{"id":458,"date":"2009-02-19T11:34:00","date_gmt":"2009-02-19T09:34:00","guid":{"rendered":"http:\/\/hume.doesntexist.org\/\/?p=458"},"modified":"2009-11-12T17:41:01","modified_gmt":"2009-11-12T15:41:01","slug":"jose-de-kruif","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/?p=458","title":{"rendered":"Jos\u00c3\u00a9 de Kruif"},"content":{"rendered":"<p>1. Boeken, rangen, standen en lectuur<br \/>\n*************************************<br \/>\nGaat grofweg over de geschiedenis van de boekgeschiedenis en de rol van theorievorming (v\/u de discipline zelf \u00e9n v\/u de sociologie) om vervolgens in te gaan op wat in haar eigen boek zal geschieden.<\/p>\n<p>1.1<br \/>\nKomt met uitleg van kip\/ei-probleem dat cultuurgeschiedenis kent: zijn boeken het resultaat van de heersende cultuur of juist een instigator. Komt met Darnton die in &#8220;The forbidden best-sellers of pre-revolutionary France&#8221; terugkeerde naar de in verdrukking geraakte notie dat idee\u00ebn uit boeken afkomstig aan de grondslag lagen van de Franse revolutie. Het waren bij Darnton misschien niet meer de grote Verlichte geesten  die de revolutie op gang brachten maar het waren nog altijd gedrukte letters die de weg hadden bereid.<\/p>\n<p>Roger Chartier ging hier tegenin en zijn argument was dat het boek van Rousseau door anti-revolutionairen net zoveel werd gelezen als door revolutionairen&#8230; (had Jos\u00e9 de Kruif niet even moeten noemen dat \u00e9\u00e9n belangrijke vinding van Darnton was dat Rousseau \u00e1\u00bcberhaupt nauwelijks verspreid werd in prerevolutionary France en dat dit juist een pijnlijk tegenargument is?) &#8230; maar dit zelfde geldt natuurlijk ook voor de pornografische en andere gezagsondermijnende lectuur die ook door de &#8220;slachtoffers van de Revolutie&#8221; werden gelezen. Bovendien was lezen en voor waarheid aannemen niet hetzelfde.<\/p>\n<p>&#8220;Of boeken nu beschouwd worden als afspiegeling of als katalysator van ontwikkelingen, vanwege het grote bereik dat zij vertgenwoordigen is aan boeken altijd a priori een enorm belang toegekend. Een mening die overigens meestal in boeken te berde wordt gebracht&#8221; [2]  een iets te makkelijke side-note misschien, die een gedachte inleidt over het mogelijke verschil tussen het hedendaagse en het historische belang dat aan boeken wordt gehecht.<br \/>\n<!--nextpage--><br \/>\n1.2<br \/>\nIn de jaren &#8217;50 zette er een nieuwe wind op in de boekgeschiedenis &#8211; van een collectioneurs-oogpunt naar een boekproductie en -distributie; op het &#8220;eigenlijke communicatieapparaat dat boeken vertegenwoordigen&#8221; [3] Chartier pleitte in plaats daarvan voor een veel breder opgezette boekgeschiedenis. Ook het lezen en het gebruik van boeken moest worden behandeld. &#8220;Zonder lezer is een tekst inhoudsloos; vooral vormen van gebruik en interpretatie van lectuur zouden de spil van onderzoek moeten zijn.&#8221; [3] De interpretatievan de lezer moest worden gereconstrueerd.<br \/>\nHet ideale onderzoeksschema van Darnton, waarop De Kruif in haar conclusie nog terugkomt, is er \u00e9\u00e9n die het hele communicatiecircuit in de beschouwing betrekt.