{"id":807,"date":"2009-06-12T13:30:37","date_gmt":"2009-06-12T11:30:37","guid":{"rendered":"http:\/\/hume.doesntexist.org\/\/2009\/06\/reacties-op-hume-1\/"},"modified":"2010-02-01T14:25:24","modified_gmt":"2010-02-01T12:25:24","slug":"reacties-op-hume-1","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/?p=807","title":{"rendered":"Karakterschets en lotgevallen van Hume"},"content":{"rendered":"<p>Gevonden in Poortman, persoon &#8220;David Hume&#8221;<\/p>\n<p>Titel:\t[Hume, David]<br \/>\nPoortmannummer:\tI-10085<br \/>\nJaar van uitgave:\t1785<br \/>\nBasisclassificatie(s):\t08.24 &#8212; Filosofie: Nieuwe westerse filosofie (17e, 18e en 19e eeuw)<br \/>\nTaal:\tNederlands<br \/>\nPersoon als onderwerp:\tHume, David (1711 &#8211; 1776)<br \/>\nDocumentsoort:\tArtikel<br \/>\nIn bundels:\tGeschiedenis van de nieuwere wijsbegeerte tot Kant. &#8211; 2e herz. dr. &#8211; Nijmegen [etc.], 1946., p. 206-211<br \/>\nIn tijdschriften:\tAlgemeen magazijn van wetenschap, konst en smaak Jaarg. (1785) Afl. II () p. 889<br \/>\nRecordnummer:\tTITEL40661<\/p>\n<p><strong>***** tekst *****<\/strong><\/p>\n<p>KARAKTERSCHETS EN LOTGEVALLEN VAN HUME.<br \/>\n(Getrokken uit <em>Zimmerman uber die einsamkeit.<\/em>)<\/p>\n<p>Kwaadaartigheid en verwaandheid, onverdraagzaamheid en nyd, hebben, in alle tyden en by de beroemdste volken, het liefst gewoed jegens braave menschen. DAVID HUME was een stil vredsaam man. Hy behield zyn gantschen leven door een onbevlekten roem van deugd en verdienste. Zyne kalmte van ziel verliet hem nooit, het zy in gezelschap of in de eenzaamheid. Zyn gantsche weezen was bedaard, zelfs toen de moedwil zyner geleerde tegenspreekers hem op de bespotlykste wyze ten toon stelde. Hy las met de grootste gelatenheid de vuilste schotschriften, die geleerde schurken tegen hem schreeven. Zelfs de armen in zynen buurt die deeze opgerokkend hadden om hem te schelden en te verfoeijen, beschouwden zyne vriendlyke menschelykheid en weldaadigheid met eerbied en dankbaarheid. Zyn gedrag was by ieder gelegenheid eerlyk en mannelyk, en het tegendeel van ydele praal en verwaandheid. Hy was in &#8217;t byzonder zeer gemeenzaam en ligt te spreekn. Hy bezat noch in zyn uiterlyk voorkomen, noch in zynen omgang iets van eenen Geleerden. Alle zyne vriendelykheid was een vrywillige uitgieting van zyn goed hart zonder eenige pligtpleeging of gemaaktheid. HUME misbruikte, wel is waar, zyne talenten tegen den Godsdienst; doch zyne zeden zouden een sieraad geweest zyn in de tyden van de eerste en [890] onvervalschte zuiverheid des Christendoms. Hy had die verhevene kragt der ziele, en dat uitmuntend goed hart, waar door men zich in ieder land en ieder eeuw veredelt, en eenen rang verkrygt onder de grootste en beste menschen. Zo denkt men thans in Engeland van DAVID HUME, doch zo dachten zyne tydgenooten niet. En welk een zucht naar eenzaamheid en ontvlieding van de waereld moet HUME gevoeld hebben, wegens de bejegening, die hy in de waereld ondervond; Hy, die niet onder domme menschen leefde, niet in een barbaarschen tydkring; maar midden onder een wysgeerig volk, midden in een verlichte eeuw?