{"id":595,"date":"2009-02-27T14:14:58","date_gmt":"2009-02-27T12:14:58","guid":{"rendered":"http:\/\/hume.doesntexist.org\/\/?p=595"},"modified":"2010-07-03T21:35:14","modified_gmt":"2010-07-03T19:35:14","slug":"de-philanthrope","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/?p=595","title":{"rendered":"De Philanthrope (Amsterdam 1756-1762)"},"content":{"rendered":"<p>Jan Hartog heeft in 2009 een boek op de wereld gezet waarin het gaat over de spectatoriale Geschriften van 1741 tot 1800 &#8211; hierin komt ook de Philanthrope aan bod op bladzijde 12\/13, waarin ook het ontlenen aan hume wordt genoemd. verder weinig nieuws (voor zover te overzien).<\/p>\n<p>Over de auteurs van de Philanthrope: zie <a href=\"http:\/\/www.archive.org\/stream\/vermomdeennaaml01doorgoog#page\/n231\/mode\/1up\/search\/Hume\">Vermomde en naamloze auteurs opgespoord&#8230; van Van Doorninck<\/a><\/p>\n<h3>I<\/h3>\n<p>\u00c2\u00a0Opgedragen aan Pieter le Clerq, commissaris der Uitheemsche Depeches van hunne Hoog Mog. de Heeren Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden, waarbij de Philanthrope het volgende nog zegt: &#8220;\u00e1\u201cm voor de vuist te spreeken: eigenlyk beschouw ik u, in deeze Opdragt als Vertaaler, en , weegens uw ouderdom, en <em>occupatien<\/em>, als EMERITUS VERTAALER. Als Historieschryver durf ik, uit reden van eigen belang, niet waagen u voor dit Stukje te plaatsen, want de waarde van een Werk moet toch dikwils staan of vallen met een&#8217;Beschermheer, die aan deszelfs hoofd geplaatst word; de ondergang des eenen sleept onvermydelyk het bederf des andere met zich. En myne vrees is. dat gy, als Historieschryver, als Vertaaler, nog bestaat en leeft. Mogelyk dool ik. Ik wil er niet voor instaan. Misschien sterft de laatste schielyk aan eene <em>pleuris<\/em>, terwyl de eerste, aan een teering kwynende, het nog weinig Jaaren sleepende houd. Ontfang dan, als VERTAALER, dit Werkje, en draag het zoo veel achting toe, als gy oordeelt dat het verdient&#8230; &#8221;<\/p>\n<blockquote><p>merkwaardig<\/p><\/blockquote>\n<p><strong>Stukjes<\/strong><\/p>\n<ul>\n<li>Inleiding vertelt hoe het eerste vertoog uit de ADVENTURER is gehaald, &#8220;een der Papieren, die onlangs met grooten opgang door de naburige Britten gelezen en geprezen zyn&#8221;. De auteur beschrijft vervolgens hoe dit blad als een &#8220;WAAGHALS&#8221; &#8220;in &#8217;t Gevaar van het vrymoedig Oordeel van het Gemeen begaf, en zich als een Kampioen tot Voorstand van Deugd en goede Zeden, tot heil van &#8217;t Menschdom, blootstelde. Vint Nederland in dit Karakter, om &#8216;er een openbaar Geschrift mede te beginnen, iets vreemds en dat met zynen smaak niet overeenkomt, men blyve niet aan de beginselen hangen, of stel zyn oordeel in de waagschaal om den arbeid van een verstandigen Schryver hierom terstond te laken.&#8221; Want, vervolgt de auteur, hoe dieper je in de ADVENTURER komt, hoe meer je het heilzame er van in begint te zien. Daarom kon de Philanthrope die karakterisering van waaghalzerij achter zich laten. [3].