<br \/>\nVan Selms <em> Inzichten en vergezichten. Zes beschouwingen over het onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse boekhandel <\/em> (Amsterdam 1992) benadrukt het belang van aandacht voor productie, distributie als consumptie van boeken. Zodanig beoefende boekgeschiedenis vormt de ruggegraat van de cultuurgeschiedenis waarbij boeken dragers van cultuur zijn.<\/p>\n<p>Problemen met Chartiers wens:<br \/>\n&#8211; na speculaties aan de hand van de uiterlijke kenmerken van boeken valt er weinig zinnigs te zeggen over de interpretatie van de lezer, tenzij er egodocumenten zijn, en dan is de representativiteit weer een probleem.<\/p>\n<p>Problemen met die van Darnton:<br \/>\n&#8211; volgens De Kruif alleen haalbaar met \u00e9\u00e9n enkele titel, hooguit een genre <span style=\"font-family: mceinline;\"> maar dus ook voor de werken van \u00e9\u00e9n auteur!<\/span><\/p>\n<p>Meldt dat er voor de Republiek vooral veel bekend is mbt het boekbedrijf en de boekdistributie, en noemt als kwantitatief onderzoek dat het boek als massamedium behandelt en de gegevens van grote groepen mensen gebruikt de volgende Nederlandse voorbeelden:<br \/>\n<a href=\"http:\/\/http:\/\/hume.doesntexist.org\/index.php?p=430\">Brouwer, Han, <em>Lezen en schrijven in de provincie : de boeken van Zwolse boekverkopers, 1777-1849<\/em> (Leiden 1995)<\/a> en Kloek, J. J. en W. W. Mijnhardt, <em>Leescultuur in Middelburg aan het begin van de negentiende eeuw<\/em> (Middelburg 1988).<br \/>\nUit deze boeken blijkt dat er ook vooral NIET werd gelezen, Brouwer komt uit op 90% van de huishoudens in Zwolle die nooit of slechts incidenteel boeken kocht.<br \/>\nBert van Selm wijdde in <em>Inzichten en vergezichten<\/em> een hoofdstuk aan bibliotheken. Over boekcollecties zegt De Kruif dat de zestiende eeuw getypeerd kan worden door het dualisme van humanisme (Bijbel VS Klassieken), er in de zeventiende eeuw steeds meer plaats komt voor allerlei vakgebieden, waarna in de achttiende eeuw speciale collecties, met belangstelling voor \u00e9\u00e9n vakgebied opkomen. Maar er zijn maar zeer weinigen die daadwerkelijk een bibliotheekje hebben.<br \/>\nLezen is dus ook vier eeuwen na de introductie van de boekdrukkunst nog altijd niet massaal.<\/p>\n<p><!--nextpage--><br \/>\n1.3<br \/>\nIn deze paragraaf gaat De Kruif in op de theorie\u00ebn van Engelsing, Plumb, Darnton, Spufford, Van Selm, Brouwer.<\/p>\n<p>Resultaten van onderzoek naar de productie in de achttiende eeuw liet een uitbreiding en differentiatie van het aanbod zien. Al snel werd de conclusie getrokken dat de nieuwe genres ook voor secularisatie van het aanbod zorgden. Populair-wetenschappelijke werken, (zedenkundige) romans, en het algemene tijdschrift &#8220;zouden traditionele religieuze genres en de Latijnse geleerdencultuur naar de achtergrond hebben verdrongen&#8221; [5]<br \/>\nMaar het zou goed kunnen dat m\u00e9\u00e9r titels en m\u00e9\u00e9r genres niet betekende dat er ook m\u00e9\u00e9r boeken werden geproduceerd en gelezen.