<br \/>\nAlles wat men tegen HUME&#8217;s ongeloof kon en moet zeggen, maakte echter in Engeland het ongeluk van den Schryver niet. Mogelyk had de nationaale haat hier eenig deel aan, dewyl HUME een Schot was; maar zelfs in Schotland vertoonde zich de tegen hem aangehitste woede en de hem mogelyk nog meer beledigende onverschilligheid. Men kan de door hem zelfs geschreven Geschiedenis vana zyn noodlot als Schryver in Engeland, Schotland en Ierland, niet zonder verbaasdheid leezen, en zekerlyk zal dezelve geen Schryver van eenig gevoel leezen, zonder daar by eenige huivering gewaar te worden. HUME betaalde door dit noodlot den tol, die ieder beroemd man aan verkeerde harzengestellen betaalen moet; doch in Engeland, Schotland en Ierland konden dwaaze Koppen de goede niet vervoeren.<br \/>\nAan deeze zyde der zee, hielden de grootste wysgeeren HUMES Schriften voor modellen van den besten philosophischen leertrant. Zy achtten niet minder zyn fynheid van vernuft, dan zyne diepdenkendheid en bevalligheid. De beroemde SULZER te Berlin, was de eerste [891] die dit de Duitschers zeggen dorst. Als Geschiedschryver is HUME een Schilder, even als VOLTAIRE, doch met meer oordel en ernst; en vermoedelyk heeft VOLTAIRE meer van HUME, dan HUME van VOLTAIRE geleerd. Doch met alle deeze verdiensten maakte HUME by zyne landslieden eenen indruk, waar over niet hy, maar zy alleen zich te schaamen hadden. Men betrouwt byna zyne oogen niet, wanneer men leest, hoe het hem ging, wanneer het eene van zyne Schriften na het ander te voorschyn kwam. Op het einde des jaars 1738 gaf hy zyne verhandeling over de Menschelyke Natuur uit. Nooit, zegt hy, liep een begin in het letterperk ongelukkiger af. Deeze Verhandeling kwam als een doodgeboorne van de persse, en kreeg zelfs zo veel aanzien niet dat de yveraars daar tegen bromden. Hy smolt dan het erste gedeelte deezer verhandeling in zyn onderzoek van &#8217;t Menschelyk Verstand, dat in den jaare 1748 uitkwam, toen hy te Turin was. By zyne thuiskomst in Engeland vernam hy, tot zyne vernedering, dat zyn werk niet getrokken en agter de bank geworpen was. Een nieuwe opleg van zyne Zede- en Staatkundige Proeven maakte, ter gelykertyd, in Engeland niet veel beter opgang. Zyn Onderzoek van de Zedelyk Grondwetten, hield hy voor het beste van aale zyne philosophische en zedekundige Schriften; het kwam in de waereld &#8211; doch &#8211; onaangezien en onbemerkt.<br \/>\nVol vuuritge hoop en verwachting was HUME, dat zyne Geschiedenis van den Huize Stuart, die in den jaare 1754. in &#8217;t licht kwam, een goed gevolg zou hebben. Doch hy wierd in zyne hoop jammerlyk berogen. Een eenstemmige toon van schimpende verwyten, [892] afkeuring en zelfs van verfoeijing verhief zich tegen hem. Engelschen, Schotten en Ieren, Whigs en Torys, Geestelyken en Ketters, Vrygeesten en Orthodoxen, Patriotten en Hovelingen, verbonden zich met eene algemeene woede tegen een man, die zich verstout had een edele traan te storten over het noodlot van Karel den eersten en den Graave van Straford; en naauwelyks waren de eerste opwellingen deezer razerny aan &#8217;t bedaaren geraakt, of &#8216;er volgde nog een grooter belediging. Zyn boek wierd in de vergetelnis bedolven. MILLAR, zyn Drukker, verzekerde hem, dat hy, in den tyd van twaalf maanden slegts vyf-en-veertig daarvan verkogt had. Naauwelyks hoorde HUME in alle drie de Koningryken van een enkeld mensch, die wegens zynen rang of zyne kundigheden eenigszins in aanmerking kwam, die dat boek konde dulden. Hy vond niemand die het goedkeurde, dan het hoofd aller Bisschoppen van Engeland, den Doctor HERRING, en het hoofd aller Bisschoppen van Ierland, den Doctor STONE, die hem beiden, ieder op zichzelven, lieten weeten, dat hy zich door niets moest laaten afschrikken.