<br \/>\n&#8220;De PHILANTHROPE kent ook andere Papieren der Britten, waar uit hy meent voordeel voor Nederland te kunnen rapen en hy tracht &#8216;er gebruik van te maken. Wat hy &#8216;er van zyn eigen maaksel zal byvoegen heeft hy nog niet bepaald, hoewel hy &#8217;t niet buiten hope stelt dat iets diergelyks zou kunnen gebeuren; maar hy vint geraden geene belofte te doen om in geen schuld te vervallen, waar van de betaling dikwils hoe langer hoe meer onzeker worden kan.&#8221;<br \/>\nEn tot slot wenst de Philanthrope &#8220;zyne Lezeren het Nut, dat hy zelf in de Britsche Schriften meent gevonden te hebben&#8221;.<\/p>\n<blockquote><p>Geen wonder dat we Hume precies in dit tijdschrift tegenkomen!<\/p><\/blockquote>\n<\/li>\n<li>In stukje 3 wordt door de Philanthrope en een briefschrijver Batavus gefilosofeerd over de mogelijke bijdrage van diens Philanthropisch genootschap &#8211; de eerste had namelijk de vertogen van de laatste haast letterlijk uit de mond ontfutzelt &#8211; en kondigt de Philanthrope aan dat Batavus&#8217; stukjes met een B zullen worden ondertekend, en die van hemzelf met A (voor Anglicanus).<br \/>\n<blockquote><p>Maar eens turven hoe vaak dit voorkomt!<\/p><\/blockquote>\n<\/li>\n<li>9: stukje waarin over athe\u00efsten en vrijdenkers wordt gesproken<\/li>\n<li>stukje van ANTHONY DOBBELSTEEN over geldzucht en gokken, waarin wordt verwezen naar Mandeville&#8217;s <em>Fable of the Bees<\/em>: &#8220;Zoo iemand van myne Landsluiden zoo bekrompen van ziel mogt zyn, dat hy nog eenige zwaarigheden over dit stuk hadt, en deeze Leer gaarne wat nader zag opgehelderd, wys ik hem naar de <em>Fabel der By\u00ebn<\/em> van den doorlugtigen <em>Mandeville<\/em>, en diergelyke stigtelyke Zedekundige Boeken meer.<\/li>\n<\/ul>\n<p>Nummertje 52: &#8220;De Woorden zsggen min; maar Zeken Spreken &#8217;t meest; Men lette op Zaken dan terwyl men Woorden leest.&#8221; ANONYMUS, zo leidt de Philanthrope de brief in, waarin &#8220;Uw getrouwe en dienstvaerdige Lezer Z&#8221; een schets voor een Nederduytsch woordenboek presenteert. Veel artikelen bestaan meer uit commentaar dan uit puur betekenis en grammatica, maar dat is een beschuldiging die hij wel op zich wil nemen. Datzelfde geldt immers voor Bayle: &#8220;Ik kan wel honderd artikelen uyt <em>Bayle<\/em> opnoemen, waar men duydelik siet, dat de Titel alleen om de aanmerkingen daar geplaatst is, en nochthans blyft het &#8217;t woordenboek van Bayle.&#8221; Voorbeeldlemma &#8220;Compliment&#8221; begint dan ook met de volgende zin: &#8220;Behoort onder de woorden die niets beteekenen.&#8221;<br \/>\nStukje 57 en 58: reisverslag (en reactie daarop) van een Engelsman, MODERATUS genaamd, die in een postkoets door Engeland reist. \u00e1\u008fnteressant is dat de Engelsman zijn vaderland de &#8220;grootste verscheidenheid van Karakteren&#8221; kent van alle landen op de wereld, dankzij de &#8220;groote Vryheid onder hen, die ydereen de Privilegie geeft, om op zyne manier wys of dwaas te doen, en die elk behoed voor eene noodzaakelyke geveinsdheid of slaafsche navolging.