{"id":1053,"date":"2009-07-20T16:10:34","date_gmt":"2009-07-20T14:10:34","guid":{"rendered":"http:\/\/hume.doesntexist.org\/\/?p=1053"},"modified":"2009-07-20T16:11:33","modified_gmt":"2009-07-20T14:11:33","slug":"ton-jongenelen-van-smaad-tot-erger","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/?p=1053","title":{"rendered":"Ton Jongenelen, Van smaad tot erger (1999, geen hits)"},"content":{"rendered":"<p>Jongenelen is van mening dat &#8220;de Republiek haar vooraanstaande positie in de internationale boekhandel verloor mede omdat de overheid het toezicht verscherpte en dat in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht de censuur daadwerkelijk een belemmering vormd voor de introductie en verbreiding van verlichte idee\u00ebn. [i] Dit in tegenstelling tot de algemene verklaring voor het wegvallen van de Republiek als belangrijk Europees boekencentrum, waarbij als externe factor de groeiende tolerantie in het buitenland wordt aangewezen.<\/p>\n<p>Naar aanleiding van zijn eigen werk en van Weekhouts uitgebreide studie voor de periode tussen 1581 en 1700 (263 uitgevaardigde boekverboden in Holland &#8211; door de Staten Generaal, de Staten van Holland, het Hof van Holland of de Gecommiteerde Raden &#8211; waar Knuttel er maar 117 van heeft gevonden) noemt Jongenelen Knuttel erg onvolledig (voor zijn eigen periode en locatie noemt Knuttel er minder dan 100 uit 254). [ii] Knuttel maakt geen gebruik van de gildeknechten en ook niet van notari\u00eble archieven, die het corpus uitbreiden tot &#8216;vervolgde&#8217; boeken &#8211; overigens heeft Jongenelen alleen titels in de lijst opgenomen als de getuigenverklaringen die geregistreerd werden bij de verschillende notarissen ook daadwerkelijk tot vervolging leidden.<\/p>\n<p>Jongenelen meent dat de boekverboden zijn te interpreteren als &#8216;symptomen van een onderliggende verandering [viii]. Zelfs verboden die werden afgekondigd op aandringen van particulieren en die naar het schijnt een strikt civielrechtelijk karakter hebben, blijken bij nadere beschouwing te zijn ingediend door vermogende burgers en hun families en reflecteren het nog weinig onderzochte standsbesef tussen heren en gewone burgers. En bij octrooizaken moet worden bedacht dat de gepriviligeerde uitgaven, bijvoorbeeld de <em>Boekzaal<\/em> en de almanakken van De erven Stichter, juist door hun bevoorrechte positie aan de leiband lagen, zodat de overheid er belang bij had deze publicaties de hand boven het hoofd te houden.<\/p>\n<p>Jongenelen maakt een onderscheid tussen godsdienstige en politieke censuur:<\/p>\n<p>[ix] &#8220;Vanzelfsprekend lenen vergrijpen tegen de godsdienst zich bij uitstek voor een politieke interpretatie&#8221;&#8230;. (over het zorgvuldig beschrijven van de &#8216;vrijheid&#8217; die werd geboden aan religieuze minderheden: &#8220;de katholieke kerk werd stilzwijgend erkend, maar eerst en vooral betrof dit een erkenning in het kader van de armenzorg. Publiciteit rondom een bekering tot het katholicisme en de openlijke verkondiging van de pauselijke onfeilbaarheid werden echter nog steeds als ongewenst ervaren. [verwijzing naar twee titels].<br \/>\nTegenover de lutheranen, remonstranten en doopsgezinden was de toon milder. De bestuurlijke ambten waren voorbehouden aan hervormden, maar velen van hen voelden zich niet langer gebonden aan de [x] formulieren van enigheid en stonden qua geloofsopvatting dichter bij de remonstranten dan bij de hervormde orthodoxie. De vervaging van de confessionele scheidslijn tussen orthodox gereformeerden en dissenters uitte zich in een hausse van christelijk-verlichte opvattingen. De overheid liet de discussianten ongemoeid voorzover men niet het respect voor de godsdienst als zodanig in gevaar bracht &#8211; hetgeen in orthodox-gereformeerde kring dan ook met grote stelligheid verkondigd werd. Dat deze strategie succes had, hing grotendeels samen met de opkomst van non-confessionele en de\u00efstische opvattingen. De achttiende eeuwse regenten zagen de godsdienst als noodzakelijk voor de staat.