<br \/>\nOmdat er weinig gegevens beschikbaar waren (en zijn) over de consumptie van het aanbod heeft lange tijd de these van Rolf Engelsing gedomineerd. Engelsing veronderstelde dat er in de tweede helft van de achttiende eeuw een leesrevolutie had plaatsgevonden, waarbij intensief lezen plaats maakte voor extensief lezen. Van weinig boeken herhaaldelijk lezen naar veel boeken eenmalig lezen &#8211; <span style=\"font-family: mceinline;\"> of slechts recensies ervan, kan ik me voorstellen<\/span>. Ook zouden er veel m\u00e9\u00e9r mensen zijn gaan lezen, mede doordat nieuwe genres een nieuw publiek aanboorden.<br \/>\nDe kritiek van Darnton was dat de &#8216;extensieve manier van lezen&#8217; &#8220;niet de enige richting&#8221; was waarin het lezen zich heeft ontwikkeld, en hierbij somt Darnton de vele andere redenen om te lezen op in  [noot naar <em>The Great Cat Massacre<\/em> 103].[6]<br \/>\nDe kritiek van Plumb was dat Engelsing niet had gezien dat er een massapubliek was ontstaan voor &#8220;vrijetijdsproducten in het algemeen&#8221; [7] en dat de &#8220;in veel verklaringen weer opduikende middenklasse met een steeds beter gevulde geldbuidel&#8221; steeds meer behoefte zou hebben gekregen aan sport- en cultuurdeelname. Plumb, net als Engelsing, gaat uit van het aanbod.<\/p>\n<p><!--nextpage--><br \/>\n1.4<\/p>\n<p>Darnton en Chartier &#8216;refereren&#8217; slechts aan modern sociologisch onderzoek [10]<\/p>\n<p>Geld en tijd als voorwaarde voor lezen (als lezen goedkoper wordt, doen meer mensen het) [11]<br \/>\nReferentiegroepen de <em>reden<\/em> om te lezen. Je leest om ergens bij te horen of om te stijgen op de sociale ladder. Dan lees je om jezelf te &#8216;onderscheiden van de rest&#8217;.<\/p>\n<p>P. H. MANN (Books and reading, 1969)<\/p>\n<p>Hier komen de modellen van P. H. Mann en Pierre Bourdieu over de redenen voor mensen om te lezen.<\/p>\n<p>Kernwoorden bij Mann: I lezen om informatie te verwerven \/ II lezen om &#8216;sociale redenen&#8217; &#8211; het wordt aangeraden of wordt gelezen door opinion leaders \/ III lezen om persoonlijke redenen [13]<\/p>\n<p>Kernwoord bij Bourdieu: <em>distinction<\/em>. &#8220;In de visie van Bourdieu <em>vertegenwoordigen<\/em> boeken geen sociale classificatie, ze zijn het zelf. Ze zijn als &#8216;representaties van de sociale wereld&#8217;een deel van de sociale orde, geen weerspiegeling ervan&#8221; [16] De Kruif suggereert iets eerder dat haar onderzoek mogelijk de sporen bloot zou kunnen leggen van &#8220;de aard van het cultureel kapitaal dat destijds in boeken verankerd was&#8221; [16]<\/p>\n<p><!--nextpage--><br \/>\n1.5<\/p>\n<p>Samenvattend over de lezers:<br \/>\n&#8211; &#8220;het potenti\u00eble publiek voor boeken bestaat uit in principe de gehele bevolking&#8221; [17] Mensen kunnen zich immers laten voorlezen. Tegelijkertijd wijst boekenbezit ook &#8220;niet perse op de behoefte om kennis te nemen van de inhoud&#8221;. Soms als totem, betaalmiddel. Jos\u00e9 de Kruif gaat echter ook uit van een lezende tekstenbezitter<br \/>\n&#8211; Hoewel in 1750 de eerste bieb werd geopend bleven de &#8220;mogelijkheden tot ge\u00efnstitutionaliseerd lenen van boeken&#8221;tot ver in de achttiende eeuw schaars. Het publiek moet dus gezocht worden in de draagkrachtige bevolkingsgroepen. Ook moeten ze de tijd hebben, maar dat valt niet