<br \/>\nDesniettegenstaande wierd de standvastige man moedeloos; en, (zegt hy) was &#8216;er toen geen oorlog tusschen Frankryk en Engeland uitgebroken, hy had zich buiten twyfel ergens in een der Provinci\u00ebn van Frankryk verborgen; hy had een anderen naam aangenomen, en was ooit weder in zyn Vaderland te rug gekeerd. Dan daar hy dit ontwerp thans niet wel volvoeren kon, en het volgende gedeelte zyner Geschiedenis reeds genoegzaam be\u00e1\u00a4rbeid was, besloot hy op nieuw weder moed te vatten en standvastig te blyven.<br \/>\nZyn Geschiedenis van den Huize Tudor verscheen in den jaare 1759, en in Engeland, Schotland en Ierland [893] was het geroep tegen deeze Geschiedenis even zo vervaarelyk als het geschreeuw tegen zyn Geschiedenis der twee eerste Stuarten. Eindelyk vertrok HUME in den jaare 1763 met den Grave van Hertford, uit zyn Vaderland naar Parys, en vond daar een onthaal dat voor de Franschen even roemryk was als voor hem zelve. Die geenen, zegt HUME zeer bescheiden, die de wonderlyke werkingen der mode niet van naby zagen, konden zich onmogelyk het onthaal verbeelden, dat ik by de Mannen en Vrouwen van alle rangen en staaten ontmoette; hoe meer ik my hunne hoflykheid onttrok, des te sterker wierd ik met hoflykheden overladen (*).<\/p>\n<p>(*) Alle Geleerden en Denkers in Parys van allerlei rang, deeden meer voor HUME, dan zy voor een koning zouden gedaan hebben; en hoe men hem in den kring der vrouwen ontfing, verhaalt een der aangenaamste Duitsche Schryvers byna op deeze wyze: &#8220;Toen HUME in Parys verwagt wierd, vloog zyn naam hem reeds vooruit; alle goede koppen wagtten op hem met ongeduld, <em>parceque<\/em>, zeiden zy, <em>c&#8217;est un homme d&#8217;un esprit infini<\/em>. Naauwlyks was hy op het vaste land of men cabaleerde reeds in de eerste gezelschappen om hem het vroegste te krygen. Het gelukte een elegante Princes, den wonderman optevangen, en hem in den kring der groote waereld inteleiden. Men bestelde een Soup\u00e9; de kaarten vloogen naar alle Savantes, <em> pour les inviter a un Souper delicieux, o\u00e1\u00b9 se trouveroit Monsieur Ume<\/em>. Nu verscheen de drooge luimagtige man, die den mond niet opendeed, als hem niets interesseerde, en by zich zelven in zyn vuist lachte over deeze Cereali\u00ebn, waar alle vrouwen hem overvielen, om te onderzoeken, of hy hen gelyk was. Niets bleef onbeproefd om hem te electriseeren. Men sprak <em>des ses charmants ouvrages<\/em>, die niemand van hen leezen konde, <em>du genie profond [894] des Messieurs les Anglois<\/em> &#8211; alles vergeefs &#8211; de ondankbaare bleef even koud en eentoonig, en gaf niet een enkel vonkje van zich. Eindelyk trokken zy de schouderen op en zagen elkanderen met meddoogen aan. Den anderen dag fluisterden zy elkanderen in het oor: <em>ce Monsieur Ume n&#8217;est qu&#8217;une bete<\/em> Een spotvogel hernam hierop, <em>c&#8217;est qu&#8217;il a fourr\u00e9e tout son esprit dans son livre<\/em>.