&#8221;<\/p>\n<p>\u00c2\u00a0<\/p>\n<blockquote><p>dit zou zo uit Hume&#8217;s <em>Of Natural Characters<\/em> kunnen komen, waarin Hume het volgende schrijft: &#8220;the ENGLISH government is a mixture of monarchy, aristocracy, and democracy. The people in authority are composed of gentry and merchants. All sects of religion are to be found among them. And the great liberty and independency, which every man enjoys, allows him to display the manners peculiar to him. Hence the ENGLISH, of any people in the universe, have the least of a national character; unless this very singularity may pass for such&#8221; [ONC Intelex: Para. 19\/35 mp. 207 gp. 251] MODERATUS schreef dit verslag 9 jaar na de eerste publicatie van ONC in Engeland.<\/p><\/blockquote>\n<p><!--nextpage--><\/p>\n<h3>II<\/h3>\n<p>\u00c2\u00a0<strong>Stukjes<\/strong><\/p>\n<ul>\n<li>69 is een opsomming van een hoop moderne schrijvers, &#8220;Po\u00ebeten&#8221;, en hun persoonlijke deugden en zonden.<\/li>\n<li>76 Over Auctoriteit, waarbij MACHIAVEL wordt genoemd [83]<\/li>\n<li>82 Shakespeare wordt geciteerd in een stukje over Kwaadspreekendheid: &#8220;Die my myn goeden Naam ontfutzelt, verrykt zich zelven niet, maar maakt my inderdaad arm&#8221;<\/li>\n<li>93 &#8220;De schrandere Swift&#8221;<\/li>\n<li>94 Briefwisseling tussen de Philanthrope en een zekere Bataviaan, die schrijft over Menschlievendheid. Hierbij wordt gerefereerd aan Pope en aan het feit dat de denkbeelden van de Bataviaan volgens zijn kennissen &#8220;te veel van Engelsche <em>Sentimenten<\/em>, voor een Hollander, doorspekt [zou] zijn&#8221;.<\/li>\n<li>117 gaat over Partijschap, maar er wordt gerefereerd aan Swift in het motto &#8220;Party is the madness of many, for the gain of a few&#8221;, vertaald als &#8220;Partyschap is de zinneloosheid van veelen, ten voordeele van weinigen&#8221;. Geen link naar Humes <em>Of the Parties in General<\/em> of iets vergelijkbaars.<\/li>\n<\/ul>\n<p><!--nextpage--><\/p>\n<h3>III<\/h3>\n<p><strong>Stukjes<\/strong><\/p>\n<ul>\n<li>136\u00c2\u00a0is het stukje over &#8220;wel en nuttig lezen&#8221;, waarbij de schrijver aan de hand van de bijbel uitlegt hoe je een geschiedenis goed kan lezen. Om nu eene wezenlyke kennis van deze Historie te erlangen moet ik voor eerst weten hoedanig een Persoon of wezen hy is, die, volgens het getuigenis van Mozes, het zigtbare Heelal geschapen heeft. Ten tweeden moet ik onderzoeken, zoo ver my mooglyk is, wat oogmerken God met het scheppen van al het geschapene gehad heeft. Ten derden moet ik navorschen hoedanig eene nuttigheid in de wetenschap van dit alles voor my gelegen is. En eindelyk, ten vierden, pogen uit te denken de beste middelen om van die nuttigheid een behoorlyk gebruik te maken.<\/li>\n<li>158 wordt &#8220;Vrankrijk de kleedkamer der Weereld&#8221; genoemd.[351]<\/li>\n<\/ul>\n<p><!--nextpage--><\/p>\n<h3>IV<\/h3>\n<p>Bij zijn aantreden na het overlijden van zijn &#8216;vader&#8217; draagt hij het komende deel van de <em>Philanthrope<\/em> op aan &#8220;Ulieden&#8221;, met aan het einde van zijn uitleg de retorische vraag: &#8220;Denkt, Myne Heeren, zo &#8217;t geoorloofd is, kleine dingen met groote te vergelyken, dat de Hollandsche Wysgeer zyn Werk aan de Haarlemsche Maatschappy der Weetenschappen heeft opgedraagen. En waarom zou ik dan het myne niet aan ul. moogen toewyden?