te achterhalen<br \/>\n&#8211; De Kruif suggereert ook dat het economisch verval een grote groei van het aantal lezers &#8211; wanneer wordt uitgegaan van inkomen als belangrijke voorwaarde voor boekenbezit\/consumptie &#8211; nergens &#8216;vandaan te halen valt&#8217;. [17-18]<br \/>\n&#8211; Den Haag had een gemiddeld hoger inkomen per hoog, maar de rijkdom was n\u00f3g geconcentreerder dan in andere steden. Plumbs theorie &#8211; over een groeiende middenklasse met meer bestedingsruimte &#8211; gaat dus niet op. [18]<br \/>\n&#8211; w\u00e9l denkbaar dat aspiratiemotieven&#8217; een grotere rol gaan spelen [18] en ook dat er meer goedkopere uitgaven verschenen die dat mogelijk maakten &#8211; &#8216;gesunkenes Kulturgut&#8217;<br \/>\n&#8211; fictie wordt door alle bevolkingsgroepen gelezen, wel misschien titels die eerst door de elite en daarna door de minder koopkrachtige burgers worden gelezen. Volgens Bourdieu zouden er dan nieuwere, exclusieve werken worden gelezen door de elite [18]<br \/>\n&#8211; volkslectuur is blijkbaar een moeilijke term. de biblioth\u00e8que bleue, goedkope uitvoeringen, was wel erg gevarieerd en bevatte naast veel van dat soort verkorte\/vereenvoudigde versies van &#8216;geleerde&#8217; voorgangers ook veel boeken die vrij snel na verschijnen al in die uitvoering uitkwamen. volgens chartier was de middenklasse minder geneigd zich van het genre af te keren dan de elite. [19[<br \/>\n&#8211; lezen om sociale redenen is modegevoeliger. &#8216;vogue&#8217; onderwerpen en genres [19]<br \/>\n&#8211; referentiegroepen (waarbinnen je je wilt lezen) kunnen naast aspiratiegroepen ook &#8216;peer&#8217;-groepen zijn. &#8220;Eisenstein beschrijft in <emThe printing press as an agent of change<\/em>, 464-487, dat wetenschappers zich snel bekend gingen maken met vakliteratuur in plaats van met handschriften.<br \/>\n&#8211; correspondentie en andere traditionele methodes om idee\u00ebn over te dragen bleven bij vakkennis echter een grote rol van betekenis spelen. demonstraties waren belangrijk voor technologische vooruitgang,  evenals persoonlijke contacten, praktische ervaring en economische ontwikkeling. via Houston en Cipolla<br \/>\n&#8211; professionalisering aan de hand van special(istisch)e boeken\/lectuur &#8211; zoals bij predikanten (Peter van Rooden) [20-21]. dit soort conclusies zijn &#8220;veelbelovend&#8221;, aldus De Kruif, maar zegt meer over de ontwikkelingen binnen de beroepsgroep dan over het eventueel verdwijnen van orale instructiemethodes. [21]<br \/>\n&#8211; Lezen als vrijetijdsbesteding is moeilijk te categoriseren omdat titels op onverwachte plekken opduiken.<\/p>\n<p><!--nextpage--><br \/>\n1.6<\/p>\n<p>Samenvattend over dit boek:<br \/>\n&#8211; meer boeken in totaal, dat is zeker. Daarnaast volgens boekhistorici meer lezers &#8216;gerekruteerd&#8217; uit de middenklasse [22], meer romans, meer handboeken, meer kranten, meer tijdschriften, minder religieuze boeken. Elite las teksten die als cultureel hoogstaand geoormerkt waren, daarna trickle&#8217;den deze naar benee. Da&#8217;s de zwart-wit beschrijving, die door het boek zal worden getoetst.