<br \/>\nVanaf de jaren &#8217;60 wordt aangedrongen op een plakkaat tegen ongodsdienstige geschriften. Dit leidt tot het op 1 mei 1773 uitgevaardigde verbod op godslasterlijke literatuur. [verwijzing naar De Socratische Oorlog van Jongenelen, geschiedenis van de wijsbegeerte 5 (1994)]<br \/>\nIn de jaren &#8217;60 en &#8217;70 zorgt de kwetsbare positie van de Republiek er bovendien voor dat er geen aggressieve ondermijnende boekenexport meer kan worden gehandhaafd <\/p>\n<p><strong>Onder het kopje De Republiek en Europa<\/strong><\/p>\n<p>xvii: &#8220;de pogingen om de Republiek aan het einde van de achttiende eeuw te presenteren als een gebied met dezelfde dynamiek als Frankrijk of Duitsland. Naar mijn mening leidt deze strategie tot schuimklopperij&#8221;. Habermas&#8217; b\u00e1\u00bcrgerliche Offentlichkeit kwam in de Republiek niet tot bloei, aldus Jongenelen. Het ontbreken van een noemenswaardige invoer van Nederlandstalige teksten zorgde ervoor dat alle goede teksten in de Republiek geschreven moesten worden. De makers &#8220;waren nergens veilig voor de verontwaardiging van de heren regenten&#8221;, hadden last van een minder dynamische markt: kleinere schaal, de vraag van de consument speelde een ondergeschikte rol (t.o.v. privileges als &#8216;vrijwel enige manier om rijk te worden&#8217;<br \/>\n&#8220;Ik zie de Republiek in de tweede helft van de achttiende eeuw als een voorbeeld bij uitstek van een politieke economie, van een matschappij waarin de kansen op maatschappelijk succes via het vrije ondernemerschap klein waren, en de kansen op het vergaren van welvaart door goede politieke connecties groot.&#8221;<br \/>\n&#8220;Enigszins badinerend geformuleerd: &#8220;ambtsbejag dwong tot ostentatieve braafheid en dus kon een calculerende boekhandelaar-uitgever de kans op maatschappelijk succes vergroten door niet al te veel uitdagende titels in zijn fonds op te nemen.&#8221;<br \/>\nEr moesten gezinnen en families worden onderhouden. Het waren derhalve vooral jonge ondernemers die eigenzinnig waren, en vaak in de buurt van de beurs opereerden om een financieel onafhankelijk publiek aan te spreken.<br \/>\nOok onverschrokken pamflettisten waren schaars&#8230; de meeste verboden titels vloeiede uit de pen van &#8220;nogal schimmige figuren uit de rafelrand van de samenleving&#8221; [xix]<br \/>\nVoor adel maakt hij een uitzondering (capellen tot den poll)<\/p>\n<p>&#8220;Het oligargische politieke bestel genereerde geen maatschappelijk debat en daarom waar het schrijverschap hier dood in de pot.&#8221; [xx] dus ook in 1747\/48 weinig spectaculairs.<\/p>\n<p>Toch een intrigerend tijdvak &#8211; Wie zich bewust is van de invloed van de censuur, leest niet alleen wat er staat, maar vooral ook wat er niet staat. Boeken weerspiegelen de maatschappelijke krachtsverhoudingen, ook zonder dat zij als het ware zin voor zin een betrouwbare weergave bieden van wat men dacht, droomde of onder het genot van enige alcoholica met elkaar besprak.&#8221; Bibliografie is beginpunt want in hoeverre was een enkel vonnis om misschien zelf maar vingerwijzing, een uitlanting van een hooggeplaats persoon voldoende om schrijvers, uitgevers en drukkers te weerhouden van de uitgave van controversi\u00eble geschriften.<\/p>\n<p>1752 De godsdienst zonder bygeloof. Pieter huisinga bakker <\/p>\n<p>Ephraim justifi\u00e9. M\u00e9moire historique et Raisonn\u00e9 sur l&#8217;Etat pass\u00e9, pr\u00e9sent et futur, des Finances de Saxe. (ondermijning Pruisisch krediet) [18]<\/p>\n<p>69. Daily advertiser (15\/16 november 1759).<br \/>\nJN: <\/p>\n<p>Schneider had de Oeuvres van Frederik van Pruisen gedrukt naar een Franse uitgave die door Frederik zelf niet was goedgekeurd.<\/p>\n<p>contrat social 1762<br \/>\n[26] Op 14 juli 1762 werd Marc Michel Rey bezoht door de gildeknecht diee daar preventief alle exemplaren in beslag wilde nemen. Rey had de vooraad echter al verzonden, &#8220;dewijl hij wel voorzag dat omtrent het verkoopen van het gemelde werk swarigheid zou kunnen ontstaan&#8221;<\/p>\n<p>emile 23 juni, 30 juli 1762<\/p>\n<p>maar geen Hume<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Jongenelen is van mening dat &#8220;de Republiek haar vooraanstaande positie in de internationale boekhandel verloor mede omdat de overheid het toezicht verscherpte en dat in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht de censuur daadwerkelijk een belemmering vormd voor de introductie en verbreiding van verlichte idee\u00ebn. [i] Dit in tegenstelling tot de algemene verklaring voor het [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":[],"categories":[81,20],"tags":[242],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1053"}],"collection":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1053"}],"version-history":[{"count":4,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1053\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1063,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1053\/revisions\/1063"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1053"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1053"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/archief.somtijds.nl\/hume-blog\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1053"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}