« Vorige pagina — Volgende pagina »

III: letters to his friends after the publication of the first and second volume of the treatise – returns to scotland – reception of his book – critcism in the works of the learned’- charget against Hume assaulting the publisher

VII Inquiry + reception

VIII political discourses + transl.

IX receptino of first volume of the history

The Continental Reception of Hume’s Treatise, 1739-1741
Ernest C. Mossner
Mind, New Series, Vol. 56, No. 221. (Jan., 1947), pp. 31-43.

Mossner bespreekt in totaal 5 reviews, 3 Franse en 2 Duitse.
De Franse artikelen zijn allemaal in Nederland uitgegeven vanwege de verplichte officiële imprimateur (33).
Stijgende anglomania maar het was duur om boeken te kopen voor reviews. Daarom werd er door tijdschriften gebruik gemaakt van correspondenten.

Desmaizeaux was een Franse Protestantse vluchteling die naar London was gekomen als hack-writer en journalist en nu was hij vriend van Bayle en Collins. Ook kende hij Hume persoonlijk, wat verklaart waarom 2/3 v/d Franse tijdschriften die hem hebben gereviewd gebruik maakten van de diensten van Desmaizeaux.

Bibliotheque britannique, ou histoire des ouvrages des scavans de la Grande-Bretagne – uitgegeven door Pieter De Hondt in Den Haag.
Bibliotheque raisonnee des ouvrages de savans de l’Europe (redactie J Barbeyrac, A.B. de la Chapelle, W. J. ’s Gravesande, L. de Jaucourt, P. Massuet, J. Rousset de Missy) Uitgegeven te Amsterdam.
Nouvellebibliotheque, ou histoire littéraire des principaux écrits qui se publient – Den Haag, weer met Barbeyrac en de la Chapelle, samen met ene Marqueis d’Argens.

in Jones’ bundel uit 2005.

zijn filosofische ideeën voor de eeuwwisseling – een paar uitzonderingen daargelaten – nooit besproken (44).
they were “read ideologically, not philosophically”

“les honnêtes gens” werden in tijdschriften aangespoord het boek te kopen, maar filosofische kanttekeningen ontbraken.
Ze hielden van Hume om zijn shrewdnewss, bel esprit , zijn fijne schrijfstijl, z’n onpartijdigheid in historische kwesties.

vertalingen van de Political Discourses, de Essays en Treatises en History of Great Britain waren populair.

Maar wat was de filosofische consequenties buiten de economie?

Condillac was een belangrijke tegenhanger van Hume, maar hij baseerde zich vooral op Locke, en ging in tegen Leibniz Wolff en Franse denkers. Las geen Engels.

Franse philosophes waren nog niet klaar om de epistemologische eisen te voldoen of aan de skeptische consequenties te denken (44)

“easy philosophy” vs “abstruse philosophy”

Hume was succesvol (itt Rousseau) omdat hij probeerde niet te veel tegen de bestaande waarden en ‘sentiments’ in te gaan.

Zijn moral philosophy werd dus wel verspreid, maar niet aan de tand gevoeld. Volgens Malherbe waren de lastige (abstruse) stukken te paradoxaal om een blijvende indruk achter te laten.

TWO PORTRAITS (45)

goede ontvangst boeken 50s en 60s bevordert goede ontvangst in Parijs (kwam aan op 18 okt 1763) en succes daar bevordert weer ontvangst boeken, maar dat verhult niet dat er, zover bekend, na de recensies van 40-41 niets is gezegd over de treatise en dat de Enquiries tot ’54 maar hier en daar genoemd werden.

Hoeksteen is de vertaling van LeBlanc van de Political Discourses (1754), daarna vooral de Franse vertaling van de L’Histoire d’Angleterre (tussen 1760-1765)

Johann Heinrich Samuel Formey (hugenoot, berlijn, schreef in frans, ook aan encyclopedie) heeft zich ingezet voor de eerste enquiry / philosophical essays.

“has the air of a peaceful and amiable sage who seems to be interested in truth as a partime” “un sage paisible et aimable qui a l’air de socupper de la vérité pour son amusement.” (45/46)

sarcasme van de kant van L’Année littéraire (1754-76) van 1767, na het incident met Rousseau. Gaat over hoe hij z’n history in Engeland niet werd begrepen, en in Frankrijk wel. “Bold in his systems but quite prudent in his actions” een lief mannetje, maar geen echte filosoof “bought, scarcely read much admired” (46)

laat zien hoe erg er werd geknipt en gecensureerd om de censuur te voorkomen (Formey had gelukkig al gezegd dat er nogal wat tegenstrijdigheden in het werk zaten en niet-sluitende bewijsvoering) (47-48)

Schrijft over de receptie in de Franstalige tijdschriften (BB: 1733-47 Den Haag, Franse vluchtelingen, Pierre deHondt) (BR: 1728-53 Amsterdam met Pierre Desmaizeaux als correspondent- mogelijke link met Hutcheson, Raynor 1993) (NB: Nouvelle Bibliotheque ou histoire littéraire des principaux écrits que se publient: 1738-44 Boyer d’Argens))
en concludeert dat ze oprecht probeerden de inhoud van de Treatise te assimileren en te communiceren.
Maar: hoeveel invloed in Fra, behalve in kleine cirkels. En lazen ze uberhaupt wel de engelse originelen? Malherbe betwijfelt dit, ondanks de kwaliteit van de recensies. De goede start krijgt immers geen vervolg

