inval van Julius Caesar tot de Staatsverandering in ’t jaar 1688. of komste van Willem III op den throon, in agt deelen, door David Hume, Schildknaap, uit het Engelsch vertaald, eerste deel, in groot Octavo.” [514]

Republyk_1769_aankondiging_HvE1

In diezelfde aflevering nog op bladzijde 517 een overzichtje van de nieuw te verschijnen boeken bij G. de GROOT en ZOON:

Republyk_1769_boekenlijstje_HvE1

Republyk der Geleerden november/december 1772

Deel II en III van de Historie van Engeland zien we in het letternieuws niet terug, pas in het laatste nummer voor 1772 zien we het vierde deel weer verschijnen:
“ROTTERDAM.] By Bovengemelden [[Arrenberg]] en by Bosch, Smithof, Burgvliet, Beman en Losel word uitgegeven: Historie van Groot-Brittannie, van den inval van Julius Caesar, tot de Staatsverandering in ’t jaar 1688, of de koste van Willem den III. op den Troon, in 8 deelen, door David Hume, Schildknaap. Uit het Engelsch vertaald, 4de deel; in groot Octavo.” [514]

Geen Hume, maar wel…

een citaat van Montesquieu in De Vaderlander 128, 9 juny 1777 , blz. 177.

“Vryheid kan nergens in bestaan, dan in te kunnen doen, dat men moet willen, en niet gedwongen te zyn dat te doen, dat men niet moet willen.”

De onaangename wet afgekeurd.

In de Couranten van January en Febrary behelzen altyd veele Lysten van gebooren, gestorven, en getrouwde lieden. Wat doen wy met zulke berigten? Heeft het Gemeen daar belang by? Zyn wy staatkundigen, welker post vordert, dat wy, byvoorbeeld, uit de doodlysten van Altona, berekenen, hoeveele inwoonders daar geveonden worden? Zo ja, zouden w ons dan op zulke Couranten berekeningen kunnn en verlaten?
Zyn wy Filosoofen, die de sterflysten van de voornaamste steden van Europa opmaaken, om daaruit het getal der inwooners, en de wetten van gebooren worden en sterven, nevens den trap van gezondheid en ongezondheid in die oorden, vast te bepaalen, dezelfde en meer andere zwarigheden zullen zich hierin opdoen.

Gepubliceerd in: De Achttiende Eeuw 31 (1999), 1, p. 35-63.

Boekzael der geleerde wereldt (1716-1811)

Oplage BR 800-1200
Oplage BB 1500
Oplage BC (Bibliotheque Choisie 1657-36)1500-2000
Oplage Journal Britannique (Matthieu Maty, Scheurleer, 1750-1755) 500
[12-13]

Luzac had met Maty afgesproken dat hij (M) het Britse nieuws zou doen.

U Janssens, Matthieu Maty and the Journal Britannique 1750-1755 (Amsterdam, 1975)

†œWetstein te Leiden denk ik om. de Luchtmansen zijn te groote krentekakkers. Schouten heb ik reeden toe, het ook niet te geeven; want heeft geen correspondentie genoeg buytenslands; misschien zou Schreuder en Mortier goet zyn, zoo het genereus kunnen uytvoeren, dewyl het een kostbaar werk zal zyn.†60
[9]

pamflet uit 1739 sam

Studentenbede (1812)
vrijdag 5 oktober 2007

Test. Kent u alle geleerden en creatieven in het volgende gedicht? Zo nee, dan even wegblijven van bijeenkomsten van de diverse achttiende-eeuwse organisaties.

Herkauwer vond de tekst in de sectie ʻBeoordelingenʼ van het Tijdschrift van kunsten en wetenschappen van het departement Zuiderzee, van 1812.

Studenten-bede

Minerva! hoor, verhoor in ʼt end
De bede van een arm Student,
En schenk me, aan uwen dienst gewijd,
Slechts van der Palmʼs welsprekendheid.
Gun, dat ik, in één zomerdag,
Een Graecus worde als Wijttenbach;
En, heb ik zijn Latijn er bij,
Ik zal het daar mee doen, als hij.
Voor ʼt Oostersch ben ik wel te vreên,
Zoo mij Willmet zijn gaven leenʼ.
Geef, dat ik met historiepen,
Een Wagenaar en Stuart ben,
En ʼt Fransch en Engelsch, tot gerijf,
Als een Rousseau en Hume schrijf.
Gun, dat op ééns, in stijl en taal,
Mij ʼt licht van Siegenbeek bestraalʼ.
In de Oudheid (ʼk weet er weinig van!)
Maak slechts van mij een Winkelman:
In ʼt wis- en natuurkundig werk
Mij en Van Swinden even sterk:
Een Busching, als Geographist;
Een Berkhey, als Naturalist.
Geef (ʼk was voor het schoone nimmer koel)
Mij Mengs of Kuypers kunstgevoel,
En wijsheids populaire toon
Van Kinker, Kant, of Mendelszoon,
Muzijk begeer ik juist niet veel;
Slechts Haydnʼs roem vallʼ mij ten deel,
En voorts een beetje rijmlarij
Van Bilderdijk of Loots daarbij;
En, wat mijn wenschen kroonen zou,
Een meisje, als Spandaw schetst, tot vrouw.

1812 dus. afkomstig van HERKAUWER II

LABELS: STUDENTENenspraak tussen arminiaan en een patriot – over de geledene schade van onze Republyk in de voorgaande oorlogen…

« Vorige pagina — Volgende pagina »