<\/p>\n<p>HUMES Geschiedenis is de gewoonlyke Geschiedenis van alle Propheeten in hun eigen Vaderland. Ieder kleine, middelmaatige of groote genie, die slegts een enkelen duim verder wil zien dan zyne medeburgers en Landslieden, en die daar by nog de gekheid begaat, om dat geen, wat hy ziet, gedrukt te zegen, maakt ogenbliklyk den aangrimmende nyd van het algemeen gaande. &#8216;Er is geen Schryver groot of klein, of hy heeft nog kleinere luiden dan hy is, rondom zich, en deeze werpen hem met steenen. Men vindt in alle landen menschen genoeg, die u zullen kleeden, als gy geene klederen aanhebt, die u zullen spyzen, wanneer u hongert; die u in den nood zullen byspringen; doch zy mogen niet gaarne zien, dat u voor een penning eere te beurt valt.<\/p>\n<p><!--more--><\/p>\n<p><strong>****Verdeling vertaalde en oorspronkelijk Nederlandsche teksten****<\/strong><br \/>\nI Wysgeerte en Zedekunde:<\/p>\n<p>N<br \/>\nF (over de staat der natuur)<\/p>\n<p>II Natuurkunde en natuurlyk historie:<\/p>\n<p>N door A. P. v. T. (De vorderingen in de luchtkennis &#8211; Boyle, Brownrig, Priestly, Cavendish, Mackbride, Pringle, Hulme)<\/p>\n<p>D (Over de schadelykheid der bloemen &#8211; priestley, ingenhousz, Triller)<\/p>\n<p>III Historiekunde:<\/p>\n<p>N (in &#8217;t vergelyken der levens van beroemde mannen &#8211; Cicero, Cornelius Nepos, Plutarchus en Suetonius, Demosthenes, Middleton<\/p>\n<p>&#8220;in &#8217;t Nationaal Karakter mag men ontdekken zo veel verschil als men wil, men mag een andere opvoeding, andere tuch, andere regeeringsvorm, ja andere beloningen, andere straffen by onderscheiden volken aantrefen; men erkent, onder alle de uiterlyke instellingen en plechtigheden, die zuivere trekken van deugd, waardoor braave mannen, schoon doorplaatsgesteldheid van lucht en tussschenkomst van tyd verre van elkanderen verwyderd, altyd zyn kennelyk geweest.&#8221;[658]<\/p>\n<p>Plato, Tacitus, Hooft, Vondel)<\/p>\n<p>D (menzikof in zyne ballingschap)<\/p>\n<p>IV Beschaafde letteren, fraaije kunsten, en mengelwerk<\/p>\n<p>N (o.a. fontenelle, abb\u00e9 batteux, le philosophe sans sard,(dichters) voltaire, rousseau, milton, addison, warton, pope, shakespear, de la place, beaumont, fletscher, Askaan<\/p>\n<p>N (leven van Cervantes)<\/p>\n<p>D (de negerslaaf)<\/p>\n<p>D (de gedwongen misdaad &#8211; getrokken uit Meizners Skizzen.)<\/p>\n<p>***<\/p>\n<p>I. Wijsbegeerte en zedekunde:<\/p>\n<p>N (Troostreden van servius aan tullius, over den dood van zynen zoon.<\/p>\n<p>D (helva en dokken, of de fontein en de waterval, een zedelyke vertelling &#8211; getrokken uit Meizners Skizzen)<\/p>\n<p>II. Natuurkunde en natuurlyke historie<\/p>\n<p>N Over de wiskunde en derzelver nuttigheid, in het yzonder in de beoeffeninge der natuurkunde<\/p>\n<p>D (over de gedaantewisseling en vruchtbaarheid der vliegen \/ brief van R-d aan eene Dame)<\/p>\n<p>E (levensschets van den natuuronderzoeker linnaeus)<\/p>\n<p>III Historiekunde<\/p>\n<p>N (de oorsprong en voortgang der afgodery opgespoord &#8211; tweede verhandeling: [813-838])<\/p>\n<p>hierbij drie oorzaken buiten den godsdienst &#8220;die op eene toevallige wyze ter bevordering van de Afgodery hebben medegewerkt, en deeze zyn tot de volgende drie soorten te brengen: de uitvindingen der Staatkunde, het Klimaat en de gesteldheid van het land, benevens de levenswyze