&#8221;\u00c2\u00a0<\/p>\n<p><strong>Stukjes<\/strong><\/p>\n<ul>\n<li>179 over de nieuwe gang van zaken na het sterven van zijn vader.<\/li>\n<li>185: verhaaltje van Montaigne<\/li>\n<\/ul>\n<p><!--nextpage--><\/p>\n<h3>V<\/h3>\n<p>228F: ingestuurde vertaling van een\u00c2\u00a0bierf die verscheen in een boek van ROUSSEAU (De nieuwe Heloise) over dueleren.<\/p>\n<p>229F briefje waarin wordt gevraagd wat nu precies de <em>bon ton <\/em>is.<\/p>\n<p>232F de philanthrope vertelt hoe hij een brief van ene parrhasius omtrent de <em>verdraagzaamheid omtrent den Godsdienst<\/em> niet kon plaatsen of beantwoorden<\/p>\n<p>242 over het nut van lezen: Bacon wordt geciteerd met zijn uitspraak &#8220;dat het leezen een kundig man, de verkeering een vaardig man, en het schrijven een nauwkeurig man maakt.&#8221;<\/p>\n<p>248\/249F: \u00c2\u00a0reactie van parrhasius en daar weer reactie op van de Philanthrope.<\/p>\n<p>251F: ontmoeting tussen voltaire en Congreve<\/p>\n<p>\u00c2\u00a0253F: mandevilles Fable wordt weer genoemd<\/p>\n<p>254F: Vertaalde dialoog tussen Thales en Aristippus<\/p>\n<p>255F: over de Weelde<\/p>\n<p>258: zekere Hamilton wordt genoemd in een stuk over physiognomie<\/p>\n<p>259 Locke wordt genoemd in een stukje over de vrijheid om over godsdienst te schrijven<\/p>\n<p>[nggallery id=42]<\/p>\n<p>\u00c2\u00a0<\/p>\n<p>416 Elijah Fenton dichter, aangehaald<\/p>\n<p><!--nextpage--><\/p>\n<h3>VI (1762)<\/h3>\n<p>\u00c2\u00a0<\/p>\n<p><strong>Index &#8211; nauwelijks gebruikt want er waren nog twee paar oversneden pagina&#8217;s:<\/strong><\/p>\n<ul>\n<li>&#8220;MANDEVILLE (Een der dwaalingen van) uit the <em>Fable of the Bees<\/em>, wegens het voordeel van de weelde, aangehaald en wederlegd V. bl. 244, 245&#8243;<br \/>\n<blockquote><p>Aardig is dat in het artikel van De Denker Mandeville juist wordt geprezen om zijn stukken over de voordelen van Weelde (en verkwisting)!<\/p><\/blockquote>\n<\/li>\n<li>&#8220;<em>Moderne schryvers<\/em>, (Veele der) vooral de <em>Franschen<\/em>, zyn zeer oppervlakkig, en verre beneden de Ouden te stellen. VI. N. 287.<\/li>\n<li><em>Nationaale Karakters <\/em>(De) van verschillende Volkeren, hangen weinig of niets van het Climaat, maar genoegzaam alleen van zedelyke oorzaken af. V N.265, 266.<br \/>\n<blockquote><p>Dit <em>kan<\/em> toch alleen maar van Hume zijn?! Ben benieuwd!<\/p><\/blockquote>\n<\/li>\n<li>In een stukje over de &#8220;(Betekenis van de Naam van) PHILANTHROPE&#8221; staat een verwijzing naar een &#8220;Berigt wegens de Overzettingen, die hy tot zyn Werk gebruikt heeft, en de Schryvers, die \u00e9r aangewerkt hebben, benevens het afscheid van den PHILANTHROPE aan zyne Lezers, en het slot van &#8217;t Werk. VI. N. 326<\/li>\n<li>&#8220;TEMPLE (Aanmerkingen van) over de verschillende Geaardheeden van Zoldaaten en Kooplieden. V. <em>bl.<\/em> 350.