<br \/>\n&#8211; Zowel de theorie van Mann als die van Bourdieu zijn niet goed te toetsen en bovendien minder geschikt voor de 18e eeuw. Bij Bourdieu vanwege het gegeven dat een samenleving waarin een groot deel van de bevolking op het bestaansminimum leeft een ander waarderingspatroon zou voortbrengen voor cultuurgoederen. En Mann vanwege, onder andere, het ontbreken van religieuze boeken in zijn model en de onmogelijkheid om de 18e eeuwse variant van het &#8216;goede boek&#8217; vast te stellen. [22]<br \/>\n&#8211; tracht in een deel van hoofdstuk vier de lezers te groeperen op basis van hun boekenbezit.<br \/>\n&#8211; Verdaasdonk bracht onder de aandacht (1989) dat de aanschaf van boeken ook een functie is van het aanbodgedrag van de boekhandelaren [23]<br \/>\n&#8211; boeken zijn een massaproduct en en ook de economische mechanismen waarover iets gezegd kan worden zullen aan bod komen<br \/>\n&#8211; h3= verspreiding van boeken vergeleken met wat we weten van het gedrag van aanbieders uit de literatuur, economische aspecten<br \/>\n&#8211; h4= groepering lezers in homogene groepen<br \/>\n&#8211; h5= kenmerken en functies van boeken als taal, ouderdom, verboden boeken, beroepslectuur en dergelijke ge\u00efnventariseerd worden<br \/>\n&#8211; h6= samenvattend<br \/>\n&#8211; welke theorie dan ook gebruikt wordt, de individuele lezer die in eenzaamheid een boek leest, wordt niet bereikt<br \/>\n&#8211; twee takken: &#8216;lectuurkeuze hangt af van inkomen opleiding, referentiegroepen en de tijd&#8217; \/ &#8216;wie las wat&#8217;<\/p>\n<p><!--nextpage--><\/p>\n<p>H2 de bronnen:<\/p>\n<p>Gecanoniseerde lezers:<\/p>\n<p>Ranson, Menocchio, Larpent, Otto van Eck. Alleen bij Ranson kon Rousseau aantonen dat er meerdere mensen waren die heftig reageerden op Rousseau aan het aders van de STCN (societ\u00e9 typographique &#8230; neuchatel)<\/p>\n<p>noemt de RED [31]<\/p>\n<p>&#8211; kiest voor kwantitatief onderzoek omdat het gaat om een massamedium avant la lettre, en &#8220;conclusies trekken op basis van het gedrag van enkelingen voldoet meestal al niet&#8221;.<br \/>\n-noemt de deuren mbt het achttiende-eeuwse leesgedrag\/voorkeuren in de Nederlanden potdicht (er kunnen dus geen open deuren worden ingetrapt met de statistieken)<\/p>\n<p><strong>Over intekenlijsten [paragraaf 2.3, blz 33]<\/strong><\/p>\n<p>&#8211; kon met korting gekocht worden, maar moest vaak contant betaald worden [33]<br \/>\n&#8211; vanaf het begin van de achttiende eeuw werd met voorschotten gewerkt<br \/>\n&#8211; om prijsdalingen te voorkomen &#8211; waarmee de intekenaren gedupeerd zouden worden &#8211; werd beloofd dat het aantal exemplaren niet vele malen hoger lag dan het aantal exemplaren waarvoor was ingetekend, dat was althans de belofte<br \/>\n&#8211; risicovermindereing voor de boekhandelaren<br \/>\n&#8211; bepaalde vorm van &#8216;collectieve patronage&#8217; door het intekenend publiek (dmv voorschotten hielpen zij me de totstandkoming)<br \/>\n&#8211; wervende werking van naamlijst<br \/>\n&#8211; Ligtelijn &#8220;Namen der Heren Intekenaren&#8221; in <em>Bladeren in andermans hoofd<\/em> schreef over intekenlijsten dat het een &#8216;gatenkaas&#8217; was, als bron [33]<br \/>\n&#8211; gebruikt de administratie van Van Cleef en drie omvangrijke steekproeven uit de Haagse boedelinventarissen<\/p>\n<p>2.4 de gemiddelde haagse boekhandelaar (waar pieter van cleef er \u00e9\u00e9n van was, in veel opzichten, aldus De Kruif:<br \/>\n&#8211;  adverteerde geregeld, verzorgde veilingen, gaf regelmatig nieuwe titels uit waarbij hij het drukwerk uitbesteedde want hij had geen eigen drukkerij [35]<br \/>\n&#8211; uniek omdat hij zijn administratie naliet, een deel ervan, noteerde daarin zijn verkopen in kladboeken.<br \/>\n&#8211; klanten kochten waarschijnlijk bij meerdere boekhandels [40]<\/p>\n<p>2.8 representativiteit<br \/>\n&#8211; boedelinventarissen hebben als nadeel dat mindervermogenden, ongehuwden en jongere mensen ondervertegenwoordigd zijn [48]<\/p>\n<p>4.6 lezers in soorten:<br \/>\n&#8211; brouwer concludeerde dat &#8216;diegenen die meer aanschaften dan het absoluut noodzakelijke, zich in hun lectuurvoorkeuren op geen enkele wijze voegden naar enige sociale stratificatie.[110] maar dat legt een bommetje onder het a priori lezersgroepen indelen, zoals altijd is gedaan (Darnton: &#8220;alleen Parlementsleden&#8221; &#8211; <em>The literary underground of the old regime<\/em> 1982, 181.<br \/>\n&#8211; &#8220;cultureel kapitaal hoeft niet noodzakelijkerwijs samen te vallen met cultureel kapitaal&#8221; [111]<br \/>\n&#8211; De Kruif doet het dus in omgekeerde volgorde, en gebruikt clusteranalyse &#8211; een geautomatiseerde manier om clusters te verzamelen op basis van ingevoerde variabelen [112]<\/p>\n<p>4.7 indeling naar functionele categorie\u00ebn levert in combinatie met een inhoudelijke indeling het beeld op dat de meeste bezittende huishoudens uitsluiten functionele literatuur bezaten, waarvan het grootste deel uitsluitend rituele \/ religieuze literatuur was.<br \/>\nVan Cleefs boekhandel had voornamelijk klanten die van alles wat kochten, waarvan een kleiner deel extra geinteresseerd was in buitenlandse politieke onderwerpen, volgende groepen, in volgorde van grootte: pamfletkoopers, roman\/verhalenkopers, stichtelijke kopers, krantenabonnees [120]<\/p>\n<p>alleen de van-alles-wat-kopersgroep en de alleen-stichtelijke-boekengroep zit in beide clusteranalyses (zowel van cleef als de inventarissen) [120]<\/p>\n<p>er zijn verder veel verschillen tussen de twee bronneen als het gaat om resultaten en groepen lezers die er uit naar voren komen.<\/p>\n<p>&#8211; functionele literatuur eerste plek, pas daarna (als er meer literatuur gekocht werd) ook algemene boeken<br \/>\n&#8211; inkomensgrens licht dus relatief hoog voor de van-alles-wat-categorie. [123]<br \/>\n>90% van de kopers had religieuze literatuur nagelaten[122]<\/p>\n<p><!--nextpage--><\/p>\n<p><strong>5.1<\/strong.\n\nviel de verfransing wel mee? [129] in elk geval met Rousseau het geval.