LES DISCOURS POLITIQUES

Begint bij het goede contact met Montesquieu (52)

Bongie bewees dat boekverkoper Lambert in 1751 een vertaling van de Essays Moral & Political voordroeg aan de censoren, en die werd geweigerd.

in Le Petit Réservoir 2, blz 453-63 en 469-76 (ws 1750, Den Haag, redactie Jean Néaulme) verscheen Of Polygamy and Divorce

in BR 40, 1748 werden de Philosophical Essays aangekondigd in de ‘nouvelles littéraires’, daarna de laatste regel van essay 10 quotend “Est-ce badinage ou enthousiasme? Peut-être láºn et l’autre; et quiconque examine de près un déiste, découvre d’ordinaire quá­l a commencé ou du moins qu’il finira par étre fanatique”[53]

In 1752 wordt de Enquiry concerning the Principles of Morals onder de loep genomen in de BR (samenvattend en onderstrepend wat betreft voorkeur voor afstandelijke benev, en in datzelfde stuk de Political Discourses (samenvattend) en de Philosophical essays (waarin hij wordt gepresenteert als imitator van Bayle in zijn twijfel aan de menselijke kennis en portret van ‘religie als het resultaat van dwaasheid en ‘imposture”
Malherbe concludeert dat de tijdschriften die de treatise hadden gerecenseerd dus ook voor hun verdwijnen naar de recentere ge-update filosofische teksten keken. Maar het succes moest ergens anders vandaan komen [53]

Journal Brittanique droeg daaraan bij. Nu Hume een bekend begrip was in Engeland is het niet meer dan logisch dat een tijdschrift gericht op de Engelse literatuur ook Humes werken zou behandelen. Tussen 51 en 57 (het tijdschrift begon in 50) werd elk boek van Hume behandeld vlak na het uitkomen.

http://www.dbnl.org/tekst/kloe003viel01_01/kloe003viel01_01_0001.htm

Geen tekst is ooit geschreven om filologisch door filologen, of historisch door historici gelezen en geïnterpreteerd te worden – op basis van deze gedachte ontwikkelde Hans Robert Jauss in 1967 zijn befaamd geworden programma voor een receptiegeschiedenis. (86)

Hypothetische en reële receptie (87, 88)

onvermeld is niet ongelezen (kloek 100)

Is het niet veeleer zo dat de professionele verwachtingshorizon bij de kritiek tot op zekere hoogte een primitievere verwachtingshorizon bij het publiek veronder-
34Link 1976, p. 99. In principe ook Vodicka 1976, p. 64-65.[p. 101]stelt?

literatuursociologie (noot bij 101)

….gebleken is hoezeer uitspraken van tijdgenoten met betrekking tot de receptie van een werk een zorgvuldige analyse van de context vergen. Men zou hier kunnen spreken van een context in engere en in ruimere zin. In engere zin voorzover het om de waarde van de uitspraak binnen het kader van de tekst gaat (Mevrouw Wildschuts onbetrouwbaarheid als referente), in wijdere zin omdat de tekst waarin een uitspraak wordt gedaan weer onderdeel is van een auteur-lezerrelatie (Wolff en Deken als volkopvoedsters). Op dit punt doet de Drostecacaobusverpleegster haar intrede: om het ʻdialogisches Verhá¤ltnisʼ tussen een tekst en zijn lezers te onderzoeken zoekt men naar uitspraken in andere teksten, waarvan dan weer het ʻdialogisches Verhá¤ltnisʼ met háºn lezers onderzocht moet worden, enzovoorts.

(103)

“Deze voorwaarden brengen met zich mee dat de resultaten doorgaans weinig spectaculair, en in ieder geval nooit onaanvechtbaar zullen zijn. Echter aldus geconditioneerd is receptiegeschiedenis niet alleen mogelijk, maar vooral ook zinvol.”
(105)

1)

Hume acknowledged among the greatest of British philosophers.

tijdens de verlichting eerst Locek en daarna Kant maar geen hume

3 oorzaken: taal, censuur en de evolutie van filosofie als academisch beroep

Niet veel mensen begrepen Engels. Franse vertalingen hadden wel wat succes, in Duitsland werd Kantiaans en post-Kantiaans al snel populairder

de drang naar politieke en religieuze correctheid bepaalde in grote mate of er al of niet censuur werd toegepast, impliciet of expliciet

filosofie was een insiders-wereldje, context werd genegeerd (soms om helden van out-datedness te redden) en de klassieke filosofie van de levenskunst werd overgeslagen (2)

2)
Invloed is ontzettend moeilijk meetbaar: boekenkasten staan vol met boeken die je niet gelezen hebt, er zijn ideeën in de lucht die niet een-twee-drie terug te voeren zijn, er zijn illegale en gecensureerde edities aanwezig en Hume ‘suffered from both’.

hoe ingewikkeld het is lezen we af aan de grote hoeveelheid beschikbare termen die we kunnen gebruiken, geen van allen synoniemen en met elke “evidence and arguments appropriate to each notion vary in kind” <- wel ernstig zeg! reaction response receptie // source influence impact affiniteit echo parallel congruence // debt inspiration // result consequence implication // presupposition assumption text/context interpretatie/evaluatie maar 't gaat niet om de waarheid, geldigheid of samenhang van de ideeën uit de context worden bepaalde aspecten gekozen. niet alles is mogelijk om te onderzoeken.

« Vorige pagina — Volgende pagina »