<\/li>\n<li>&#8220;VOLTAIRE kreeg een zeer byzonder antwoord van den Engelschen Digter CONGREVE. V. bl. 230&#8221;<\/li>\n<\/ul>\n<p>\u00c2\u00a0<br \/>\n<strong>Boekenlijst<\/strong><br \/>\nDeel VI gaat vergezeld van een lijst met Werken die &#8220;By de Uitgevers van den Philantrope [sic]&#8221; zijn &#8220;gedrukt of te bekomen&#8221;<\/p>\n<p>Hierop staan heel veel uit het Engels vertaalde werken (20 uit 31, andere werken zijn uit het Frans, Duits of Grieks en dan zijn er nog 5 oorspronkelijke NL-talige) waaronder:<\/p>\n<p>Verhandeling over de OPVOEDING DER KINDEREN door <em>John Locke<\/em>, van nieuws uit eht Engelsch vertaald naar den Elfden Druk, door , en vermeerderd met eenige Aantekeningen en het Leven van den Schryver. In Octavo.<\/p>\n<p>Verwer vertaalde ook nog:<br \/>\n1 &#8220;Historie van het Verlanten en Gelukkige Weeskind CHARLOTTE SUMMERS, geschreven in den smaak van den Vondeling Thomas Jones&#8221;<br \/>\n2 &#8220;AANMERKINGEN OVER DE BEKEERINGE EN HET APOSTELSCHAP VAN DEN H. PAULUS, in een Brief aan den Heere Gilbert West, Schildknaap&#8221;<br \/>\nen was hiermee de enige vertaler uit het Engels die met naam genoemd werd. Frans de Haas deed een Frans stukje.<\/p>\n<p>Enkele andere titels:<br \/>\n&#8220;HET RECHT GEBRUIK DER HISTORIEN, benevens eene Staatkundige Schets van den Toestand en de Geschiedenissen van Europa, tot op de Utrechtsche Vrede van het jaar 1713, in Negen Brieven, waar by eene Verhandeling <em>over de Letter-Oeffeningen in een Ampteloos Leven<\/em>, en een Vertoog over <em>de Ballingschap<\/em>, uit het Engelsch van de Heere HENRY ST. JOHN, LORD BOLINGBROKE, vertaald. Groot Octavo. f 1:14: &#8211; &#8221;<\/p>\n<blockquote><p>Is dat duur? Zo te zien niet heel duur, het lijkt een gemiddelde prijs. Een HISTORIE DER PAUSEN in Quarto, V Deelen kostte maarliefst f 17.10.<\/p><\/blockquote>\n<p>&#8220;VERDEEDIGING van den Heere ARCHIBALD BOWER, Schryver van de Historie der Pausen, behelzende deszelfs <em>Leven<\/em> en een Bericht van het Geschil tusschen hem en de Roomsch-gezinden, uit het Engelsch vertaald. Quarto. f 2 : 5 : &#8211; &#8221;<\/p>\n<p><strong>Stukjes<\/strong><\/p>\n<ul>\n<li>&#8230; is het genoemde stukje van Fontenelle, waar op de laatste pagina Boyle nog wordt genoemd<\/li>\n<li>in stukje 285, o.a. over zedigheid wordt er verwezen naar &#8220;de geestige POPE&#8221; en zijn <em>Gedagten over verscheiden onderwerpen<\/em><\/li>\n<li>in stukje 287 over de Moderne Schryvers worden Eutyches, Rapin, Le Fevre, Bouhours en Lollin genoemd en daarna het &#8220;natuurlijk vernuft&#8221; van Montagne. Ook de hertog DE ROCHEFOUCAULT, la Bruyere, Saint Evremond, Cervantes&#8217;Don Quixot. Rapin wordt &#8220;de meest beroemde onder hen&#8221; genoemd, Menage, Bossu, Brumoy, Fenelon, Racine, Corneille,<\/li>\n<li>in stukje 292 wordt een reisbeschrijving gegeven van tripjes naar Londen en enkele Hollandse steden, door een dienaar C.A.