\nVerlichting ook in het religieuze cluster (zoals bij J. J. Bosma blijkt, <em>Woorden van gezond verstand<\/em>[129]<\/p>\n<p><strong>5.2 bestsellers<\/strong><br \/>\n__________________________<br \/>\n1700-1710<\/p>\n<p>1 jacob Cats<\/p>\n<p>Hugo de Groot (1583-1645)<br \/>\nEmannuel van Meteren (16e)<br \/>\nZacharius Ursinus (16e eeuw)<\/p>\n<p>2. P. C. Hooft 1581-1647<br \/>\nSimon van Leeuwen (1625-1682)<\/p>\n<p>3. Augustinus<br \/>\nMarnix van St. Aldegonde<\/p>\n<p>4. Richard Baxter 1615-1691<br \/>\n________________________<br \/>\n1750-1760<\/p>\n<p>1. Jacob Cats<br \/>\n2. Flavus Josephus (37-100)<br \/>\n3. Pierre Du Molin (1600-84)<br \/>\n4. Johannes d&#8217;Outrein (1662-1722)<br \/>\n________________________________<br \/>\n1790-1800<\/p>\n<p>1. Johannes van der Kemp (1664-1718) (prekenbundel)<br \/>\n2. Wilhelmus \u00e1\u00a0 Brakel (1635-1711_<br \/>\n3. Jacob Cats<br \/>\n4. Friedrich Adolph Lampe (preken\/reli)<br \/>\n5. Jodocus van Lodenstein (1620-1677)<\/p>\n<p>Maar&#8230;. als we dan kijken hoeveel boeken het dan gaat:<\/p>\n<p>64 boeken in 45 huishoudens voor Cats<br \/>\n38 boeken in 36 huishoudens voor Josephus<br \/>\n39 boeken in 35 huishoudens voor Van der Kemp<br \/>\n61 boeken in 33 huishoudens voor d&#8217;Outrein<br \/>\n34 resp. 59 boeken in 31 huishoudens voor Van Meteren en Hugo De Groot<\/p>\n<p>van in totaal 528 inventarissen<\/p>\n<p>[131] Van Selm berekende dat 60% van de huishoudens een Cats had, maar uiteindelijk was het in Den Haag ogenschijnlijk slechts 5.5-7.5%<br \/>\nde populariteit was toen ook al bekend -> &#8216;het boek van Cats&#8217; was een gangbare beschrijving, wellicht voor de Houwelijck<\/p>\n<p>[140] Bosma telde twee keer zoveel pagina&#8217;s <em>gereformeerde<\/em> gedrukte preken als er in totaal Spectators, in den haag waren er van Bosma&#8217;s preken (die niet alle preken besloegen) 11 inventarissen met Verlichte preek(jes) en 28 met orthodoxe.<\/p>\n<p><strong>5.7  Geschiedenis en aardrijkskunde<\/strong><\/p>\n<p>Geschiedenis van de Neerlandsche oorlogen in verschillende gedaanten [148-149] van van Meteren schreef het in het Duits &#8211; geschiedenis na reliteratuur &#8220;de populairste boekensoort in Den Haag&#8221;  [148] <\/p>\n<p>Van Aitzema&#8217;s <em>Herstelde leeuw<\/em> was ook populair en verboden, P. C. Hooft&#8217;s <em>Histori\u00ebn<\/em> en Pieter Bor&#8217;s <em>Den Oorspronck<\/em> waren ook veel te vinden in inventarissen<\/p>\n<p>&#8211; De Kruif benadrukt dat de geschiedenissen niet gelijk bepaald wereldlijk waren [150]<\/p>\n<p><strong>5.8 Philosophes<\/strong><\/p>\n<p>Ik geloof dat de wereld niet geschapen is;<br \/>\ndat de wereld uit zich zelve is;<br \/>\ndat zzij begin heeft genomen;<br \/>\ndat zij eeuwig in stand zal blijven<br \/>\n&#8230;..<br \/>\nIk geloof niet in Mozes:<br \/>\nik geloof niet in de Philosophie;<br \/>\nik geloof niet in de Evangelisten:<br \/>\nik geloof in Collins, Voltaire, Rousseau, De La Mettrie, Hobbes, Bayle en Bolingbroke<\/p>\n<p>uit E. Bekker, en A. Deken &#8220;De geloofsbelydenis van eenen Ongelovigen&#8221;in: Brieven over verscheiden Onderwerpen (in &#8217;s Hage By Isaac van Cleef 1780) 35ste brief, naschrift.<\/p>\n<p>parodie!