in Jones’ bundel uit 2005.
zijn filosofische ideeën voor de eeuwwisseling – een paar uitzonderingen daargelaten – nooit besproken (44).
they were “read ideologically, not philosophically”
“les honnêtes gens” werden in tijdschriften aangespoord het boek te kopen, maar filosofische kanttekeningen ontbraken.
Ze hielden van Hume om zijn shrewdnewss, bel esprit , zijn fijne schrijfstijl, z’n onpartijdigheid in historische kwesties.
vertalingen van de Political Discourses, de Essays en Treatises en History of Great Britain waren populair.
Maar wat was de filosofische consequenties buiten de economie?
Condillac was een belangrijke tegenhanger van Hume, maar hij baseerde zich vooral op Locke, en ging in tegen Leibniz Wolff en Franse denkers. Las geen Engels.
Franse philosophes waren nog niet klaar om de epistemologische eisen te voldoen of aan de skeptische consequenties te denken (44)
“easy philosophy” vs “abstruse philosophy”
Hume was succesvol (itt Rousseau) omdat hij probeerde niet te veel tegen de bestaande waarden en ‘sentiments’ in te gaan.
Zijn moral philosophy werd dus wel verspreid, maar niet aan de tand gevoeld. Volgens Malherbe waren de lastige (abstruse) stukken te paradoxaal om een blijvende indruk achter te laten.
TWO PORTRAITS (45)
goede ontvangst boeken 50s en 60s bevordert goede ontvangst in Parijs (kwam aan op 18 okt 1763) en succes daar bevordert weer ontvangst boeken, maar dat verhult niet dat er, zover bekend, na de recensies van 40-41 niets is gezegd over de treatise en dat de Enquiries tot ’54 maar hier en daar genoemd werden.
Hoeksteen is de vertaling van LeBlanc van de Political Discourses (1754), daarna vooral de Franse vertaling van de L’Histoire d’Angleterre (tussen 1760-1765)
Johann Heinrich Samuel Formey (hugenoot, berlijn, schreef in frans, ook aan encyclopedie) heeft zich ingezet voor de eerste enquiry / philosophical essays.
“has the air of a peaceful and amiable sage who seems to be interested in truth as a partime” “un sage paisible et aimable qui a l’air de socupper de la vérité pour son amusement.” (45/46)
sarcasme van de kant van L’Année littéraire (1754-76) van 1767, na het incident met Rousseau. Gaat over hoe hij z’n history in Engeland niet werd begrepen, en in Frankrijk wel. “Bold in his systems but quite prudent in his actions” een lief mannetje, maar geen echte filosoof “bought, scarcely read much admired” (46)
laat zien hoe erg er werd geknipt en gecensureerd om de censuur te voorkomen (Formey had gelukkig al gezegd dat er nogal wat tegenstrijdigheden in het werk zaten en niet-sluitende bewijsvoering) (47-48)
Schrijft over de receptie in de Franstalige tijdschriften (BB: 1733-47 Den Haag, Franse vluchtelingen, Pierre deHondt) (BR: 1728-53 Amsterdam met Pierre Desmaizeaux als correspondent- mogelijke link met Hutcheson, Raynor 1993) (NB: Nouvelle Bibliotheque ou histoire littéraire des principaux écrits que se publient: 1738-44 Boyer d’Argens))
en concludeert dat ze oprecht probeerden de inhoud van de Treatise te assimileren en te communiceren.
Maar: hoeveel invloed in Fra, behalve in kleine cirkels. En lazen ze uberhaupt wel de engelse originelen? Malherbe betwijfelt dit, ondanks de kwaliteit van de recensies. De goede start krijgt immers geen vervolg
LES DISCOURS POLITIQUES
Begint bij het goede contact met Montesquieu (52)
Bongie bewees dat boekverkoper Lambert in 1751 een vertaling van de Essays Moral & Political voordroeg aan de censoren, en die werd geweigerd.
in Le Petit Réservoir 2, blz 453-63 en 469-76 (ws 1750, Den Haag, redactie Jean Néaulme) verscheen Of Polygamy and Divorce
in BR 40, 1748 werden de Philosophical Essays aangekondigd in de ‘nouvelles littéraires’, daarna de laatste regel van essay 10 quotend “Est-ce badinage ou enthousiasme? Peut-être láºn et l’autre; et quiconque examine de près un déiste, découvre d’ordinaire quál a commencé ou du moins qu’il finira par étre fanatique”[53]
In 1752 wordt de Enquiry concerning the Principles of Morals onder de loep genomen in de BR (samenvattend en onderstrepend wat betreft voorkeur voor afstandelijke benev, en in datzelfde stuk de Political Discourses (samenvattend) en de Philosophical essays (waarin hij wordt gepresenteert als imitator van Bayle in zijn twijfel aan de menselijke kennis en portret van ‘religie als het resultaat van dwaasheid en ‘imposture”
Malherbe concludeert dat de tijdschriften die de treatise hadden gerecenseerd dus ook voor hun verdwijnen naar de recentere ge-update filosofische teksten keken. Maar het succes moest ergens anders vandaan komen [53]
Journal Brittanique droeg daaraan bij. Nu Hume een bekend begrip was in Engeland is het niet meer dan logisch dat een tijdschrift gericht op de Engelse literatuur ook Humes werken zou behandelen. Tussen 51 en 57 (het tijdschrift begon in 50) werd elk boek van Hume behandeld vlak na het uitkomen.