« Vorige pagina

G. J. Johannes, Geduchte verbeeldingskracht! Een onderzoek naar het literaire denken over de verbeelding – van Van Alphen tot Verwey, proefschrift Universiteit van Amsterdam, 1992.

noemt receptie van Hume op twee plekken:
blz 44, over aspecten van beschouwingen over de verbeelding, m.b.t. het citeren van auteurs die misschien het niet overal met elkaar eens zijn, maar, wanneer je de juiste dingen eruit pikt, wel leiden tot “de” juiste visie op de verbeelding.

Hierdoor komt Hume in rijtjes terecht zoals die van J. L. Wolterbeek in een noot bij zijn redevoering over de verbeeldingskracht (1803):
Socrates
Aristoteles
ZCassiodorus
Averhoes
Melanchton
Ammerbach
Lud. Vives
Hobbes
Cartesius
Malebranche

Verder zegt hij dat “in het begin der jongst verloopene eeuw, door den grooten Wolf, een vaste grond voor de bewerking van dit onderwerp gelegd is, waar op Hartley, Home (=Hume?), Tetens en anderen, met een zeer goed gevolg, voortgebouwd hebben” [Wolterbeek, Redenvoering, noot 1 en 2, p34-36,]

Twintig jaar later beveelt de auteur van een stukje ” Iets over den smaak”, in De recensent, ook der recensenten, ter lezing aan: “Cicero, Quinctilianus, Demosthenes, Demetrius en Longinus” naast “Sulser, Winckelman, Hume, Mozes Mendelzoon, Lessing, Blair, Engel, Ramler en anderen, waarbij wij nog [div. NL De Bosch, Feith en Kantelaar, Van Beek Calkoen, Van Engelen=niet in dat lijstje] kunnen voegen. De recensent, ook der recensenten 1823, II, pp 398-399]

*****
op blz 54:

“De associatieprincipes of “-wetten”, zoals die vooral door Engelse auteurs als Hume en Hartley zijn gepostuleerd, beschout men als zo kenmerkend voor de werking van de verbeelding, dat men ook wel uitdrukkingen als “de regelmaat der verbeelding” of “de wet der verbeeldingskracht” gebruikt”

(noot: “Zie bijv. C.R.T. Kraijenhoff, Specimen philosophicum (1780), paragraaf XI (Idearum associatio) – XIV (Imaginationis Lex) Vgl. de recensie over J.G.E. Maas’ Versuch á¼ber die Einbildungskraft in de Algemeene konst- en letterbode X (1793), p. 140.)

Israel schrijft in EC 692 in navolging van John Stewart dat Hume een ‘staunch supporter’ werd van de established church. Vreemd.

uit: David Hume’s political theory: law, commerce, and the constitution of government van Neil McArthur

mogelijk ook:
http://www.narcis.info/publication/RecordID/oai:uva.nl:285480/Language/nl/
Edwina Hagen Anti-papisme? 138: GES 50.N.5940

Het proefschrift van Sturkenboom gaat hier uitgebreid op in

Tydeman reageerde (in het Latijn) op deze

en wat te zeggen van wolff:

philanthrope:

« Vorige pagina