<\/li>\n<li>295 en 296 zijn gebruikt voor de vertaling van Voltaires <em>Micromegas<\/em><\/li>\n<li>299 gaat over iemand die bij de Vrijmetselaars was en zich afvroeg wat voor mensen het precies waren<\/li>\n<li>318 is nog een stukje met Fontenelle in het achterhoofd &#8211; motto is van hem iig: &#8220;Ce sont les passions, qui font; &amp; qui defont tout&#8221;<\/li>\n<li>320 &#8211; stukje van iemand die de GODSDIENST als door moderne geneesheren verwaarloosd geneesmiddel aanprijst<\/li>\n<\/ul>\n<p>\u00c2\u00a0<\/p>\n<p><strong>Stukje 326, sluitstuk met mededelingen over de Vertaling<\/strong><\/p>\n<p>Behalve de gemelde Periodique Papieren<\/p>\n<blockquote><p>[den ADVENTURER, <em>Gentleman&#8217;s Magazin, The World, The Connaisseur, The Library<\/em> wp]<\/p><\/blockquote>\n<p>, zyn er ook noch andere stukken van uitheemsche Schryveren in dit werk overgebragt. Dus is het <em>Ontwerp van een Satyrisch Woordenboek<\/em> in No.52.53.54. uit het Hoogduitsch van de heer RABENER nagevolgd. In de twee laatste Deelen zyn verscheidenen Vertallingen uit HUME, VOLTAIRE, FONTENELLE, en zeker nieuw Werkje, <em>Bigarrures Philosophiques<\/em> genaamd, te vinden; welke allen medegedeeld zyn. De Vertaaler van die stukken heeft zich niet naauwkeurig aan het oorsprongkelyke gehouden; maar dezelven in tegendeel, naar den smaak en het Karakter van onzen Landaard geschikt; zo als men onder anderen uit de vergelyking van de <em>Micromegas<\/em> van VOLTAIRE met het 295ste en 296ste deezer Vertoogen kan bespeuren. In het overzetten der Engelsche Papieren, waar van ik straks gemeld heb, heeft men nu en dan dezelfde vryheid genomen; doch veelen van deezen zyn woordelyk vertaald.&#8221;<\/p>\n<blockquote><p>De vraag is echter: door wie? Aannemelijk zou zijn dat het <em>den Jongen Philanthrope<\/em> zelf is geweest, die de stukjes uit de Engelse periodieken grotendeels voor zijn rekening heeft genomen, omdat hij aangeeft dat hij vanaf het vierde deel het bestuur in handen had en zelf veel vertaalde. Ondertekend met L. A., O.A., I. A. of C.A. (of geldt dit alleen voor stukken uit de adventurer?)<\/p><\/blockquote>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Jan Hartog heeft in 2009 een boek op de wereld gezet waarin het gaat over de spectatoriale Geschriften van 1741 tot 1800 &#8211; hierin komt ook de Philanthrope aan bod op bladzijde 12\/13, waarin ook het ontlenen aan hume wordt genoemd. verder weinig nieuws (voor zover te overzien). Over de auteurs van de Philanthrope: zie [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":[],"categories":[236],"tags":[52,74,178,179,183,54,86,64,180,188,110,181,182,37,77],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/595"}],"collection":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=595"}],"version-history":[{"count":27,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/595\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":605,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/595\/revisions\/605"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=595"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=595"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=595"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}