<\/p>\n<p>Geciteerd op [152]<\/p>\n<p>De Kruif noemt het historisch beeld van een &#8216;toenemend redeloos ongeloof&#8217; hardnekkig [152]<\/p>\n<p>&#8211; Bots&#8217; gebruik van de term &#8216;gewone Hollander&#8217; is hinderlijk als hij het heeft over de Boekzaal van de geleerde Waerelt als representatief voor het denken van die &#8216;gewone Hollander, aldus De Kruif [153n]<\/p>\n<p>&#8211; Nieuwentyt was zeven keer herdrukt, maar hoe groot waren oplage en wat was het &#8216;re\u00eble publiek&#8217;? [152] van <em>Regt gebruik der Wereltbeschouwinge<\/em> andere boeken veel vaker herdrukt. Toch in 10 haagse huishoudens, maar dan nog.<\/p>\n<p>&#8211; Gobbers en Brouwer hebben laten zien dat men niet warm liep voor Rousseau, men bezat hooguit zijn roman Nouvelle H\u00e9lo\u00efse.<\/p>\n<p>&#8211; totaal in den haag 5 werken van rousseau in 4 huishoudens, en had Emil + <strong>Antie-Aemil van Formey! <\/strong><\/p>\n<p>\u00e9\u00e9n eigenaar, Ludolph ten Ham had alle drie de grote franse Philosophes, de andere bezitters hadden allemaal heel veel boeken veelal m\u00e9\u00e9r dan 150 boeken [155]<\/p>\n<p>&#8211; kan liggen aan de vertraging in de inventarissen (in Delft vind je ze helemaal niet!) het is een terugblik. Van Cleef: vooral Wolff, daarna Pufendorf. Ook Voltaire &#8211; maar vooral toneel- en geschiedwerken, 5 keer rousseau (Oeuvres de Rousseau) en 2 x Nouvelle H\u00e9lo\u00efse. [155]<\/p>\n<p>Gosse had de Encyclop\u00e9die in verbeterde vorm van F\u00e9lice, \u00e9\u00e9n exemplaar in Den Haag gevonden door De Kruif [154]<\/p>\n<p>&#8211; franse boeken komen we nauwelijks tegen [163] toch nog 20% van alle boeken in 1750-1760, tegenover hooguit 3% engelstalig.. 1% van de huishoudens had een engels boek<\/p>\n<p>&#8220;de periode waarin (&#8230;) de christelijke religie de basis van elk boekenbezit was&#8221;<br \/>\n<strong>Genoemde literatuur:<\/strong><\/p>\n<p>Chartier, &#8216;Een leesrevolutie? Afzetmarkten van het boek en leesgedrag in Frankrijk in de achttiende eeuw&#8217;, in: Th. Bijvoet e.a. (eds.),<em>Bladeren in andermans hoofd. Over lezers en leescultuur<\/em> (Nijmegen 1996), 183-207.<br \/>\nRolf Engelsing &#8211; \u00c2\u00a0&#8216;Die perioden der lesergeschichte in der neuzeit&#8217; in: idem,\u00c2\u00a0<em>Zur socialgeschichte Deutscher mittel- und unterschichten<\/em> (1973)<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>1. Boeken, rangen, standen en lectuur ************************************* Gaat grofweg over de geschiedenis van de boekgeschiedenis en de rol van theorievorming (v\/u de discipline zelf \u00e9n v\/u de sociologie) om vervolgens in te gaan op wat in haar eigen boek zal geschieden. 1.1 Komt met uitleg van kip\/ei-probleem dat cultuurgeschiedenis kent: zijn boeken het resultaat van [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":[],"categories":[267,20],"tags":[26,210,43,175],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/458"}],"collection":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=458"}],"version-history":[{"count":16,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/458\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1242,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/458\/revisions\/1242"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=458"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=458"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=458"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}