van deszelfs bewooners, en het uitvinden en beoefenen van Kunsten en Wetenschappen&#8221; [813] Cicero<\/p>\n<p>D (fouquet en pelisson)<\/p>\n<p>D (loretto en anecdote)<\/p>\n<p>IV Beschaafde letteren, fraaije kunsten, en mengelwerk<\/p>\n<p>N (over het vergelyken van de werken der voornaamste oude en hedendaagsche dichters &#8211; moliere, racine, corneille vondel hoofd, de dekker wellekens, smids, hoofvlied feitama<\/p>\n<p>D (over de vierde ecloge van virgilius &#8211; aan den heer biester)<\/p>\n<p>D (over de luim &#8211; gullivers, tom jonges, fielding verhandeling voor de geschiedenis van joseph andriesen<\/p>\n<p>N (montague en randal)<\/p>\n<p>D (Hume)<\/p>\n<p>D (anecdote behoorende tot het leven van koning augustus en eersten &#8211; getrokken uit Meiszners skizzen)<\/p>\n<p>D (een fabel van lessing)<\/p>\n<p>N Geestige trekken (anecdotes over Voltaire<\/p>\n<p>**************<\/p>\n<p>I wysbegeerte en zedekunde<\/p>\n<p>D (fabelen der ouden)<\/p>\n<p>D (over de vergenoegdheid (Eberhards vermischte Schriften bl. 91 &#8211; goldsmith essays verwijzing)<\/p>\n<p>II nauurkunde en natuurlyke historie.<\/p>\n<p>N (onzydige beproeving en verdediging der metaalen blixem afleideren door C.R. T. Kraijenhoff, c. j. zn. &#8211; pope, newton, franklin, baco  d&#8217;alibard, cavallo, richman, toaldo, kinnersley, van rosenberglichtenberg van maarhof, leenhof, nollet, beccaria, von folbiger, de tinan, reiarus, le monnier, mahon, plaats van troostwyjk<\/p>\n<p>D (nieuwe thorie wegens het vliegen der vogelen, (volgens de grondbeginseln der a\u00ebrostatica)<\/p>\n<p>III Historiekunde<\/p>\n<p>N (afgodery verhaal vervolg [993], derde verhandeling)<\/p>\n<p>D (levensschets van den duitschen veldheer quintus icilius)<\/p>\n<p>IV IV Beschaafde letteren, fraaije kunsten, en mengelwerk<\/p>\n<p>E (orde en schoonheid der zichtbaare schepping)<\/p>\n<p>E (de houding van een persoon die blind gebooren, op zyn twintigste jaar door de bewerking van een oculist zyn gezigt magtig wierd)<\/p>\n<p>D (jacob dumoulin of de onschuld door waarscheinlykheid in gevaar gebragt)<\/p>\n<p>D (Riedesel van brakenburg)<\/p>\n<p><\/em><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Gevonden in Poortman, persoon &#8220;David Hume&#8221; Titel: [Hume, David] Poortmannummer: I-10085 Jaar van uitgave: 1785 Basisclassificatie(s): 08.24 &#8212; Filosofie: Nieuwe westerse filosofie (17e, 18e en 19e eeuw) Taal: Nederlands Persoon als onderwerp: Hume, David (1711 &#8211; 1776) Documentsoort: Artikel In bundels: Geschiedenis van de nieuwere wijsbegeerte tot Kant. &#8211; 2e herz. dr. &#8211; Nijmegen [etc.], [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":[],"categories":[25,236],"tags":[218,64,217],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/807"}],"collection":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=807"}],"version-history":[{"count":5,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/807\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1482,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/807\/revisions\/1482"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=807"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=807"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=807"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}